Dag 16 – Wegloosheid (Burg, D)

Het staartje van de Poolse raspoetitsa kwam vandaag nog. Zodra onze helpers van gisteren de eigenaar van het huisje spotten, kwamen ze hem uitleggen dat dat gras geen goed idee meer was. De beste man werd even duidelijk gemaakt, dat zo’n parkeerplek absoluut niet geschikt was. De beste man liet het gelaten over zich heen komen.

We namen afscheid van Klasztorek en van de eigenaar. We hebben een heerlijke tijd in Polen gehad en genoten van de gastvrijheid en de hulp om er weer weg te komen…

Inmiddels hebben we avondeten gegeten in Burg in een Grieks restaurant met een mooi terras aan een riviertje. De laatste momenten van onze vakantie. Op het moment van schrijven hebben we nog ongeveer anderhalf uur te gaan en dan zijn we weer thuis. Ondanks de enerverende laatste dag in Polen, raden we het land zeker aan als vakantieland en ook wij zullen hier nog vaker terug komen. Dus do vidzenia!

Dag 15 – Raspoetitsa (Klasztorek, PL)

Maandag was nog een redelijke dag qua weer. Ja, het waaide, maar na de wolkbreuk van zondag bleef het op een enkel schattig gedrup na, gewoon droog. Toen moest dinsdag nog komen.

We maakten dinsdag kennis met iets wat in verschillende delen van de wereld anders wordt genoemd, maar op precies hetzelfde neerkomt: de raspoetitsa (het seizoen van de slechte wegen), mud season, break up, bezdorizjzjia (wegloosheid), kelirikko (kapotte wegen) of het vijfde seizoen*. Het fenomeen dat de zomer voorbij is en de wegen niet meer droog blijven, maar het ook nog niet hard genoeg gevroren heeft om de wegen weer begaanbaar te maken (en uiteraard kan dit ook omgekeerd in de lente plaatsvinden).

Maar eerst het begin: ongeveer iedere Pool of Slowaak die we tegenkomen begint direct na aankomst bij het vakantieverblijf te barbecueën. Die barbeque gaat nog eerder aan dan de auto is uitgeruimd. Dus voor onze laatste dag in Polen stelde onze grote Mol voor om toch nog eens te barbecueën. Kon hij nog buiten de pyromaan uithangen en deden we onze culinaire omgeving eer aan. Leuk idee, maar de weersvoorspelling voor dinsdag was regen vanaf zes uur ‘s ochtends tot acht uur ‘s avonds. Dus die barbeque ging ‘m niet worden (ik moet nu heel erg de neiging onderdrukken om te zeggen dat dat die BBQ in het water viel).

Het alternatieve plan: we rijden naar het dichtstbijzijnde stadje en gaan daar met z’n drietjes uit eten. En toen kwam daar de Poolse variant van de raspoetitsa. Het meer ligt laag, het huisje ligt op een heuvel, de auto staat halverwege die heuvel in het gras geparkeerd. De eigenaar heeft met een soort van plastic rasters nog geprobeerd iets van een rijbaan in het gras te maken, maar helaas. Onze Vicky moest achteruit de heuvel op om bij de weg te komen. Het ging niet gebeuren. Gras geeft geen grip, plastic in gras geeft geen grip en modder al helemaal niet. Onze parkeerplek had de hele dag als een spons liggen weken en was totaal niet meer die solide grasmat die het leek.

Wij ongecultiveerde West-Europeanen probeerden nog iets met planken, een beetje vooruit-achteruit rijden, storing wissen. Maar nee, we groeven onszelf alleen maar dieper in. Dit was het moment om toe te geven dat wij onszelf niet meer aan de haren uit het moeras konden halen, dus gingen we op zoek naar hulp. Klasztorek telt 165 zielen en de meesten van hen hebben geen vakantie meer in september. Dus het duurde even tot er een erf was waar geluid vandaan kwam en de alleraardigste mensen kwamen meteen helpen. Zij hadden duidelijk vaker met dit bijltje gehakt, want ze kwamen met eigen planken.

Al gauw bleek dat die planken ons ook niet gingen redden. Er kwamen stoeptegels, matten, nog meer hout en takken, maar Vicky genoot van de modder als een varkentje. De arme mensen zaten inmiddels zelf ook helemaal onder de modder, maar terwijl wij probeerden duidelijk te maken dat we het wel wilden opgeven voor vandaag, bedacht de vrouw dat over een uur de meeste mensen wel klaar waren met werken. Ze kon wel iemand vragen met een goede auto of landbouwmachine om ons eruit te trekken. Na vijf minuten kwam ze terug: over twee minuten kwam er iemand.

En warempel: daar kwam een auto die nog ouder was dan Vicky, een stuk kleiner ook, maar een diesel. Met een kabel, een hoop lawaai en nog meer slippende banden werd Vicky dan toch echt richting de poort en de weg getrokken. De weg was binnen handbereik, dus het leek opgelost. De meneer met de auto zag dat het werk gedaan was en ging weer weg. Wij probeerden de auto nu richting de weg te krijgen. U raadt het niet: we zaten weer vast. Gelukkig waren de mensen die ons vanaf het begin hielpen nog niet weg en kwam er iemand op de fiets langs wiens werkdag er inderdaad op zat en die dat alvast aan het vieren was met gerstenat. Maar echt: met dit bonte gezelschap kregen we Vicky dan toch definitief los. Het gras zag er niet meer uit, iedereen was modderig, onze dronkaard had de beste dronk sinds lange tijd, maar de auto stond nu op de volgende modderweg…

*Voor iedereen die denkt dat ik nu loop op te scheppen met mijn talenkennis: Wikipedia heeft hier geholpen…

Dag 14 – Behouden vaart (Klasztorek, PL)

Ons huisje ligt aan een van de vele meren hier en er zit een boot bij die door de beide heren al eens uitgeprobeerd is. Dat was goed bevallen, dus gingen we nog een keertje met z’n allen in het bootje.

Onze kleine Mol is al dagen in de sjouw met zijn zwemvest, dus toen die weer aan mocht kon zijn geluk niet op. Opgetogen kwam hij bij het bootje en alles bleef zo vrolijk totdat mamma hem over het randje van de boot zag hangen. Dat was toch iets te spannend voor mamma, maar dat betekende ook een onterechte begrenzing van de waterspeeltuin wat zo’n meer toch eigenlijk is. Mamma zat sowieso moeilijk te doen: het bootje lag te diep voor haar gemak, evenwicht bewaren was ineens een ding, dus ja, Krotik bleef liever aan pappa’s helft. Alleen een beetje jammer dat pappa degene was die moest roeien en Krotik daar nog een beetje te klein voor is. En toen was het bootje wel echt te klein en waren we ongeveer op de helft van het rondje…

Gelukkig waren we daarop voorbereid: wind mee en wat fruit vulden wat tijd. De houdgreep deed daarna nog een tijdje zijn werk en toen kwamen daar de futen oftewel kurka! aan zwemmen. Voldoende afleiding tot aan de steiger en genoeg voer voor mamma’s dromen.

Dag 13 – Old Town Road (Toruń, PL)

We zitten heel officieel net in het Poolse gedeelte van Pommeren. En ook deze regio is vaker gewisseld van machthebber dan een stoplicht van kleuren. Teutonen, Polen, Duitsers, Litouwers, Zweden en Russen hebben hier allemaal op enig moment samen soms ook meerdere keren de lakens uitgedeeld. In de regio zijn zeker op het platteland volop Rittergüter, oude buitenverblijven, paleizen en oude gebouwen in Duitse stijl of Oostzee-baksteen te vinden. We zitten nu ongeveer letterlijk in the middle of nowhere, maar min of meer om de hoek zijn al minimaal drie riante optrekjes uit de 18e en 19e eeuw te bekijken. Vaak in erbarmelijke staat. Zelfs ‘ons’ dorp dat letterlijk vertaald ‘kloostertje’ betekent heeft een knoepert van een oud gebouw in neogotische stijl en – je verwacht het ook niet – dat was inderdaad een klooster. Als iedereen uitgekeken is op Franse chateaus, denk ik dat hier nog wel wat renovatietelevisie te maken valt.

Op anderhalf uur rijden bevindt zich de stad Toruń. Hoewel bescheiden op de kaart vanwege het naburige grotere Bydgoszcz waar de Poolse NAVO zit, mag ook deze plaats met toch bijna 200.000 inwoners er zijn. Hier zagen we weer de Wisła, naast de Tisza de enige rivier waarvan we zowel dichtbij de bron als dichtbij de monding zijn geweest en die we op meerdere plekken onderweg op onze reizen tegenkomen. Door de ligging aan de Wisła kon Toruń uitgroeien tot een Hanzestad. En als kers op de taart is de stad behoorlijk ongeschonden de roerige Pommerse geschiedenis doorgekomen.

De stad heeft een originele historische kern, een kasteelruïne die door de Zweden in de 17e eeuw al is veroorzaakt en mooie stadsmuren en -poorten. Tot grote vreugde van onze jongste medereiziger had de lokale boekwinkel een uil op de gevel staan.

Daarnaast is Toruń de geboorteplaats van Copernicus. Zijn geboortehuis is nog steeds te bezoeken en is ook nog in authentieke staat. Hoewel het minder over Copernicus ging en meer over het huis (“We zijn nu op zolder en Copernicus gaat studeren in Krakau. Hier nemen we symbolisch afscheid van hem, zijn verdere leven en u.”), was het toch de meeste moeite waard van alles wat in deze stad naar Copernicus vernoemd is. En dat is veel: de Copernicusschool, de Copernicus Universiteit, de Copernicusstraat en zelfs Copernicon – een lokale variant van comic con. De stad was bevolkt met verklede mensen en ook in het huis van Copernicus liepen wonderlijke creaties rond. We weten niet wat meer de aandacht van ons Molletje trok: de stadsduiven of alle fantasyfiguren.

We waren Toruń net uitgereden toen er een wolkbreuk losbarstte. Sindsdien lijkt de herfst hier te zijn begonnen. We zitten aan een van de weinige onverharde wegen, dus we hopen dat de raspoetitsa die in Oekraïne en Rusland berucht is om zijn modderige wegen ons nog even de laatste dagen hier bespaard blijft.

Dag 12 – Schipper mag ik overvaren
(Klasztorek/Prabuty, PL)

Een blog uit het perspectief van Krotik en pappa Krotik.

Krotik – Schipper mag ik overvaren
Zaterdag. Met zorgvuldig opgebouwd drama en jammeren maakte ik papa wakker vandaag. Het was iets na zes uur, dus eigenlijk midden in de nacht. Ik word hier elke dag rond dat tijdstip wakker. Waarom weet ik ook niet, misschien omdat mijn interne wekker vind dat de pappa en mamma dan wel genoeg hebben geslapen.

Pappa maakte een fles voor me en zette me op het potje. Dat ging professioneel goed vandaag! Ik plaste gelijk en toen mocht ik met de magnetische blokken spelen. Stiekem sjees ik naar de keuken, ik mag daar eigenlijk niet komen, want daar is ook de hete kookoven, maar ik doe het lekker toch want daar staat het krat met daarin de fruitzakjes!

Daarna word ik naar buiten gestuurd. Buiten zijn hier is best leuk, er is een glijbaan en grote tuin om rond te rennen en genoeg te doen. Maar er zijn vast ook naaktslakken, daarom wil ik niet zonder pappa en alleen met de gele laarzen aan.

Pappa doet me een groot en dik slabje om en neemt me mee door een hekje, een wiebelige trap af naar beneden en het water op! De vlonder is ook een beetje wiebelig en wat ligt daar allemaal? Ik vind het maar niks, je ziet zo het water onder je voeten!

Pappa gooit een grote boot omver, zo met z’n blote handen! Pappa moppert dat we terug moeten voor iets, een spaan ofzo, nooit van gehoord. We krabbelen de hoge heuvel weer op.

We zijn al snel weer beneden met twee hele lange stokken. Ik vind ze een beetje eng. Pappa duwt de grote boot het water in en daar sta ik dan helemaal alleen! Pappa kom ook!

Pappa duwt de boot nog iets verder in het water. Dan zie ik ze, ze zijn hier ook! Ieeeee. Gelukkig heeft pappa de lange stokken mee en worden ze snel aan wal gekieperd 🐌

We dobberen, ik zie (water)kipjes die pappa niet of te laat ziet, slechte ogen krijgt hij! Ik zit bij pappa op schoot en we roeien tot we niet meer kunnen.



Pappa Krotik – Traumaverwerking
Vandaag heeft de pappa ook de achterlichtjes van de reservewieldrager gerepareerd. Dat was nodig, want de pappa is achteruit tegen een BMW Mini Cooper gereden toen hij op de grote weg iets te ver was gereden. Gelukkig geen doden of gewonden, maar wel een bumper met wat krassen en de kapotte lampen dus. En ja, hoe kom je zo snel aan zulke specifieke nieuwe lampjes? De vrouw des huizes kwam na wat omzwervingen op het lumineuze idee op amazon.pl te kijken. Die blijken hier nog niet echt voet aan de grond te hebben, maar allegro.pl wel.

De lampjes zijn uiteindelijk op de parkeerplaats van een Lidl in de buurt van het pakketjespunt vervangen. Waarom een Lidl denkt u? De afgelopen jaren is in Huize de Mol naast HBM Tools Parkside de hofleverancier van gereedschap geworden en aangezien Lidl een aanzienlijke hoeveelheid Parkside gereedschap op voorraad heeft komt dat goed terecht, en jawel, gereedschap was er nodig.

Een aangekochte koevoet om eea recht te buigen bevestigde een oude wijsheid uit Huize De Mol: de klap vanuit een Volvo wordt door de bestuurder vaak anders beleefd dan door de tegenpartij.

Al met al staat er nu een extra binnenspiegel op de boodschappenlijst om ervoor te zorgen dat de binnenspiegel niet alleen Krotikjes in de gaten houdt, maar ook achteropkomend verkeer.

Dag 10/11 – Minder is meer (Klasztorek, PL)

Inmiddels zitten we op een andere plek in Polen. Officieel net buiten Mazoerië, maar ook hier zijn nog steeds veel meren en bossen te vinden. Ons huisje werd aangegeven met coördinaten en het dorp zelf lijkt geen straatnamen te hebben, maar de adressen aan te geven met Klasztorek en dan een nummer. Kortom: we zitten in the middle of nowhere. En in wat voor middle of nowhere: ons huisje heeft een traditionele oven en kachel en onze ingenieur wordt hier helemaal dolenthousiast van. De mamma van het stel die haar eigen ervaringen heeft met hete dingen iets minder, dus tot groot ongenoegen van onze Benjamin is het keukengebied verboden terrein.

Willen we warm water? Dan moet er eerst een houtvuur een uur branden. Maar verder is het hier fantastisch. Het meer ligt direct achter de poort van de tuin, er is een glijbaan en er werd nog even snel een passende schommel opgezocht. We hebben een bootje tot onze beschikking en de dichtstbijzijnde supermarkt is 20 minuten rijden door de bossen en de velden. Hier zitten we nog wel even goed.

De afgelopen dagen stonden in het teken van bijkomen en je angst voor bewegende motten en nat gras overwinnen. De komende dagen zullen waarschijnlijk op een even laag tempo doorgebracht worden.

Dag 9 – ‘k Ben niet bang voor de boze wolf (Gierłoż, PL)

In 2022 reden we een rondje rondom de Oostzee. Rusland was een halfjaar ervoor de grootschalige invasie in Oekraïne gestart en het was een beladen tijd om vanaf Gdańsk naar Vilnioes te rijden. We reden parallel aan de grens met Kaliningrad en bij het drielandenpunt stopten we even om daar onder de indruk te zijn van de definitieve breuk tussen Rusland en de EU die daar tot uiting kwam in vrij dramatisch hekwerk. Waar in een bos in Nijmegen op voormalig Duits grondgebied een bordje staat met de woorden “Laat vriendschap helen wat grenzen delen”, werd in deze streek wel duidelijk dat er iets meer dan vriendschap nodig was om te helen wat kapot werd gemaakt.

We zijn inmiddels vier jaar verder en diezelfde weg reden we nu weer af. Waar de weg vier jaar geleden een slaperige, stoffige weg was die door elk dorp ging met dito snelheidsbeperkingen, was het asfalt nu nieuw en werd er druk gewerkt aan een nieuwe weg waardoor de tweebaansweg een officiële vierbaansweg zou worden en daarmee zijn provinciale allure zou ontstijgen. Dit was toch de doorgaande weg van Gdańsk naar de Baltische staten en je wil tegenwoordig toch iets sneller bij die Suwałkicorridor komen.

Onderweg zagen we het ene militaire konvooi na het andere en elk met nog indrukwekkender spul dan de vorige. Tot aan Gdańsk zou het niet opgevallen zijn dat we zo dicht bij Rusland waren, maar na alle hints in het grensgebied bij Kąty Rybackie, was er nu helemaal geen ontkennen meer aan.

De vernieuwde weg bracht ons ook sneller op de bestemming die we de vorige keer voorbij zijn gereden: de Wolfsschanze. Diep in de bossen zijn hier de ruïnes te vinden van Hitlers bunkercomplex. Hoewel een paar dagen voor de komst van de Sovjets opgeblazen door de Nazi’s, is er nog steeds vrij veel te bekijken.

Licht ongemakkelijk liepen we daar rond, want behalve wij zagen we een aantal jongeren die overduidelijk een fascinatie hebben voor, tsja, wat zou het zijn? Misschien nog niet eens de ideologie zelf (hoop ik), maar toch iets deed hen vol bewondering in het Pools spreken over wat zij zagen. En daarnaast waren er busladingen (letterlijk) oudere Duitsers en Oostenrijkers die rondliepen op het complex.

Naast een monument en kleine tentoonstelling voor Claus von Stauffenberg en zijn helpers, kon ook een onvermijdelijke vermelding naar de Poolse kant van de Tweede Wereldoorlog niet ontbreken. Dit keer in de vorm van de Opstand van Warschau in 1944, naast de Opstand van 1943 zeker een heroïsch, maar wederom tragisch verhaal.

Langzaamaan naderden we de souvenirshop. Je vraagt je af wat ze hier dan verkopen – zeker omdat Polen meermaals zorgen heeft geuit over het bedevaartsoordgehalte van deze plek. Dus je verwacht stichtelijke boeken over de aanslag van 20 juli 1944, of desnoods een boek over de Opstand van Warschau. Maar nee, wat kun je hier beter aan de man brengen dan Jagdpanzers van neplego, Wehrmachtlogo’s die je op je kleding kunt strijken, Duitse nepgranaten en t-shirts met een technische tekening van een Messerschmitt. Toch wel enigszins onthutst liepen we naar de auto. Het contrast in naïviteit met het mooie bos waar we waren en die honderden onschuldige vogeltjes die allemaal gespot werden door onze kleine uk kon bijna niet groter.

Dag 8 – Anatomieles van Drs. De Mol-van Valen (Kąty Rybackie, PL)

Een van ons had zich een dag verteld, dus hadden we een dag langer op de schoorwal. Onze kleine Mol was al vroeg wakker, dus toen we een enig christelijk tijdstip hadden bereikt, ging de deur naar buiten met veel liefde en enthousiasme open in de hoop dat de kiezelstenen nog altijd hun magie niet verloren hadden.

De tactiek werkte, totdat door mamma een slak op de vlonder ontdekt werd. Onder het mom van een mini-biologieles werd de kleine Mol erbij geroepen. Het dier fascineerde inderdaad, maar ja, slakken zijn ook glibberig en, ehm, tja, eng? Om de slak terug te brengen naar veiliger regionen ging mamma op zoek naar een takje. Dat was iets te veel avontuur, dus de kleine Mol bleef alleen achter op de vlonder bij de slak, terwijl mamma wel twee hele meters wegliep om dat oh zo nodige takje te pakken. De paniek groeide. Dat mamma dat stokje dichtbij de slak durfde te houden was ongekend. Mamma’s arm moest vooral weg van dat Grote Gevaar. Meneer Slak viel daardoor op zijn rug en draaide in een wokkel tussen de planken van de vlonder, weg van het rumoer. De kleine Mol was er nu helemaal klaar mee vertrouwde het niet meer. Als de vlonder nog betreden werd, dan alleen op schoot bij mamma.

Tegen de tijd dat de moed verzameld was voor het grasveld, ontdekten we echter nog een slak op de trap van de vlonder naar het gras. Deze was alleen niet meer onder ons en bewoog dus ook niet meer. Desalniettemin bood de aanblik van dit kadaver genoeg afschuw om de trap te mijden en alleen met een grote boog en aan de hand van pappa en/of mamma voorbij te gaan.

Het was toen negen uur in de ochtend. En waar wij de hoop hebben dat peuters dingen snel vergeten, was dat hier toch niet het geval. Om vier uur in de middag werd de kadaver-slak nogmaals gesignaleerd en gebruld werd er.

Inmiddels hebben we ook die slak maar buiten het zicht gebracht en hopen we dat morgen weer alles zijn oude charme terugheeft.

Dag 7 – De kleine Hollander (Kąty Rybackie, PL)

De regio waar we verblijven heeft niet alleen een rijke Duitse en Poolse geschiedenis, ook wij kunnen er wat van. Gdańsk is een Hanzestad en de gidsen prijzen maar wat graag de Amsterdam style gevels aan. En eerlijk is eerlijk, hoewel de decoratie onhollands is, lijken de trapgevels wel degelijk geïnspireerd te zijn door de Nederlandse stijl van bouwen.

Maar ook het omringende land ademt Nederlandse sferen. De rechte rijen bomen, de sloten, de pestbosjes in de velden, en zien we daar een dijk? Jep, ook hier hebben we ons laten gelden. Zo’n haffenkust is behoorlijk moerassig, dus waarom alleen in graan en hout handelen, als je ook je kennis kunt uitventen. Verschillende boerderijen en gebouwen verwijzen in naam nog naar de Nederlanders die hier actief zijn geweest.

In de Mały Holender (de kleine Hollander) lezen we over het gebouw waarvan de fundamenten 300 jaar geleden al gelegd werden. De indeling inclusief de mooie voorkamer is nog intact even als sommige kleuren op de muur. In het restaurant kunnen we echte Hollandse prak eten. Er staat een soort stamppot op de kaart en het kindergerechtje is een klassiek avg’tje waarbij een derde van het bord met wortels is gevuld, een derde met gekookte aardappels en een derde met kip – alleen de dillesaus verraadt dat we in Oost-Europa zijn.

En wat kunnen we zeggen over het mennonietengerecht dat ook nog op het menu stond? Die mensen kwamen niet alleen uit Duitsland, maar zeker ook uit Nederland en Vlaanderen. Sterker nog, we waren hier met zoveel dat we het Haffenduits dat hier ooit naast het Pruisisch werd gesproken hebben beïnvloed. Hoewel de taal hier is uitgestorven, wordt er gezegd dat die bij de diaspora die tegenwoordig vooral in Canada en de VS te vinden is nog steeds terug te horen is.

En onze eigen kleine Hollander? Die vond het avg’tje maar niets.

Dag 5 & 6 – The rest is history (Kąty Rybackie, PL)

In Polen is de geschiedenis nooit ver weg en als je goed kijkt, zie je haar onder je neus. We zitten in een gebied dat ooit onderdeel is geweest van het Duitse Pruisen (onder andere…). En hoewel de Tweede Wereldoorlog hier behoorlijk heeft huisgehouden, is dat nog zeker terug te zien.

Toponymie verklapt altijd veel en ook hier is dat het geval. Plaatsnamen die of verpoolst zijn in klank (Gdańsk/Danzig, Stegna/Steegen), of letterlijk vertaald zijn (Leśnica/Fichtberg; allebei de namen verwijzen naar bomen) of lijken vertaald te zijn, maar blijken toch alleen op klank verbasterd (Bożepole (mijn theorie Boże (iets met God), pole (veld), bleek een verbastering van Boschpol uit het Duits wat denk ik toch ook weer een verbastering uit het Pools is).

En ook als je door het gebied rijdt, zie je talloze hints naar het verleden. De Poolse naoorlogse bebouwing is alom aanwezig, maar het torentje met oude elektrische verdelers in Stegna is onmiskenbaar vooroorlogs. Of wat dacht u van een huis met zuilen in de gevel en de naam Mały Holender (de kleine Hollander).

En zo belandden we op zaterdag in Gdańsk. Nog zo’n stad met veel historie – zij het niet in letterlijke bouwkundige zin. Omdat we op zaterdag gingen, was het erg druk in de stad, dus gingen we naar het Tweede Wereldoorlogmuseum (we gaan morgen nog een keertje terug voor het centrum). Dit museum is groot en behoorlijk compleet. Zelfs de oorlog in Azië werd consequent betrokken in de tentoonstelling. Omdat onze kleine man van dit alles nog niet heel veel meekrijgt, probeerden we dit te timen tijdens zijn middagdutje. Maar ja, al die bezoekers zijn veel te interessant en ons ventje trok met zijn blonde haren en pet ook genoeg aandacht. Dus het slapen duurde wel even. Op tweederde van de route werd het stil in de wandelwagen en konden wij de indrukwekkende gebeurtenissen nog iets beter op ons in laten werken.

Al sijpelt ook hier de politiek door. Sinds een aantal jaar moeten musea in Polen duidelijk maken dat de Holocaust op instigatie van Nazi-Duitsland heeft plaatsgevonden in Polen en dat Polen niet zelf de veroorzaker was (dus geen Poolse dodenkampen, maar dodenkampen in Polen). In de zaal over pogroms was de pogrom van Iași door de Roemenen (“orthodoxe christenen”) uitgevoerd. De pogrom in Lviv door de Oekraïners. Maar de pogrom in Jedwabne, een plaats in Polen, was een plan van de Duitsers en werd op hun aanwijzingen door Polen uitgevoerd. Allemaal dezelfde gruwelijke uitkomst, maar de verschuiving in nuance is tekenend.

Maar ook dichterbij ons huisje is de geschiedenis niet te vermijden. Om weg te komen uit Kąty Rybackie, moet je door Sztutowo rijden. De Poolse naam klinkt waarschijnlijk niet heel bekend, maar een beetje ingelezen persoon met bovenmatige interesse in de Tweede Wereldoorlog zal de naam Stutthof wat meer zeggen. Aan de doorgaande weg liggen de restanten van het concentratiekamp Stutthof. Zoals veel kampen, hebben de meeste gebouwen de oorlog en de tijd erna niet overleefd. Het is ook geen groot kamp, maar het blijft indrukwekkend om daar rond te lopen.

De tijdelijke tentoonstelling gaf wat ruimte aan de laatste dagen van de oorlog die in dit gebied bijzonder chaotisch en tragisch verliep. En dit – een persoonlijke noot – blijft me verbazen. Na de oorlog werden grote aantallen Duitsers die buiten de naoorlogse Duitse grenzen bleken te verblijven en wonen verdreven naar Duitsland. Deze Vertriebenen hebben een lange tijd last gehad van het taboe wat op hun verhaal rust en nog steeds is dit een onderwerp waar men in Duitsland op z’n minst ongemakkelijk van wordt.

Naast Duitsers zijn veel meer volken onder dwang naar andere gebieden verdreven (denk aan de volken op de Balkan nog ver voor de oorlogen van de jaren negentig, de Karelische Finnen en nog vele andere minderheden). Maar ook Polen draagt een vergelijkbaar verhaal. Polen voor de Tweede Wereldoorlog lag een stuk verder naar het oosten. De Duitsers in het huidige westen van Polen werden naar het huidige Duitsland verdreven, maar de Polen in het huidige Belarus, Litouwen en Oekraïne werden naar het huidige Polen verdreven. Iedereen met diens eigen heimwee, tragische verhaal en verlies. Maar ben je in Kaliningrad, dan word je als Duitser nog net niet geholpen om onderzoek te doen naar je roots (voor 2022 dan) en in ieder museum of historische plek die we tot nu toe deze vakantie hier hebben bezocht wijdt er woorden, foto’s of zelfs boeken aan. En dan niet aan het Poolse verhaal, maar aan het Duitse verhaal van de gedwongen volksverhuizing. Gezien de Poolse krampachtige pogingen die gedaan worden om maar duidelijk te maken dat Polen slachtoffer is van de Tweede Wereldoorlog – en ook de Russische musea kunnen er trouwens wat van – blijf ik de aandacht voor de Duitse verdrevenen opmerkelijk vinden. Begrijp me niet verkeerd, ik denk dat het goed is dat dit verhaal ook verteld wordt. Ik hoop vooral dat deze aandacht voor ruimte zorgt voor al die onvertelde of te weinig vertelde verhalen van al die slachtoffers van de wrede gebeurtenissen van de twintigste eeuw.