Dag 5 (Simonburn, GB) – Wal(l)k

Goed, hier was het dus allemaal om te doen: de muur van Hadrianus. We gingen een etappe lopen en alleen ons mam heeft getraind. Pater familias had een boekje met kaarten uit de bieb gekopieerd, ik had de trip uitgestippeld op AllTrails en Mr. De Mol…
Tsja, wat kun je over een voorbereiding reppen die niet bestaat.

20 kilometer met 560 hoogtemeters ons voorland was duidelijk. Een Engelsman die we na een kilometer tegenkwamen sprak de bemoedigende woorden: “Vanaf hier is het alleen nog maar heuvelop.” En daar gingen we. Dit kunnen we met alle fatsoen van de wereld geen boswandeling noemen, want er waren veel te weinig bomen en er was veel te veel zon. De eerste helft van de wandeling was zelfs bijna saai en eentonig. En aangezien degene met de minste voorbereiding de meeste prikkels nodig heeft, waren we die al halverwege kwijt.

Vanaf dat punt begon de uitdaging eigenlijk pas. De wandelaar had geen gelijk. Het was niet alleen maar heuvelop. Het was alleen maar op en neer. En heel eigenlijk begon ik een beetje mijn gelijk te voelen toen ik voor aanvang voorstelde om de route aan het eind te beginnen vanwege de verhouding hoogte- en afdaalmeters. Dat hadden er namelijk zo’n 200 gescheeld.

Hadrian’s achtbaan kronkelde voort en na de zoveelste oude wachttoren kwamen we een fortcomplex tegen waar degene met de meest gedegen voorbereiding afhaakte. Nog vijf kilometers resteerden en we liepen door. Nog meer heuvelpieken met indrukwekkende afgronden volgden en bij Sycamore gap kwamen we onze eerste afhaker weer tegen. Totaal gesloopt maar zonder spierpijn ploften we neer in een Engelse pub. Pizza smaakte nog nooit zo goed.

Dag 4 (Simonburn, GB) – Overdaad

Langzaam naderen we de dag waarvan we wisten dat die zou komen, maar waar iedereen zich op geheel eigen wijze heeft voorbereid. Sommigen van ons hadden een serieus opbouwschema, anderen keken vlak voor De Wandeling nog even op Vinted voor kek en passend schoeisel.

Bij aankomst bij ons verblijf bleek dat er nog andere voorbereiding was gevraagd. De dame die de B&B uitbaatte was in lichte paniek omdat we te vroeg aangekomen waren. Daarnaast hadden we niet doorgegeven of we ‘s avonds mee wilden eten en dat kon echt niet nu nog geregeld worden. Toch voelde onze gastvrouw zich vanaf dat moment genoodzaakt om ons van alle alternatieve gemakken te voorzien.

Dag 3 (Robin Hood’s Bay, GB) – De boswandeling, de Engelse variant

Inmiddels begint het een traditie te worden: een boswandeling. Het doel van vandaag is wandelen naar Robin Hood’s Bay en weer terug. Hemelsbreed een kleine 2 kilometer enkele reis. Maar dit is Engeland, geen hemel.

Het wandelweer had niet beter kunnen zijn. Met een graad of tien en een lichte wind is het prettig lopen. In Engeland gaan paden soms dwars door weilanden heen en dat geeft een dimensie die we tot nu toe in onze boswandelingen op dit blog nog niet eerder hebben ervaren. De eerste schapen keken ons pas en masse aan toen één van ons de innerlijke schapenkop wakker maakte en begon te blèren. Geheel niet onder de indruk werden we vooral het weiland weer uitgestaard.

Het weiland erna stond vol met koeien. Het duurde even voor we gespot werden, maar toen was het hek van de dam. Het begon met een koe die steeds meer naderde en uiteindelijk volgzaam achter ons aanliep. Al snel volgde nummer twee en ook nummer drie voegde zich erbij. Dit is dan het moment dat je dan bedenkt dat die koperkleurige broek van de een en het rode vest van de ander misschien niet heel tactisch zijn. Uiteindelijk drentelde de hele kudde koeien achter ons aan en bij het hek verdrongen de heren elkaar om ons zo goed mogelijk te bekijken. Op het moment dat een van de stieren met zijn tong het hek wilde open maken, vonden wij het een goed moment om maar weer verder te lopen.

Aangekomen bij een oude spoorlijn vervolgden we onze weg en sloegen we af naar een beek. Er was al gemeld dat het tien graden was, toch? Bruggen zijn er in Yorkshire alleen voor oude spoorlijnen en andere vergane glorie. Wij plebs moeten het doen met een doorwaadbare plek. En een van ons had geen waterdichte wandelschoenen aan…

Dit was nog maar het voorproefje, want de echte doorwaadbare plaats verderop was nog iets langer en had een onheilspellende peilstok van maar liefst zes voet. Gelukkig was daar de klimaatverandering en viel er niets weg te smelten, dus was de beek tot een acceptabele enkelhoogte beperkt om vervolgens over te gaan naar een weg met een stijgingspercentage van toch een ruime 20%.

Ietsjes later zagen we de zee. Via het strand liepen we het laatste stuk naar Robin Hood’s Bay om daar scones met jam te eten. En toen moesten we nog van zeeniveau weer omhoog, terug naar Demesne Farm op zo’n 120 meter hoogte.

Dag 2 (Fylingthorpe, GB) – Duister

We zijn vandaag in het idyllische Whitby, een havenstadje. Het fijne aan Engeland is dat ze al gewend zijn om thee met melk te drinken en dat het van daar maar een kleine stap naar chai latte is. En wat nog fijner aan Engeland is, is de pastry die gewoon overal lekker is. Tenzij je niet van rozijnen houdt.

Whitby is het plaatsje dat Bram Stoker geheel onterecht heeft bedacht als plaats delict voor Dracula. Dit tot grote wanhoop van de lokale kerk die uit pure nood een A4’tje op de deur heeft gehangen met het verzoek om niet meer naar het graf van Dracula te vragen. De plaatselijke nering heeft er echter iets minder moeite mee en de combinatie van lokaal gedolven git en de ruïne van de abdij maken dit de perfecte omstandigheden voor iedere gothic die hier in de buurt rondloopt.

Wij zijn blijven plakken bij een Indiaas restaurant en de gemberwijn. Zonder rozijnen.

Dag 1 (Fylingthorpe, GB) – Sip

Daar waren we dan. Acht uur in de morgen en alleen een grenscontrole scheidde ons nog van Engeland. De meneer die onze paspoorten controleerden knoopte een beleefd praatje aan, maar werd licht cynisch toen we de kroning noemden. Gelukkig mochten we nog naar binnen.

Omdat we pas om vier uur ‘s middags in het huisje mogen, maken we een tussenstop in Beverley. Er is iets met Engeland. In de VS wordt er vaak naar Engeland gekeken als het klassieke, elegante, oudere en stijlvolle land met veel cultuur. Europeanen zien vooral hun eigen gelijk bevestigd. Beverley neigde naar de continentale vooroordelen. Alleen met contant geld kunnen parkeren, een haakwinkel en zes zakjes diepzwarte earl grey in een pot thee met een kannetje melk. En dan hebben we het nog niet gehad over de vriendelijke vrouw die toegaf dat het kroningsfeestje van komende zaterdag vooral een goed excuus was om dronken te worden. Om met een Beverleyse meneer die al een voorschot op zaterdag heeft genomen te spreken: just feel it!

Dag 0/1 (Rotterdam, NE/Hull, GB) – Vergeten

Er zijn van die vakanties waar je erg aan toe kunt zijn. Dit is er zo een. We gaan wandelen in Engeland en gezien de voorliggende periode liggen de verwachtingen op het niveau van Het Zoutpad van Raynor Winn. Nog een kleine sidenote: we gaan met mijn ouders.

We startten de motor van de auto om weg te rijden van huis toen een van ons bedacht dat het toch handig was om z’n paspoort mee te nemen. Dus een paar minuten later konden we poging twee ondernemen en vertrekken. Via een omweg pikten we ook mijn ouders op en toen begon poging drie. Wederom werd er gevraagd of de paspoorten gepakt waren en toen was er iemand in het gezelschap die naar wandelschoenen vroeg…

Het was inmiddels bijna zes uur en om zeven uur moesten we ingecheckt op de boot zitten. Maar ja, omdat het een wandelvakantie is, zijn wandelschoenen toch bijna even essentieel als paspoorten. Dus met nog een kleine omweg bereikten we als een van de laatsten Hoek van Holland. Met nog negen minuten op de klok parkeerden we Szusza in op het dek.

We delen met ons vieren een hut en daarmee een badkamer met maar twee handdoeken. Om acht uur lokale tijd arriveert de ferry, dus hebben we een soort ochtendrooster voor de douche gemaakt. Mijn moeder zou als eerste gaan en had haar wekker om 6:00 gezet. Om zes uur ‘s morgens zit je alleen dan op een boot midden op zee zonder enig bereik. En dat betekent wat voor de synchronisatie van je klok…

Afijn, we hadden alle tijd voor een zeer uitgebreid English breakfast en sommigen van ons zijn een illusie armer en diep teleurgesteld in ‘het systeem’.

Dag 22 – Home is where… (Thuis, NL)

De vakantie zit erop. We rijden weer naar huis. In Estland waren de protesten bij het Russisch consulaat grotendeels in het Engels en Oekraïens. Maar een Oekraïener hoeft geen uitleg over de souvereiniteit van zijn land. Wanneer je dat een Rus wil uitleggen door middel van je protest helpt het om de taal te spreken die de ander spreekt. We hadden niet eens uit Nederland we hoeven vertrekken om bepaald te worden bij grenzen en wat voor willekeur – en daarmee bevolkingsstromen – ze veroorzaken. Net over de grens met Duitsland worden we in Nederland welkom geheten door omgekeerde Nederlandse vlaggen. De wereld gaat ook gewoon door. Voor nu zit het voor dit blog erop. Wie weet waar de komende tijd ons naartoe brengt en welke mensen en landen we mogen leren kennen en ontdekken. Maar voor nu adjö!

Dag 21 – Fly me to the Moen (Udby, DK)

De plaatselijke metropool van zo’n 3000+ inwoners is Stege. Stege is de bezitter van twee primeurs: de eerste vrouwelijke burgemeester van Denemarken en de eerste vrouw in Denemarken die in het kader van heksenvervolging op de brandstapel belandde. Tevens geeft Stege op dit moment onderdak aan de grootste vliegenmepper ter wereld. Hij meet 1 meter 87 en luistert naar de naam Gerard. Ons huisje staat op het platteland en dat is te merken aan de biosfeer. Behalve een oorwurmachtig beestje dat in een spinnenweb liep en meteen gepakt werd (wat allerlei filosofische overdenkingen opriep) wonen er ook een aantal vliegen in huis. Nou ja, een aantal: ik denk zelf dat het er twee waren, maar alles wat je aandacht geeft groeit en vliegen zijn daar zeker geen uitzondering op. Dit simpele gegeven activeerde een jagersinstinct in de ene helft van ons die sinds de agrarische revolutie niet meer waargenomen was en een soort Hydra in de lokale vliegenpopulatie. Toen we aan het begin van onze vakantie naar huis gingen, konden we daardoor de weekendkrant meenemen die we initieel misgelopen waren. Hadden we toen niet naar huis gegaan, dan was er nu op Møn geen crisis in de vliegendepositie. Onze verhuurder had nog in het reglement gezet dat Udby en Møn kleine gemeenschappen waren en dat we dus rekening met de buren moesten houden. Ik gok dat de buren inmiddels panisch het WNF hebben gebeld, want er werd hier flink op los gemept (met de krant op vliegen welteverstaan). Over vijftig jaar lezen we dit bericht met groot afgrijzen terug omdat hier waarschijnlijk de massa-extinctie van de Musca domestica begon. Inmiddels is er al anderhalve dag geen vlieg meer te bekennen in ons huisje en in de nabije omgeving. Het is de laatste dag van de vakantie. Meneer loopt eindelijk tevreden rond en kan rustig zitten zonder met een periscopische blik de omgeving te scannen op vliegen, ondertussen jachtig reikend naar de oude krant. Ik kan eindelijk van de stilte van Møn genieten, zonder onderbroken geklap met gefoeter erachteraan. Vliegen zijn snel, heel snel.

Dag 20 – Bijtjes en bloemetjes (Udby, DK)

Vandaag is de zesde hoofdstad van deze vakantie aan de beurt: Kopenhagen. Nu gingen we niet perse de stad zelf bekijken, maar de dieren. Een van ons twee wil namelijk al heel lang naar de dierentuin. Om in Kopenhagen te komen hebben we twee reële opties: de auto of het OV. We waren wel in voor iets minder voorspelbaars, dus het werd een mix van auto en OV. Met de auto naar Vordingborg en vanaf daar met de trein naar de stad. Klinkt als een strak plan. Toch? Ik weet niet wat makkelijker is: een Deens treinkaartje kopen via een automaat of een dagkaart in een zekere grote Russische stad via de balie. We stonden dus met ons goede gedrag om kwart voor tien bij de kaartjesautomaat van station Vordingborg, toen we een stapje terug wilden doen in het aankoopproces om iets te checken. Dat was iets te veel gevraagd, want prompt viel de enige automaat van het station uit. Na enkele momenten verscheen er een zwart scherm met van die DDOS-letters waar gevraagd werd of we Windows in de veilige modus wilden starten. Nog een paar momenten later kwam er een zwart scherm met de tekst: starte op, gevolgd door de tekst ude af drift. We konden alleen maar raden wat dat betekende, maar het laatste woord noopte de Deen die achter ons stond tot een diepe zucht vol teleurstelling en frustratie. Hij nam een foto en liep sjokkend weg. Na een minuut of vijf dook er een vrolijk welkomstscherm op met een zandloper en weer wat later kwam dan toch eindelijk het oude vertrouwde kaartjesscherm weer tevoorschijn. Na een halfuur hadden we dan echt kaartjes voor de trein. In een voorstad van Kopenhagen werden we vriendelijk door een oudere Deense dame gewezen op de optimale route naar de dierentuin. Ze was zo behulpzaam dat ze nog net niet met ons de metrowagon in liep. Blijkbaar had ons kaartjesavontuur diepe sporen van angst en verloren vertrouwen in het systeem op onze uitstraling achtergelaten. De dierentuin zelf was klein maar fijn. De laatste keer dat we in een dierentuin waren was Blijdorp geweest en dat in zichzelf vereist al een gedegen wandelvoorbereiding van Nijmeegse vierdaagseproporties, maar dat hoeft hier niet. De ijsberen waren aan het ijsberen, de stokstaartjes aan het graven zoals in de Lion King en de schildpadden… Tjsa, die waren eigenlijk vooral druk bezig met schildpadjes maken. En dat doen ze denken we regelmatig, want er was een informatiebord dat ons fijntjes uitlegde hoe dat logistiek in z’n werk gaat bij schildpadden. Dat schild schijnt namelijk nogal in de weg te zitten. Met iets meer kennis dan ons lief was gingen we richting vrijstad Christiania. Onze grootste fan van street art hoopte dat daar tegen te komen, maar behalve street art kwamen we ook wat kunst van een geheel andere orde tegen. Zeg maar de kunst die je nodig hebt om je geest wat open te zetten om daarna daadwerkelijk artistiek van de wal te komen. Kortom, het was tijd om weer naar het burgerlijke Møn te gaan.

Dag 19 – Boswandeling, de Deense variant (Udby, DK)

Trouwe lezers van dit blog weten dat we met enige regelmaat een boswandeling maken. We hebben er eentje in Italië gedaan, maar ook vorig jaar in Oekraïne. Behalve giga-spierpijn is er dus geen reden om deze jonge traditie deze vakantie over te slaan. Dat gezegd hebbende, we zitten dus in Denemarken. Het land heeft een gemiddeld landschap als die ouwe gouwe Windows XP-achtergrond. Maar geheel onverwachts dook daar dan toch de kans op bosavontuur op. We wilden de klippen van Møn bekijken. Blijkt dat de weg op 2,9 kilometer erlangs scheert. Geen probleem wanneer het alleen maar licht glooiende velden betreft, maar niet voor niets is dit deel van Møn aantrekkelijk bij (Nederlandse) toeristen: aan de oostkust bevinden zich wat onnederlandse verkijkjes. Op de laatste gratis parkeerplaats lieten we Szusza achter. Toen bleek dat de ene helft van ons de tas met schoenen uit de auto had gehaald. Tsja, geen wandelschoenen. Maar volgens de navigatie leek het erop dat het pad met relatief normale schoenen ook wel te doen zou zijn. Op onze weg kwamen we eerst een bemoedigend waarschuwingsbord tegen dat ons vertelde dat de klippen kunnen instorten. Vervolgens kwamen we alleen maar wandelaars tegen in hikekleding: denk hempje, korte broek, hoge sokken, stevige bergschoenen en dito wandelstok. Nog nooit hebben we ons zulke stadsgroentjes gevoeld. Enigszins met lood in de schoenen vervolgden we onze weg om in een beukenbos terecht te komen. De laatste keer dat we in een beukenbos liepen werd ons tijdens het wandelen droog verteld dat er beren in het bos waren. Met die ervaring in het achterhoofd loop je toch wat schichtig door zo’n bos heen. Het mag dan geen Oekraïne zijn, maar Hans Christian Andersen van die sprookjes komt uit Denemarken en al die behekste bossen moeten toch wel ergens op realiteit gebaseerd zijn. Geen beren, maar wel lonkende Oekraïense bospaadjes. Gelukkig hadden we een groter exemplaar met hekjes langs de echte afgronden die ons naar de klippen met een wijds uitzicht bracht. De trap naar beneden naar het strand hebben we maar even gelaten voor wat het was, want morgen staat Kopenhagen op het programma en kreupel van de spierpijn door een stad heen banjeren is een ervaring die we graag in Rome laten.