Dag 16 – Het is tijd, de hoogste tijd (Brandis, D)

Aan al het moois komt een eind en dat geldt ook voor deze vakantie. Het zomerweer barst na al die regen weer los, dus is het ook de hoogste tijd om te vertrekken. Vanmorgen zijn we rond 8.00 weg gegaan en we wilden kijken hoever we zouden komen – afhankelijk van het uithoudingsvermogen van ons kleine molletje en daaraan gecorreleerd dat van ons.

Het is inmiddels half zeven ‘s avonds en Krotik is uitgecheckt voor de nacht. We hebben nog iets minder dan vijfenhalf uur op de navigatie staan, dus waarschijnlijk rijden we zonder tussenstop naar huis.

We hebben ontzettend genoten van de ontdekkingstocht van Krotik, van de bergen, het niet al te warme weer, de huisgemaakte jam en de lieve, bescheiden Slowaken.

Do videnia! Tot de volgende 🙂

Dag 15 – Aardedonker (Demänovská l’adová Jaskyna, SK)

De Tatra bestaan deels uit kalk en leisteen en in combinatie met water is dat een uitstekend recept voor grotten. Bij ons in de buurt zitten er al een aantal en twee ervan zijn ook open voor bezoek. Eentje heet de Demänovskágrot van de Vrijheid en de andere is de IJsgrot van Demänovská. De ijsgrot is al in 1299 beschreven en is daarmee een van de oudst bekende grotten van Europa.

Gelukkig had een van ons vooronderzoek gedaan, want op de website bleek dat je eerst twintig minuten moet naar de ingang moet lopen en dan dat je maar een keer per uur naar binnen mag. En gelukkig was de voorbereiding nog iets grondiger, want een blik op de topografische kaart leerde dat het geen twintig minuten lopen werd. Dit vroeg om een planning van militaire precisie.

We kwamen aan op een parkeerplaats met tarieven waar Amsterdam jaloers op zou zijn. De website van de grot waste zijn handen in onschuld: de parkeerplaats werd door iemand anders uitgebaat, zij waren niet verantwoordelijk voor de uitvoering. Met een tarief waarvoor je in Nederland ongeveer een voorbehoud van financiering nodig hebt, lieten we Szusza achter. Zoveel keuze in parkeerplaatsen midden in de bergen heb je nu ook weer niet.

We begonnen dapper aan ons ommetje naar de kassa. En op dit moment waren we blij dat we het ietsjes ruimer hadden gerekend. De helling naar het Slowaakse Christusbeeld was er niets bij, maar nu hadden we toch echt een deadline. Hijgend en puffend stonden we bij de kassa. Ongeveer direct erna mochten we doorstrompelen naar de ingang van de grot. Dit was een prachtige just in time delivery.

En daar stond een lieve gids die met een glimlach vertelde dat we zo’n 650 treden zouden beklimmen in ongeveer 45 minuten. De kramp klom meteen weer terug de kuiten in.

We liepen langs de mooiste aardlagen en stalactieten. En omdat we de Hollander in ons hadden laten spreken, hadden we niet extra betaald om foto’s te mogen maken. Gelukkig was er iemand anders in de groep die met flits begon te filmen toen de gids even wilde demonstreren hoe donker zo’n grot is zonder lichten aan. Dik ingepakt begon een van ons drie ondertussen het fenomeen echo te ontdekken.

In Servië hadden we in de ijsgrot zonder ijs nog even moeten acclimatiseren voor we weer naar buiten mochten, maar het ijs in deze grot is waarschijnlijk vorig jaar zomer door klimaatverandering definitief weggesmolten en volgens de gids waren de 200 treden omhoog naar de uitgang wel acclimatisatie genoeg. Voor onze knieën eindigde het daarmee nog niet. Daarna begon de afdaling naar de auto. De tantoe dure parkeerplaats had niet eens schaduw. Het contrast in temperatuur was vandaag best groot.

Dag 14 – A Brave New World (Partizánska L’upča, SK)

Het is 7.04 ‘s ochtends, wat een mooi moment om mijn vocal range te stretchen. Laat ik beginnen met een warming up.

Aaaaaaaaahhhhhh

Brrrrrrrrrrrr

Zucht

*Gaat van octaaf heel hoog naar drie octaven lager*: aaaaaaaaahhhhhh

*Fluistert*: dada dada dada

Mmmmmmmmmmm

Aaaaaaaaahhhhhh

Brrrrrrrrrrrr

Hé, ik hoor geluid. Even wachten hoor. Ja, ik hoor geluid. Oh, wat een mooie streep licht!

Hé, mamma! Hehehe

Ik heb eigenlijk wel honger. Ik hoor de fles al. Nee, geen schone kleren. Ik wil een fles. FLES. HONGER! HOOON-

Mjam, mjam, mjam

Oh, mamma’s haar, daar kan ik tijdens mijn fles wel aan trekken. Dan trekt ze altijd een vreemd gezicht. Oeh, ik heb er net een paar te pakken. Hé, geef me mijn hand terug! Dit is tegen de Geneefse Conventie. Pappa werkt al in Den Haag, vanaf daar is het een kleine stap naar het ICC!

Wacht, even, melk.

Wat? Waarom is het nu al op! Wat is dit nu weer! Hallo, ik moet nog groeien! Nou ja, zeg. Dan spuug ik het wel weer uit. Krijg je het allemaal terug. En het liefst zo dat ik er doorheen kan kruipen of wanneer we bij de voordeur staan en over mamma’s telefoon. Hmm, ze heeft vandaag geen haast.


Goed, toen moest de expositie met allerlei lichtinstallaties nog beginnen…

Dag 13 – Illusie (Liptovký Mikulás, SK)

De wedstrijd van de lokale brandweerkorpsen en het feestje duurden tot een uur of kwart voor twaalf. De muziek ging uit, de generatoren werden stil. Er moet een winnaar zijn, wij weten alleen niet wie, want we waren al weer terug in het huisje. Op de Facebookpagina van de brandweer van Partizánska L’upča blijft het vooralsnog stil. We vermoeden dat zij ondanks hun voortreffelijke inspanningen bij het hosten toch niet in de prijzen zijn gevallen.

Partizánska L’upča ligt vlakbij een stuwmeer met de naam Liptovská Mara. Een weg en spoorrails die langs de oorspronkelijke rivier lagen zijn ervoor omgelegd en die ingelegde weg die vervolgens mooie vergezichten bood volgden we om uiteindelijk aan de andere kant van het meer bij Liptovký Mikulás uit te komen.

We wilden het museum voor natuurbescherming en speleoligie bezoeken en hadden ons voorbereid op basis van onze eerdere museumbezoeken in deze contreien: kleine bordjes met veel lettertjes – enkel in de lokale taal met droge informatie, in elke zaal iemand die streng toeziet op het niet aanraken van spullen, weinig interactie en als die er wel is, betaald. Niets was minder waar. Het museum was gemoderniseerd en had een lift. Het was rolstoelvriendelijk, waardoor de wandelwagen mee kon en het ons een hoop sjouwen scheelde. De informatie was zowel in het Slowaaks als het Engels en er was een audiotour die je via een app kon volgen. De informatie kwam in gezonde doses en er was gedacht aan de spanningsboog van de jongsten onder ons. Kortom: over een jaar of vier komen we waarschijnlijk weer.

Daarna kwamen we bij iets terecht wat ik alleen maar als briljant omdenken kan omschrijven. Er was een tijd dat smartphones als een groot spoilergevaar werden gezien. In sommige musea (hier in ieder geval) mag je nog steeds geen foto’s maken met je telefoon, omdat anders de hele wereld ziet wat voor moois je hebt en je de eerste indruk en zorgvuldig opgebouwde reputatie verpest.

De activiteit waar we nu naartoe gingen had dit echter goed uitgebuit. Het was een gebouwtje met kamers waar men illusies en ander gezichtsbedrog had gebouwd. De bedoeling was juist om met je smartphone naar binnen te gaan (“we willen dat u alles in het kluisje doet – ook uw schoenen – en dat u uw smartphone meeneemt”). Op de vloer gaven oranje pijltjes aan waar je moest staan voor de meest optimale foto en je kon zelf in de illusie plaatsnemen voor volmaakt vermaak. Aan het eind stond een fotoprinter van Cewe en kon je voor een euro je mooiste foto af laten drukken.

Na dit zakelijk vernuft gingen we met een omweg weer terug naar het huisje. Genietend van de Slowaakse natuurbescherming reden we door de Lage Tatra. Niet minder imposant dan de bergen van de Hoge Tatra die we eerder al hadden gezien.

Dag 12 – Waar rook is, is de brandweer vandaag niet (Partizánska L’upča, SK)

Gisteren liepen we door het dorp en gebeurde er niet echt iets blogswaardigs; het is hier extreem rustig. Behalve dan dat we op het lokale mededelingenbord een aankondiging zagen van iets van de brandweer voor kinderen met een DJ (we kunnen het de lokale ~1200 bewoners niet kwalijk nemen dat ze dit niet in het Engels aankondigden). Toen we donderdag in Partizánska L’upča aankwamen was de brandweer ‘s avonds al aan het oefenen op het plein, maar we hadden niet gedacht dat dit erachter zat. Omdat het weer vandaag ook niet echt fantastisch zou worden, besloten we het brandweer-iets voor kinderen met DJ maar af te wachten.

De mededeling

Volgens de aankondiging zou het feest om 15.00 losbarsten. We hadden ons molletje op tijd zijn middagslaapje laten doen, zodat we niets van het spektakel zouden missen. Om 12.00 was het plein echter nog leeg en het dorp zo stil als de afgelopen dagen. Niets gaf weg dat er een evenement zou plaatsvinden.

Om tien voor drie begon de DJ. We zitten niet direct aan het dorpsplein, maar het was duidelijk: we zouden alles meekrijgen – ook als we niet zouden gaan kijken. Tussen de huizen door zagen we ook een rode auto op het plein en mensen in de weer met afrastering. Om kwart over drie zaten we op een bankje te kijken naar de brandweer. Die was om drie uur begonnen met het opzetten van het festijn. Uit alle hoeken van het dorp druppelden kinderen richting de waterslangen en de Tatra brandweerauto’s.

Kraampjes met eten en drinken werden opgezet, brandslangen uitgerold, de gasbrander getest, stroom werd afgetapt van de lantaarnpaal. Twee waterpompen en slangen bleken lek – een constatering bij een live demo die me niet heel gerust stelde.

Kinderen mochten een brandje blussen nadat ze de brandslang goed in elkaar hadden gezet. Na afloop kregen ze een tasje met een sleutelhanger en andere speeltjes. Er was een tent om je haar met kleuren in te vlechten, je kon je gezicht schminken. En de brandweer mannen legden met veel geduld en passie uit dat je door de slang omver geblazen wordt als je die niet goed vasthoudt. Kindjes van twee turfjes hoog mochten al ‘blussen’ met hulp van de brandweer. En het is maar de vraag wie er meer lol in had.

Uiteraard kon je ook een rondje mee in de brandweerauto die dan natuurlijk alle varianten sirenes even liet horen. De DJ draaide ondertussen onvermoeibaar Slowaakse europop die qua volume een sirene an sich had kunnen zijn. Trotse opa’s keken toe hoe kleinzoons en -dochters vol overgave de waterstraal door een gat lieten spuiten.

En alsof dit nog niet genoeg was, had de brandweer ook een sopkanon (uiteraard gevoed door een brandweerslang) geregeld. Op het grasveld naast het plein dartelden schoolklassen kinderen in het sop alsof er net verse sneeuw gevallen was. Het rook naar de zeepjes die we vroeger op de toiletten op de basisschool hadden.

Het begon te regenen en te onweren. Wij gingen terug, maar het is inmiddels half elf en we horen nog steeds de DJ en de generators van de pompen. Brandweerkorpsen uit de omgeving zijn inmiddels aangesloten en er wordt een soort wedstrijd brandje blussen gehouden. Het feest (gesponsord door de Slowaakse Spa Blauw) is nu inmiddels voor de grote kinderen onder ons. Gelukkig is door de regen de kans op brand klein…

Dag 10 – Goed verhaal. Lekker kort ook (Zuberec/Partizánska L’upča, SK)

In dat boekje van ons huisje stond nog een tip: het Orava Village Museum. Een openluchtmuseum van huizen uit de Oravaregio. Dit museum ligt in Zuberec, wat echt een prachtige omgeving is. Huizen uit de Oravaregio zijn ontmanteld en weer opgebouwd op deze plek. Openluchtmusea zijn fascinerend. Ze geven een inkijkje in een samenleving die nu niet meer bestaat. Het Arnhems openluchtmuseum? De jaren 50 bellen, ze willen hun Hollandse snoep terug. Het Pyrohovo laat een verenigd en divers Oekraïne zonder interne taal- en culturele strubbelingen zien. In Helsinki was Karelië weer Fins. En ik ben blij dat Ellert en Brammert in Drenthe niet meer in die tochtige plaggenhutten leven. Afijn, u heeft vast de strekking begrepen.

Nu wil het geval dat de grenzen ten oosten van Berlijn wat mobieler zijn dan we in het westen van Europa gewend zijn. De Balkan, Centraal-Europa, de Baltische staten, Oekraïne: al deze landen zijn keer op keer verdeeld, heringedeeld, onafhankelijk geweest, weer bezet, verschoven. Inmiddels durf ik niet meer te zeggen dat nationaliteit hier een vaststaand gegeven is. Identiteit is echter door de geschiedenis juist heel bepalend geworden.

En wat is een betere plek dan een openluchtmuseum om die identiteit onder het voetlicht te brengen? Precies: dus zie je in de openluchtmusea hier veel nadruk op de mensen die de cultuur hebben helpen ontwikkelen, veel nadruk op de geschiedenis van kleding en typische bouwstijlen en andere vernuftige bouwkundige en agrarische elementen. Die je vervolgens zowel in Zuberec “typisch Slowaaks”, als in Kiyv “typisch Oekraïens”, en in Helsinki “typisch proto-Scandinavisch en daardoor typisch Fins” terugziet.

En natuurlijk heb ik dan geen oog voor de details waarin je wel degelijk een eigen cultuur kunt herkennen en doe ik een cultuur af aan de hand van overeenkomsten. Maar het blijft voor ons als twee veel te nuchtere Nederlanders bijzonder om te zien hoe trots mensen zijn op hun heritage en hoeveel ijver er aan de dag gelegd wordt om de ontstaansgeschiedenis te ontrafelen en te onderhouden. En de geschiedenis van dit deel van Europa heeft mensen er denk ik ook toe aangezet om zich bewust te zijn van hun cultuur en afkomst. Als je toevallig aan de ene kant van de berg woont, heeft dat gewoon ook veel impact gehad op hoeveel landen je in de vorige eeuw hebt gezien zonder te verhuizen.

En dat brengt me bij de plaats die de komende week onze uitvalsbasis zal zijn: een dorp met de fameuze naam Partizánska L’upča. Zonder Slowaaks te kunnen, kan iedereen wel raden dat de geschiedenis ook hier tumultueus is geweest. De naam voor 1945 was trouwens Nemecká L’upča. Iedereen die wel iets van een Slavische taal beheerst, moet nu helemaal getriggerd zijn, want nemec- betekent in ongeveer elke Slavische taal Duits-. En als een dorp van Duits L’upča naar Partizanen L’upča wordt hernoemd, is er iets aan de hand.

Hier volgt een samenvatting van de Wikipediafuik waar ik in belandde. Alles voorbij de Oder is, of was, etnisch/cultureel gezien een mozaïek. Overal woonden plukjes Duitsers, Polen, Slowaken, Oekraïeners, Hongaren en Lemko (onthoudt die laatste naam). Het dorp waar wij nu zitten werd in meerderheid bewoond door Duitsers. In de Tweede Wereldoorlog was Slowakije in eerste instantie niet bezet door de Duitsers omdat het Slowaakse regime met de Nazi’s samenwerkte. Toen een hoge Nazi werd doodgeschoten in 1944 was dat de aanleiding voor de Duitsers om Slowakije wel te bezetten. Om dat te voorkomen (dit is echt de mand-versie van een veel complexer verhaal), kwamen de Slowaakse partizanen in opstand. Dit werd na de Opstand van Warschau die min of meer gelijktijdig plaatsvond de grootste opstand tegen de Nazi’s gedurende de Tweede Wereldoorlog. De Slowaken delfden uiteindelijk wel het onderspit en veel partizanen zijn daarbij omgekomen. Tijdens de oorlog werd de Duitse bevolking in Slowakije al dan niet geronseld door de Nazi’s dan wel tijdens de Opstand door de Slowaken aangevallen. In reactie daarop werd een deel van die Duitse bevolking al tijdens de oorlog ‘geëvacueerd’. Na de oorlog werden uit veel meer landen dan alleen Slowakije Duitsers die daar al eeuwen woonden verbannen.

Het L’upča met een Duits voorvoegsel was niet alleen pijnlijk voor de Slowaakse bevolking. De Duitse bevolking die daar ooit de meerderheid was, woonde er niet meer en de streek had een belangrijke rol gespeeld in de Opstand. Daarom werd de naam gewijzigd als eerbetoon aan de partizanen.

Wat had Lemko hier dan mee te maken? In 2021 waren we ook al eens in Slowakije. In Sečovce woonde een meneer wiens geschiedenis verbonden was met de Grieks-Orthodoxe kerk. Al die jaren heb ik me afgevraagd wat Grieks-Orthodoxe mensen in hemelsnaam te zoeken hadden in de Karpaten. Het blijkt dat niet alleen Slowaken in opstand kwamen in 1944. Eigenlijk elk volk wat hier leefde vocht mee. Dus ook de Lemko. En toen na de oorlog de Duitsers naar Duitsland moesten en de Polen naar Polen, werden ook de Lemko gedwongen verplaatst. Lemko, een Slavisch volk dat ietsjes bekender is onder de naam Karpatenroethenen, die om de een of andere reden Grieks-Orthodox dan wel Grieks katholiek zijn (afhankelijk van of je voorouders vóór het Verdrag van Brest waren of niet). De meneer die we in 2021 spraken was zeer waarschijnlijk een van de weinige Karpatenroethenen die vandaag de dag nog woont op de plek waar zij al eeuwen wonen.

En laat in het openluchtmuseum in Zuberec morgen een folklorefestival beginnen. Drie dagen lang komen allerlei mensen bijeen om hun tradities en culturen te laten zien op een groot podium. Mensen uit de regio van Poprad komen ook. En laten daar nu nog steeds Lemko wonen.

Geschiedenis is nooit weg: ze is springlevend.

Dag 9 – Kruistocht (Klin, SK)

In het huisje waar we zitten ligt een boekje met de belangrijkste informatie. Hoe laat je moet uitchecken, welke dokter je moet bellen wanneer er een medisch noodgeval is en de meest interessante bezienswaardigheden uit de omgeving. Daar stond met ronkende zinnen een verhaal over Rio de Klin. U leest het goed: Rio de Klin. Deze naam is net zo Slavisch als die klinkt en is inderdaad schaamteloos geïnspireerd door het beroemdere broertje. Nu zitten wij ook aan het water, maar dat is zeker geen Atlantische Oceaan. Zelfs voor het stuwmeer dat het is zou het nog iets beter zijn best mogen doen.

Nee, Klin met zijn ongeveer 3000 inwoners voelt zich innig verbonden met de wereldstad Rio de Janeiro omdat er op een van de heuvels rondom het dorp een tandpastareclame-wit Christusbeeld staat. Het is zeker imposant als je ervoor staat, maar de beeltenis van onze Lieve Heer is in vergelijking met zijn Braziliaanse evenknie gereduceerd tot dwergachtige proporties.

En toch, het boekje in ons huisje raadt het aan om het te bezoeken, onze tijdelijke Slowaakse buren proberen ons ervan te overtuigen in hun beste Engels dat Rio de Klin echt de moeite waard is (“Best trip ever, we will visit it for the first time today”) en als klap op de vuurpijl de enige Nederlander die we in deze uithoek tegenkomen (“ik ben hier voor werk en ik woon in Weert”) geeft aan dat we toch niet weg kunnen gaan zonder langs Rio de Klin langs te gaan.

Dus we zijn gezwicht voor de toeristenlokker die niet te vermijden is, die omgeven is met een zweem van “goed geprobeerd, maar jammer joh” en daarom ons grote wantrouwen geniet: we zijn naar Rio de Klin geweest. We hadden wel afgesproken dat we zo ver mogelijk door zouden rijden met Szusza, want als we dan toch hiervoor vielen, dan ook maar goed fout.

We kwamen aan op wat leek de parkeerplaats voor het laatste wandelpad begon. De weg van het wandelpad was echter geasfalteerd en leek Szusza-proof. Dus we wilden doorrijden tot we wandelaars zagen. Hmm, toch maar niet en braaf parkeren. De parkeervlakte (want dat doet de plek betere eer aan) was van gravel met kuilen. Het wandelpad de eerste paar meter ook. Totdat we de bocht om waren.

Voor de context: we zitten in het noordelijkste puntje van Slowakije, in de Tatra. Een uithoek dus. Iedereen die erachter komt dat wij Nederlands zijn, vraagt of we hier zijn vanwege familie, want toeristen die hier vrijwillig komen en blijven zijn niet raar maar heeeeeeel bijzonder. Een aantal dorpen in de omgeving zien eruit alsof hun gloriedagen zelfs niet onder het communisme zijn begonnen en de Tatra zelf zorgt ook niet voor een heel gepolijste omgeving.

Maar op de weg naar Rio de Klin ligt een wandelpad van 600 meter met een gemiddeld hellingspercentage van 17% en dat is niet alleen maagdelijk geasfalteerd (hoewel een kat of een hond heeft geprobeerd dit te verpesten), maar er ligt een betonnen gootje naast en daar weer naast zijn vrijwilligers onkruid aan het wieden en plantjes aan het planten in een orde en precisie waar ik blij van word. Trump en iedereen die golft zou jaloers zijn op het megastrakke gras en kun je een soort bedevaart doen langs niet alleen de kruisweg van Christus, maar ook die van Maria.

En als je eenmaal boven bent, vind je er – naast nog een parkeerplaats – een kapel met een krans beelden van andere heiligen (met uiteraard die van de paus Johannes Paulus II die als enige recht tegenover het Christusbeeld staat in een intens devote houding). Er wordt alleen een euro per persoon gevraagd, zodat “we het hier nog mooier kunnen maken”. Waar zijn we beland? Ik ben nog nooit in Brazilië geweest, maar ik kan me toch niet voorstellen dat de echte Rio hieraan kan tippen.

En wat doet de gemiddelde Slowaak als je de top hebt bereikt? Als je vrouw bent, bid je in de kapel, als je man bent ga je aan de rand van het plateau staan en maak je selfies met het Christusbeeld, kinderen voetballen aan de voet van de Verlosser. En daarna ga je picknicken op die grasmat. Dit is natuurlijk je kans om waarschijnlijk insectvrij en moddervrij je zoete Marlenka op te eten.

En wij? Wij voelden bij het naar beneden lopen onze bovenbenen en spijt dat we niet waren doorgereden.

Dag 7 – To the moon and back (Oravský Podzámok, SK)

Omdat het gisteren nog steeds flink regende en het huisje toch wel erg gezellig wordt met twee volwassenen en een kind met ernstige kruipdrift, besloten we vandaag de regen te trotseren en naar een kasteel in de buurt te gaan.

We hebben inmiddels wel wat kastelen bezocht, maar dit kasteel verdient toch wel een plekje ergens hoog in de top (pun not intended). Mocht je ooit in de buurt komen: het Oravakasteel is een absolute aanrader. Het is groot, goed onderhouden, nog behoorlijk gaaf en de natuur eromheen is prachtig!

Het kasteel ligt aan de oever van de Oravarivier en we zitten in de Tatra. Dat betekent dat de oevers hier wat spectaculairder zijn dan die van zeg maar de Dordtse Kil. Op een hoge natuurlijke rots staat al eeuwen iets wat uiteindelijk doorgeëvolueerd is tot het bouwwerk van vandaag.

Je begint echter wel op oeverniveau, dus dat werd een beste klim naar boven. En omdat we die al voorzien hadden, hadden we de wandelwagen bij het huisje gelaten. We dachten alleen wel dat de draagzak in de auto zou liggen. En dat lag hij toch niet…

De klim naar boven naar de echte ingang werd een workout met ballast van bijna 9 kilo en die 9 kilo beweegt en vond alles maar machtig interessant, dus zat ook echt actief rond te kijken en vast te grijpen. Mensen waren vroeger kleiner en het kasteel zelf heeft ook flink wat trappen, dus op de schouders was ook geen optie. Dus een van ons twee heeft morgen flink spierpijn in de bovenarmen, de ander in de bovenbenen, want nog steeds ongetraind.

In het kasteel bevonden zich de onvermijdelijke ridderzaal en kapel, een hoop houten meubels, harnassen, zwaarden en kanonnen en iets wat ons vooral in kastelen ten oosten van Berlijn opvalt: behoorlijk wat aandacht voor de nationale geschiedenis en cultuur – en niet per se van het huidige pand waar het kasteel zich in bevindt. Hongarije heeft in het verleden in best wat landen de dienst uitgemaakt, dus in Oekraïne zagen we al een goede dosis Hongaarse trots in het Palanokkasteel tentoongesteld. Dit werd iets subtieler, maar toch niet te ontkennen overgedaan in het Corvinkasteel. En in ons vooronderzoek lazen we dat dezelfde Corvinus van het laatstgenoemde kasteel ook het een en ander had gebouwd aan dit kasteel, dus we maakten ons op voor Hongaarse vlaggen en ronkende verhalen over de grote staatsman, de Hongaarse Julius Caesar en voorloper van Napoleon: Corvinus met de Hongaarse driekleur.

Het werd de Slowaakse vlag en een paar zalen gewijd aan Slowaakse cultuur en nijverheid. Hongarije werd zeker genoemd, maar meer als geschiedkundig feit dan de verheerlijking die we op eerdere plekken zagen.

Verder is het kasteel zo groot dat er nog genoeg ruimte was voor de prehistorische vondsten op de rots, een expositie met schilderijen van allemaal Slowaakse vrouwen (ik bedoel: je moet toch met een nationaliteit het quotum vaderlandsliefde-in-een-kasteel vervullen) en een paar zalen vol met opgezette lokale en inheemse dieren.

Het was inmiddels een paar minuten na sluitingstijd en subtiel werd ons gevraagd of we al klaar waren met bezichtigen. Onze kleine man werd na de zoveelste trap ook steeds rustiger, totdat er een koalabeertje tegen ons aangeplakt zat. In de auto terug hoorden we alle indrukken terug van de achterbank. De regen is inmiddels redelijk gestopt.

Dag 5 – Bliksembezoek (Zakopane, PL)

In 2016 waren we (onder andere) in Krakau. De gids die ons daar rondleider, gaf ons toen de tip om naar Zakopane te gaan. En daar gingen we. Zakopane is een soort skidorp alleen dan in Centraal/Oost-Europese stijl. Er is een kabelbaan, uitzicht op de machtige Beskidenbergen en je kunt er ook in de zomer winterthee krijgen.

Nu wil het geval dat er dit weekend in 2025 veel regen is voorspeld in de Alpen. We zitten niet in de Alpen, maar als je uitzoomt en met je ogen knijpt, dan zitten we toch in de buurt en voor een flink lagedrukgebied is de afstand natuurlijk helemaal peanuts. Dus ook bij ons is de buienradarkaart een grote rode vlek en waarschuwt de Slowaakse KNMI voor meer dan 55ml regen.

Beste idee ever: we gaan naar Zakopane, een uurtje verderop. Het ligt aan de andere kant van de Beskidenbergen waar wij tegenaan kijken. De kans is aanwezig dat het daar minder heftig is en als het toch heftig wordt, kunnen we beter in een gebied zijn waar toch al veel mensen en middelen zijn.

Zakopane 9 jaar later. Weer een grijze lucht, de houten letters staan er nog steeds. De skidorphuisjes zijn er ook nog steeds, maar nu met kitschuitbreiding. En nog een klein verschil: Zakopane is een paar keer viral gegaan op de social media, omdat het de goedkope variant lijkt van de pittoreske skidorpjes uit de echte Alpen. Kortom, we waren niet de enigen die naar Zakopane kwamen. Wel heel fijn: het is nog steeds gratis parkeren op zaterdag en zondag… (De boete bij niet betalen zou overigens ook maar 25 euro zijn en daar had je in Amsterdam net twee uur legaal voor langs de straat kunnen staan)

Door de drukte baanden we ons een weg, ons steeds meer en meer afvragend wat we hier eigenlijk kwamen doen. Op een fout terras met nog foutere muziek besloten we toch maar wat te bestellen. Daar kregen we van de Poolse autoriteiten het volgende berichtje:

Tot zover ons goede idee. En toen barstte het onweer met de moesson ook in Zakopane los…

We zijn nooit in de buurt van echte wateroverlast zoals in de Alpen gekomen, maar het was wel indrukwekkend. Krotik deerde het allemaal niets. Kruipen in de plassen is het leukste wat je kunt doen en koude, natte rompers bestaan niet.

Dag 4 – Babyboswandeling (Podbiel, SK)

Trouwe lezers van dit blog weten dat we – geheel onkarakteristiek, maar inmiddels – traditiegetrouw een boswandeling maken. Memorabel was de boswandeling uit 2021 in de Karpaten waar we met een lokale jongen door de bossen naar een grot gingen en deze gids vrij nonchalant opmerkte dat er vlak voor ons nog een paar beren waren langsgelopen en dat er een paar weken terug nog een jongen met een schooltas aangevallen was door een beer. Het bospad noemde de ervaren jongen zelf al ‘extreem’, maar wij Nederlanders die een hellingsgraad van hooguit een paar procent gewend zijn zouden dit samen met hem wel in twee uur kunnen lopen. Dat hebben we geweten…

En sindsdien meten we elke boswandeling af aan dat avontuur. Theth, San Boldo, we hebben inmiddels wel wat interessante dingen gezien. Dus waarom dan nu niet met een baby?

Als plaats delict hadden we een waterval uitgekozen. De waterval bevindt zich aan de andere kant van de berg waar wij tegenaan geplakt zitten. Dus gingen we met de auto op pad. Aangezien de conditie van een van ons nog niet op peil is, had die dame in kwestie expres haar wandelschoenen thuisgelaten, zodat ze ‘geen domme dingen kan doen, die nu nog niet gaan’. De reviews op Google Maps waren in het Slowaaks, maar eentje had verdacht veel hartjes gekregen, dus die bestudeerden we maar even extra goed. Dat is onze redding geweest, want daar stond een uitgebreide beschrijving van de route en de beste parkeerplaats.

De navigatie had ons namelijk eigenlijk aan de overkant van de rivier bedacht en dan hadden we met enige fantasie misschien de waterval kunnen zien of horen, maar dan hadden we er niet gekomen. De review vertelde ons echter dat we de rivier moesten oversteken en dan zo ver mogelijk door moesten rijden tot aan het bordje ‘waterval, 5 minuten’.

Tot zover doorrijden lukte niet, maar we kwamen toch aardig in de buurt. De wandeling die resteerde was niet meer angstaanjagend. We stapten uit de auto, Krotik ging in de draagzak, we stonden klaar om te vertrekken en toen kwamen er twee Slowaakse mensen naar beneden gewandeld. Of we naar de waterval gingen. “Natuurlijk!” “Dan ga je het niet redden met die schoenen.”

*insert mwa mwa mwa-muziekje*

Wat nu? De topografische kaart zei dat er niet veel hoogtemeters waren en dat die redelijk gespreid zaten. Het pad zag er naar onze mening (en ervaring) best goed uit. In ieder geval beter dan in Theth en daar gingen mensen op hun teenslippers naar boven. Toch maar erop wagen. En daar gingen we vol goede moed.

Een klein detail: het had geregend en het pad was gewoon een platgetrapt olifantenpaadje. Het ging zonder wandelschoenen, maar we moeten de meest fashionable wandelaars in de wijde omgeving en de complete Tatra zijn geweest.

Niet veel later kwamen we bij de waterval. De andere Slowaakse review die ons waarschuwde dat de waterval droog stond, kreeg ongelijk. Krotik wilde vooral slapen en vond het maar een hoop lawaai en wij hebben de eerste boswandeling er weer opzitten 💪