Dag 8 – Anatomieles van Drs. De Mol-van Valen (Kąty Rybackie, PL)

Een van ons had zich een dag verteld, dus hadden we een dag langer op de schoorwal. Onze kleine Mol was al vroeg wakker, dus toen we een enig christelijk tijdstip hadden bereikt, ging de deur naar buiten met veel liefde en enthousiasme open in de hoop dat de kiezelstenen nog altijd hun magie niet verloren hadden.

De tactiek werkte, totdat door mamma een slak op de vlonder ontdekt werd. Onder het mom van een mini-biologieles werd de kleine Mol erbij geroepen. Het dier fascineerde inderdaad, maar ja, slakken zijn ook glibberig en, ehm, tja, eng? Om de slak terug te brengen naar veiliger regionen ging mamma op zoek naar een takje. Dat was iets te veel avontuur, dus de kleine Mol bleef alleen achter op de vlonder bij de slak, terwijl mamma wel twee hele meters wegliep om dat oh zo nodige takje te pakken. De paniek groeide. Dat mamma dat stokje dichtbij de slak durfde te houden was ongekend. Mamma’s arm moest vooral weg van dat Grote Gevaar. Meneer Slak viel daardoor op zijn rug en draaide in een wokkel tussen de planken van de vlonder, weg van het rumoer. De kleine Mol was er nu helemaal klaar mee vertrouwde het niet meer. Als de vlonder nog betreden werd, dan alleen op schoot bij mamma.

Tegen de tijd dat de moed verzameld was voor het grasveld, ontdekten we echter nog een slak op de trap van de vlonder naar het gras. Deze was alleen niet meer onder ons en bewoog dus ook niet meer. Desalniettemin bood de aanblik van dit kadaver genoeg afschuw om de trap te mijden en alleen met een grote boog en aan de hand van pappa en/of mamma voorbij te gaan.

Het was toen negen uur in de ochtend. En waar wij de hoop hebben dat peuters dingen snel vergeten, was dat hier toch niet het geval. Om vier uur in de middag werd de kadaver-slak nogmaals gesignaleerd en gebruld werd er.

Inmiddels hebben we ook die slak maar buiten het zicht gebracht en hopen we dat morgen weer alles zijn oude charme terugheeft.

Dag 7 – De kleine Hollander (Kąty Rybackie, PL)

De regio waar we verblijven heeft niet alleen een rijke Duitse en Poolse geschiedenis, ook wij kunnen er wat van. Gdańsk is een Hanzestad en de gidsen prijzen maar wat graag de Amsterdam style gevels aan. En eerlijk is eerlijk, hoewel de decoratie onhollands is, lijken de trapgevels wel degelijk geïnspireerd te zijn door de Nederlandse stijl van bouwen.

Maar ook het omringende land ademt Nederlandse sferen. De rechte rijen bomen, de sloten, de pestbosjes in de velden, en zien we daar een dijk? Jep, ook hier hebben we ons laten gelden. Zo’n haffenkust is behoorlijk moerassig, dus waarom alleen in graan en hout handelen, als je ook je kennis kunt uitventen. Verschillende boerderijen en gebouwen verwijzen in naam nog naar de Nederlanders die hier actief zijn geweest.

In de Mały Holender (de kleine Hollander) lezen we over het gebouw waarvan de fundamenten 300 jaar geleden al gelegd werden. De indeling inclusief de mooie voorkamer is nog intact even als sommige kleuren op de muur. In het restaurant kunnen we echte Hollandse prak eten. Er staat een soort stamppot op de kaart en het kindergerechtje is een klassiek avg’tje waarbij een derde van het bord met wortels is gevuld, een derde met gekookte aardappels en een derde met kip – alleen de dillesaus verraadt dat we in Oost-Europa zijn.

En wat kunnen we zeggen over het mennonietengerecht dat ook nog op het menu stond? Die mensen kwamen niet alleen uit Duitsland, maar zeker ook uit Nederland en Vlaanderen. Sterker nog, we waren hier met zoveel dat we het Haffenduits dat hier ooit naast het Pruisisch werd gesproken hebben beïnvloed. Hoewel de taal hier is uitgestorven, wordt er gezegd dat die bij de diaspora die tegenwoordig vooral in Canada en de VS te vinden is nog steeds terug te horen is.

En onze eigen kleine Hollander? Die vond het avg’tje maar niets.

Dag 5 & 6 – The rest is history (Kąty Rybackie, PL)

In Polen is de geschiedenis nooit ver weg en als je goed kijkt, zie je haar onder je neus. We zitten in een gebied dat ooit onderdeel is geweest van het Duitse Pruisen (onder andere…). En hoewel de Tweede Wereldoorlog hier behoorlijk heeft huisgehouden, is dat nog zeker terug te zien.

Toponymie verklapt altijd veel en ook hier is dat het geval. Plaatsnamen die of verpoolst zijn in klank (Gdańsk/Danzig, Stegna/Steegen), of letterlijk vertaald zijn (Leśnica/Fichtberg; allebei de namen verwijzen naar bomen) of lijken vertaald te zijn, maar blijken toch alleen op klank verbasterd (Bożepole (mijn theorie Boże (iets met God), pole (veld), bleek een verbastering van Boschpol uit het Duits wat denk ik toch ook weer een verbastering uit het Pools is).

En ook als je door het gebied rijdt, zie je talloze hints naar het verleden. De Poolse naoorlogse bebouwing is alom aanwezig, maar het torentje met oude elektrische verdelers in Stegna is onmiskenbaar vooroorlogs. Of wat dacht u van een huis met zuilen in de gevel en de naam Mały Holender (de kleine Hollander).

En zo belandden we op zaterdag in Gdańsk. Nog zo’n stad met veel historie – zij het niet in letterlijke bouwkundige zin. Omdat we op zaterdag gingen, was het erg druk in de stad, dus gingen we naar het Tweede Wereldoorlogmuseum (we gaan morgen nog een keertje terug voor het centrum). Dit museum is groot en behoorlijk compleet. Zelfs de oorlog in Azië werd consequent betrokken in de tentoonstelling. Omdat onze kleine man van dit alles nog niet heel veel meekrijgt, probeerden we dit te timen tijdens zijn middagdutje. Maar ja, al die bezoekers zijn veel te interessant en ons ventje trok met zijn blonde haren en pet ook genoeg aandacht. Dus het slapen duurde wel even. Op tweederde van de route werd het stil in de wandelwagen en konden wij de indrukwekkende gebeurtenissen nog iets beter op ons in laten werken.

Al sijpelt ook hier de politiek door. Sinds een aantal jaar moeten musea in Polen duidelijk maken dat de Holocaust op instigatie van Nazi-Duitsland heeft plaatsgevonden in Polen en dat Polen niet zelf de veroorzaker was (dus geen Poolse dodenkampen, maar dodenkampen in Polen). In de zaal over pogroms was de pogrom van Iași door de Roemenen (“orthodoxe christenen”) uitgevoerd. De pogrom in Lviv door de Oekraïners. Maar de pogrom in Jedwabne, een plaats in Polen, was een plan van de Duitsers en werd op hun aanwijzingen door Polen uitgevoerd. Allemaal dezelfde gruwelijke uitkomst, maar de verschuiving in nuance is tekenend.

Maar ook dichterbij ons huisje is de geschiedenis niet te vermijden. Om weg te komen uit Kąty Rybackie, moet je door Sztutowo rijden. De Poolse naam klinkt waarschijnlijk niet heel bekend, maar een beetje ingelezen persoon met bovenmatige interesse in de Tweede Wereldoorlog zal de naam Stutthof wat meer zeggen. Aan de doorgaande weg liggen de restanten van het concentratiekamp Stutthof. Zoals veel kampen, hebben de meeste gebouwen de oorlog en de tijd erna niet overleefd. Het is ook geen groot kamp, maar het blijft indrukwekkend om daar rond te lopen.

De tijdelijke tentoonstelling gaf wat ruimte aan de laatste dagen van de oorlog die in dit gebied bijzonder chaotisch en tragisch verliep. En dit – een persoonlijke noot – blijft me verbazen. Na de oorlog werden grote aantallen Duitsers die buiten de naoorlogse Duitse grenzen bleken te verblijven en wonen verdreven naar Duitsland. Deze Vertriebenen hebben een lange tijd last gehad van het taboe wat op hun verhaal rust en nog steeds is dit een onderwerp waar men in Duitsland op z’n minst ongemakkelijk van wordt.

Naast Duitsers zijn veel meer volken onder dwang naar andere gebieden verdreven (denk aan de volken op de Balkan nog ver voor de oorlogen van de jaren negentig, de Krimtataren en nog vele andere minderheden). Maar ook Polen draagt een vergelijkbaar verhaal. Polen voor de Tweede Wereldoorlog lag een stuk verder naar het oosten. De Duitsers in het huidige westen van Polen werden naar het huidige Duitsland verdreven, maar de Polen in het huidige Belarus, Litouwen en Oekraïne werden naar het huidige Polen verdreven. Iedereen met diens eigen heimwee, tragische verhaal en verlies. Maar ben je in Kaliningrad, dan word je als Duitser nog net niet geholpen om onderzoek te doen naar je roots (voor 2022 dan) en in ieder museum of historische plek die we tot nu toe deze vakantie hier hebben bezocht wijdt er woorden, foto’s of zelfs boeken aan. En dan niet aan het Poolse verhaal, maar aan het Duitse verhaal van de gedwongen volksverhuizing. Gezien de Poolse krampachtige pogingen die gedaan worden om maar duidelijk te maken dat Polen slachtoffer is van de Tweede Wereldoorlog – en ook de Russische musea kunnen er trouwens wat van – blijf ik de aandacht voor de Duitse verdrevenen opmerkelijk vinden. Begrijp me niet verkeerd, ik denk dat het goed is dat dit verhaal ook verteld wordt. Ik hoop vooral dat deze aandacht voor ruimte zorgt voor al die onvertelde of te weinig vertelde verhalen van al die slachtoffers van de wrede gebeurtenissen van de twintigste eeuw.

Dag 3 & 4 – Ich bau’ dir ein Schloss aus Sand (Kąty Rybackie, PL)

We zitten vlakbij een haf en dat behoeft wat uitleg. Een haf bestaat uit een schoorwal (zeg maar alsof de waddeneilanden vanaf Den Helder aan elkaar gegroeid zijn tot aan Groningen) met een duinenrij die soms tot wel 30 meter hoog is. Aan de ene kant is de Oostzee, wat een licht verwarrende naam is wanneer je in Polen bent en de zee zich in het noorden bevindt. Aan de andere kant heb je dan daadwerkelijk het haf, wat dus een soort meer is. Het is geen lagune want een zijrivier van de Wisła mondt uit in dit haf.

Wij zitten aan het begin van de schoorwal aan de Poolse kant. Het haf loopt door tot het vaste land van Kaliningrad, Rusland. De grens met Rusland loopt dus dwars door dit haf heen. Uiteraard is de grens nu gesloten, maar ook voor de grootschalige invasie kon je hier niet zomaar de grens oversteken zoals we dat in 2019 aan de andere kant van Kaliningrad wel hebben gedaan. Hoe precair de geopolitieke situatie hier is, wordt hier vooral indirect duidelijk. De afgesloten grens, borden met het Poolse wapen die vertellen dat dit grensgebied is en een gloednieuwe sluis. Dit haf is namelijk zo’n 70 kilometer lang en had oorspronkelijk een doorgang naar zee bij Baltijsk, een gesloten stad aan de Russische kant. Daar met je Poolse boot doorheen varen was al ingewikkeld voor 2022, dus de Polen besloten hun eigen doorgang in 2019 al te graven. Achteraf met een vooruitziende blik, want toen de sluis in 2022 werd opgeleverd was de doorgang bij Baltijsk definitief gesloten voor alles wat niet Russisch was en voor Russen zonder de juiste toestemming om rond te mogen hangen in Baltijsk.

De Oostzee is niet heel zout en om te voorkomen dat duinen gaan doen waar ze goed in zijn, namelijk wandelen, zijn er veel bomen op de schoorwal geplant. Oorspronkelijk waren dit eiken en beuken, maar de laatste decennia ook veel dennen. De schoorwal is hier nergens breder dan 1,8 kilometer, dus als je bovenop de duinen staat en je kijkt naar beide kanten, zie je met gemak zowel het water van het haf als de zee. Dit zorgt ook voor een niet-typisch strandgevoel. Waar vooral ik de waddeneilanden associeer met vervelende insecten, een brandende zon en nergens schaduw, zijn deze vergroeide waddeneilanden een beetje de Veluwe meets elke willekeurige strandplaats in Oost-Europa. Dus bos, een verroest reuzenrad en op elke hoek van de straat een houten huisje waar je zelf-gerookte vis kunt kopen (wat moet je anders eten als er alleen maar water om je heen is).

Gisteren zijn we vanuit het huisje naar het haf gelopen, wat resulteerde in een licht melancholisch vergezicht van oude bootjes, veel riet, een halfgare steiger en zicht op de heuvels van het Poolse deel van het voormalige Pruisen.

Vandaag was dan de beurt aan het strand van de Oostzee. Uit vrij veel wordt duidelijk dat de Polen een voorkeur hebben voor de zeekant. Hoe verder we de schoorwal op rijden, hoe meer hotels, appartementen en kampeerplaatsen (vrij zeldzaam!) we aan de zeekant zien. Richting het strand zien we een gelegenheid waar je je kinderen kunt droppen voor animatie en vermaak (waarom zou je die ook meenemen naar het strand?). Met ons Molletje aan de hand lopen we stug door naar het strand. Onderweg zien we vooral veel oude mensen. Eigenlijk alleen maar. Het lijkt wel alsof we bij het rusthuis Duinzicht bij Katwijk beland zijn. Een paar dappere dodo’s wagen een duik in de toch wel koude zee. We zijn buiten de Poolse schoolvakantie op vakantie, maar Krotik haalde de gemiddelde leeftijd maar amper naar beneden, daar viel niet tegenop te peuteren.

Eenmaal op het strand was er alleen nog maar aandacht voor de zeemeeuwen. De zee zelf was iets te spannend, maar zandkastelen maken met je emmer en je schep is toch wel het leukste wat je kunt doen als je zo klein bent. Oh nee, je schoenen uitdoen en dan op je sokken toch nog het natte zand op lopen is het echte summum. Hevig verontwaardigd dat er een einde aan de dag en daarmee aan de tijd op het strand kwam, liepen we weer terug langs alle pensionado’s met honden (“Woef!”) die een welkome afleiding waren voor het gedwongen en waarschijnlijk zeer onrechtvaardige afscheid van de zee. Hoewel we echt genieten van onze tijd hier, is er toch echt één van ons die net wat harder geniet van zijn omgeving.

Dag 2 – Een reis van 1000 kilometer… (Kąty Rybackie, PL)

En dan komt er een moment dat de navigatie aangeeft dat je over 1021 kilometer nog steeds rechtdoor moet. Dat is het moment dat de reis zelf ook als vakantie begint aan te voelen.

Wie ook goed in de vakantiestemming was, was onze Kleine Mol. Hoewel hij in de auto ‘s avonds iets later dan normaal was uitgecheckt voor de nacht, was het manneke weer helemaal ingecheckt bij onze tussenstop in Braunschweig waar we overnacht hebben. In opperbeste stemming concludeerde het ventje dat in zijn bedje een kussen lag. Dat kende hij van thuis alleen van Het Grote Bed Van Pappa En Mamma. En daar kruip je dan zo snel mogelijk naartoe om je met een vaartje te laten neerploffen op de kussens die daar bij het hoofdeinde liggen. Dus wat doe je als je om 22.00 een kussen in je bed ontdekt? Precies: met de allergrootste lol en plezier dat kussen stresstesten.

Wij dachten – hoe naïef – dit houdt vanzelf op, alles wat je aandacht geeft groeit. Maar om 23.37 was het einde nog niet in zicht. Het kussen werd toch maar uit het bedje gehaald, maar dat was buiten een ontsnapt been uit de trappelzak gerekend. Toen dat ook weer Houdini-proof was terug gestopt werd het langzaam rustiger. Om 00.15 ging het licht dan toch echt uit. Tot 7 uur in de ochtend. Nadat ook de Duitse teletekst en het weerbericht door de kamer heen gerundfunkt waren, was de dag definitief weer begonnen en we hadden nog even te gaan…

De reis zelf verliep vlot. De route naar Gdańsk is niet heel druk en ondanks de korte nacht was bij onze Krotik geen humeur te bespeuren. Een kleine negen uur later kwamen we aan op onze bestemming. Het grindpad is meteen ontdekt en een emmer steentjes staat nu bij het draaikiepraam. De lavendel geurt hier nog heerlijk, het huisje ademt dennenhout en de stilte en rust zijn overdadig. We waren gewaarschuwd voor wild onderweg, maar pas na aankomst meldde zich voorzichtig een eerste vosje. Wat voelt het toch goed om weer in Polen te zijn.

Dag 1 – Nagelnieuw (Neukirchen, D)

Welkom bij weer een nieuw blog waarin we u pogen mee op reis te nemen. Dit keer is het doel Polen en nog specifieker Mazoerië. Een streek in het oude Pruisen met veel bossen en meren en een stukje Oostzee. In 2022 zijn we door dit gebied gereden en destijds waren we onder de indruk van de natuur en de historie die nog zo zichtbaar is (al dan niet opnieuw opgebouwd). Dus alle reden om de bosbranden en hoge temperaturen van Griekenland toch te mijden en opnieuw richting het noordoosten te rijden.

Maar voor we zo ver zijn, hadden we wel wat op te lossen. En dan hebben we niet over het bliksemkraambezoek of de echo die nog even op de ochtend plaatsvonden. Nee, nog iets veel prangenders. Wat dacht u van een schroef? In het linker voorwiel van Vicky. Gelukkig kwam de Grote Mol hier gisteravond al achter en konden we vanmorgen vroeg om 8 uur bij een bandenmeneer terecht. Binnen een halfuurtje was de band geplakt en kon Vicky weer rijden door heel Nederland (niet alleen de kruidnoten liggen dit jaar vroeg in de winkels).

Denk je dat getackeld te hebben, brandt er een blauw lampje bij de lpg-installatie 😬 Gelukkig hadden we al vaker met dat bijltje gehakt en bleek hier slechts een omweg via Eindhoven voor nodig om dat op te lossen met wat zeer specifiek onderhoudsvloeistof. Inmiddels knippert het lampje alleen nog maar, rijden we in Duitsland en heeft de Kleine Mol stiekem al weer helemaal genoeg van zijn autostoeltje. Kortom: onze vakantie is begonnen.

Dag 16 – Het is tijd, de hoogste tijd (Brandis, D)

Aan al het moois komt een eind en dat geldt ook voor deze vakantie. Het zomerweer barst na al die regen weer los, dus is het ook de hoogste tijd om te vertrekken. Vanmorgen zijn we rond 8.00 weg gegaan en we wilden kijken hoever we zouden komen – afhankelijk van het uithoudingsvermogen van ons kleine molletje en daaraan gecorreleerd dat van ons.

Het is inmiddels half zeven ‘s avonds en Krotik is uitgecheckt voor de nacht. We hebben nog iets minder dan vijfenhalf uur op de navigatie staan, dus waarschijnlijk rijden we zonder tussenstop naar huis.

We hebben ontzettend genoten van de ontdekkingstocht van Krotik, van de bergen, het niet al te warme weer, de huisgemaakte jam en de lieve, bescheiden Slowaken.

Do videnia! Tot de volgende 🙂

Dag 15 – Aardedonker (Demänovská l’adová Jaskyna, SK)

De Tatra bestaan deels uit kalk en leisteen en in combinatie met water is dat een uitstekend recept voor grotten. Bij ons in de buurt zitten er al een aantal en twee ervan zijn ook open voor bezoek. Eentje heet de Demänovskágrot van de Vrijheid en de andere is de IJsgrot van Demänovská. De ijsgrot is al in 1299 beschreven en is daarmee een van de oudst bekende grotten van Europa.

Gelukkig had een van ons vooronderzoek gedaan, want op de website bleek dat je eerst twintig minuten moet naar de ingang moet lopen en dan dat je maar een keer per uur naar binnen mag. En gelukkig was de voorbereiding nog iets grondiger, want een blik op de topografische kaart leerde dat het geen twintig minuten lopen werd. Dit vroeg om een planning van militaire precisie.

We kwamen aan op een parkeerplaats met tarieven waar Amsterdam jaloers op zou zijn. De website van de grot waste zijn handen in onschuld: de parkeerplaats werd door iemand anders uitgebaat, zij waren niet verantwoordelijk voor de uitvoering. Met een tarief waarvoor je in Nederland ongeveer een voorbehoud van financiering nodig hebt, lieten we Szusza achter. Zoveel keuze in parkeerplaatsen midden in de bergen heb je nu ook weer niet.

We begonnen dapper aan ons ommetje naar de kassa. En op dit moment waren we blij dat we het ietsjes ruimer hadden gerekend. De helling naar het Slowaakse Christusbeeld was er niets bij, maar nu hadden we toch echt een deadline. Hijgend en puffend stonden we bij de kassa. Ongeveer direct erna mochten we doorstrompelen naar de ingang van de grot. Dit was een prachtige just in time delivery.

En daar stond een lieve gids die met een glimlach vertelde dat we zo’n 650 treden zouden beklimmen in ongeveer 45 minuten. De kramp klom meteen weer terug de kuiten in.

We liepen langs de mooiste aardlagen en stalactieten. En omdat we de Hollander in ons hadden laten spreken, hadden we niet extra betaald om foto’s te mogen maken. Gelukkig was er iemand anders in de groep die met flits begon te filmen toen de gids even wilde demonstreren hoe donker zo’n grot is zonder lichten aan. Dik ingepakt begon een van ons drie ondertussen het fenomeen echo te ontdekken.

In Servië hadden we in de ijsgrot zonder ijs nog even moeten acclimatiseren voor we weer naar buiten mochten, maar het ijs in deze grot is waarschijnlijk vorig jaar zomer door klimaatverandering definitief weggesmolten en volgens de gids waren de 200 treden omhoog naar de uitgang wel acclimatisatie genoeg. Voor onze knieën eindigde het daarmee nog niet. Daarna begon de afdaling naar de auto. De tantoe dure parkeerplaats had niet eens schaduw. Het contrast in temperatuur was vandaag best groot.

Dag 14 – A Brave New World (Partizánska L’upča, SK)

Het is 7.04 ‘s ochtends, wat een mooi moment om mijn vocal range te stretchen. Laat ik beginnen met een warming up.

Aaaaaaaaahhhhhh

Brrrrrrrrrrrr

Zucht

*Gaat van octaaf heel hoog naar drie octaven lager*: aaaaaaaaahhhhhh

*Fluistert*: dada dada dada

Mmmmmmmmmmm

Aaaaaaaaahhhhhh

Brrrrrrrrrrrr

Hé, ik hoor geluid. Even wachten hoor. Ja, ik hoor geluid. Oh, wat een mooie streep licht!

Hé, mamma! Hehehe

Ik heb eigenlijk wel honger. Ik hoor de fles al. Nee, geen schone kleren. Ik wil een fles. FLES. HONGER! HOOON-

Mjam, mjam, mjam

Oh, mamma’s haar, daar kan ik tijdens mijn fles wel aan trekken. Dan trekt ze altijd een vreemd gezicht. Oeh, ik heb er net een paar te pakken. Hé, geef me mijn hand terug! Dit is tegen de Geneefse Conventie. Pappa werkt al in Den Haag, vanaf daar is het een kleine stap naar het ICC!

Wacht, even, melk.

Wat? Waarom is het nu al op! Wat is dit nu weer! Hallo, ik moet nog groeien! Nou ja, zeg. Dan spuug ik het wel weer uit. Krijg je het allemaal terug. En het liefst zo dat ik er doorheen kan kruipen of wanneer we bij de voordeur staan en over mamma’s telefoon. Hmm, ze heeft vandaag geen haast.


Goed, toen moest de expositie met allerlei lichtinstallaties nog beginnen…

Dag 13 – Illusie (Liptovký Mikulás, SK)

De wedstrijd van de lokale brandweerkorpsen en het feestje duurden tot een uur of kwart voor twaalf. De muziek ging uit, de generatoren werden stil. Er moet een winnaar zijn, wij weten alleen niet wie, want we waren al weer terug in het huisje. Op de Facebookpagina van de brandweer van Partizánska L’upča blijft het vooralsnog stil. We vermoeden dat zij ondanks hun voortreffelijke inspanningen bij het hosten toch niet in de prijzen zijn gevallen.

Partizánska L’upča ligt vlakbij een stuwmeer met de naam Liptovská Mara. Een weg en spoorrails die langs de oorspronkelijke rivier lagen zijn ervoor omgelegd en die ingelegde weg die vervolgens mooie vergezichten bood volgden we om uiteindelijk aan de andere kant van het meer bij Liptovký Mikulás uit te komen.

We wilden het museum voor natuurbescherming en speleoligie bezoeken en hadden ons voorbereid op basis van onze eerdere museumbezoeken in deze contreien: kleine bordjes met veel lettertjes – enkel in de lokale taal met droge informatie, in elke zaal iemand die streng toeziet op het niet aanraken van spullen, weinig interactie en als die er wel is, betaald. Niets was minder waar. Het museum was gemoderniseerd en had een lift. Het was rolstoelvriendelijk, waardoor de wandelwagen mee kon en het ons een hoop sjouwen scheelde. De informatie was zowel in het Slowaaks als het Engels en er was een audiotour die je via een app kon volgen. De informatie kwam in gezonde doses en er was gedacht aan de spanningsboog van de jongsten onder ons. Kortom: over een jaar of vier komen we waarschijnlijk weer.

Daarna kwamen we bij iets terecht wat ik alleen maar als briljant omdenken kan omschrijven. Er was een tijd dat smartphones als een groot spoilergevaar werden gezien. In sommige musea (hier in ieder geval) mag je nog steeds geen foto’s maken met je telefoon, omdat anders de hele wereld ziet wat voor moois je hebt en je de eerste indruk en zorgvuldig opgebouwde reputatie verpest.

De activiteit waar we nu naartoe gingen had dit echter goed uitgebuit. Het was een gebouwtje met kamers waar men illusies en ander gezichtsbedrog had gebouwd. De bedoeling was juist om met je smartphone naar binnen te gaan (“we willen dat u alles in het kluisje doet – ook uw schoenen – en dat u uw smartphone meeneemt”). Op de vloer gaven oranje pijltjes aan waar je moest staan voor de meest optimale foto en je kon zelf in de illusie plaatsnemen voor volmaakt vermaak. Aan het eind stond een fotoprinter van Cewe en kon je voor een euro je mooiste foto af laten drukken.

Na dit zakelijk vernuft gingen we met een omweg weer terug naar het huisje. Genietend van de Slowaakse natuurbescherming reden we door de Lage Tatra. Niet minder imposant dan de bergen van de Hoge Tatra die we eerder al hadden gezien.