We zitten in een huisje met een zwembad en een speeltuintoestel. Zo’n ding met een klimwand, glijbaan, huisje en twee schommels. Op dit moment vindt Krotik het balkon meer dan prima, want zo’n grote box heeft hij thuis niet en de tegels voelen lekker warm aan doordat ze door de zon opgewarmd zijn.
We besluiten toch het zwembad uit te proberen. Het water zou rond de dertig graden moeten zijn, het bad ligt in de schaduw en we hebben per slot van rekening toch niet voor niets de zwemkleding meegenomen. De pater famolias gaat eerst en daarna komt het manneke in vol ornaat uitgedost met zwembroek, zwemshirt en zwemband. Ook al is het water dertig graden en heb je negen maanden in warm water baantjes getrokken (en deze man deed dat echt fanatiek). Niets kan je voorbereiden op wat er komen gaat, de volledige afgelopen zeven maanden flitsten voorbij, de achtbaan aan babyemoties kwam langs, we maakten ons klaar voor een hoop gemopper, en toen…
Grote ogen en een open mond. Verbazing over het drijven, verbazing dat hij door zijn band niet bij het water kon, verbazing over zijn eigen boeggolf, verbazing over waar pappa bleef als hij naar beneden ging, verbazing over waarom je de schuimrubberen zwembuis niet kunt opeten, verbazing over spetters die in je gezicht komen wanneer je toch op het water slaat. En toen was het klaar.
Gelukkig was er nog een babyschommel, het eerste boventandje, de koelkastdeur, en ook nog pappa’s overhemd, de Slowaakse kassamevrouw, de wielen van de wandelwagen, de Slowaakse tijdschriften om kapot te scheuren… Genoeg om nog te ontdekken