Dag 8 – Krotik en het koffiemuseum (Krušetnica, SK)

Eén van de bezienswaardigheden in de regio is het koffiemuseum. We gingen erheen nadat Krotik besloot dat hij twee derde van zijn spaghetti bolognese genoeg vond. De wettelijke echtgenote bleef thuis, voelde zich niet zo lekker en heeft, zacht uitgedrukt, niet zoveel met koffie. Wij, de pappa en Krotik, gingen op pad.

Bij aankomst was niet helemaal duidelijk of we het linkergebouw of het rechtergebouw moesten hebben. Er was één open deur, dus we kozen die. Bleek het café te zijn. Daar kon je een kaartje kopen voor het museum, dat dus in het andere gebouw zat. Dat is eigenlijk ook wat het museum is: een koffietent met een verzameling koffieapparaten in een ander gebouw.

We werden begroet door een gids, die vroeg of we voor of na het bezoek een toelichting wilden. Nog voordat we iets zeiden, stelde ze voor om het maar gewoon meteen te doen. Dat bleek ook achteraf de juiste keuze, want zonder uitleg waren we waarschijnlijk na drie minuten weer buiten geweest.

Ze vertelde aan de hand van een mozaïek van koffiebonen, het veronderstelde grootste mozaïek van koffiebonen ter wereld, over de oorsprong van koffie: geiten die energiek werden van het eten van een bepaalde plant, een herder die het opviel, dat verhaal. Honderden jaren werd koffie vervolgens weinig gebruikt, omdat mensen het associeerden met iets duisters en magisch. Pappa zei dat koffie gewoon drugs is zoals alle andere, psychoactief. Toen hij daarachteraan zei dat Krotik er ook graag van dronk, verdween de gids. Ze pakte het pas later weer op alsof het niet was gebeurd en zei dat als Krotik groot was hij vast pappa’s koffiemaatje zou worden.

Toen zowel Krotik als de pappa al snel zagen dat er niet heel veel te zien, te lezen of te leren was, dribbelde Krotik lachend en schaterend een rondje langs de op functie gesorteerde en uitgestalde artefacten (oude meuk danwel apparaten). Waarschijnlijk had hij door dat dit het hoogtepunt was. We traden op de schreden van de pappa weer naar beneden, alwaar de gids ons opwachtte. Hier kwamen we in het domein van de verschillende koffiezetapparaten.

Ze wees op de koffiemachines. De pappa vraagt of ze ook de fameuze Technivorm Moccamaster kennen danwel hebben. Neen. De gids deed ook enigszins laatdunkend over filterkoffie. Of ze Douwe Egberts kenden? Neen. Maar toen pappa een molen aanwees met het D.E.-logo, knikte ze: “Heel beroemd merk.” We babbelden nog wat verder over Arabische koffie met de overdaad aan suiker en de bekende drab onderin.

Loïc was inmiddels afgehaakt en op zijn vingers aan het sabbelen, waarop de gids verbaasd concludeerde dat het toch wel een heel rustig mannetje was. Ze maakte meestal mee dat kinderen schreeuwend of huilend door het museum werden gezeuld.

Er werd gevraagd of we ook al in het andere gebouw boven waren geweest. Ja. Daar waren we even gaan kijken nadat we een ticket hadden gescoord. Hier stonden vooral antieke kassa’s, wat de pappa niet direct met een koffiemuseum had geassocieerd. Maar goed. Waarom, was niet helemaal duidelijk, maar misschien was de eigenaar inderdaad een verzamelaar. Het museum voelde sowieso meer als het project van een hoarder met een duidelijke voorkeur voor koffie dan als een gecureerde tentoonstelling.

Enigzins teleurgesteld gingen we dan maar terug naar het café voor een bakkie troost. Zoals de mamma van de pappa altijd zegt: koffie geeft moed. Krotik kreeg met een excuserend gebaar een houten puzzel met koffiezetapparaten waarvan hij meerdere stukjes tegelijkertijd in zijn mondje probeerde te proppen. De pappa vroeg om de sterkste en zwartste koffie die ze hadden. Het werd een kop Chemex, met koffie uit Honduras. Hoewel de naam van het apparaat waarmee je het zet anders suggereerde: het was slappe hap. Misschien lag het aan de maling. Misschien aan de dag.

Krotik vroeg om een fles, we zijn maar gegaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.