Dag 7 – To the moon and back (Oravský Podzámok, SK)

Omdat het gisteren nog steeds flink regende en het huisje toch wel erg gezellig wordt met twee volwassenen en een kind met ernstige kruipdrift, besloten we vandaag de regen te trotseren en naar een kasteel in de buurt te gaan.

We hebben inmiddels wel wat kastelen bezocht, maar dit kasteel verdient toch wel een plekje ergens hoog in de top (pun not intended). Mocht je ooit in de buurt komen: het Oravakasteel is een absolute aanrader. Het is groot, goed onderhouden, nog behoorlijk gaaf en de natuur eromheen is prachtig!

Het kasteel ligt aan de oever van de Oravarivier en we zitten in de Tatra. Dat betekent dat de oevers hier wat spectaculairder zijn dan die van zeg maar de Dordtse Kil. Op een hoge natuurlijke rots staat al eeuwen iets wat uiteindelijk doorgeëvolueerd is tot het bouwwerk van vandaag.

Je begint echter wel op oeverniveau, dus dat werd een beste klim naar boven. En omdat we die al voorzien hadden, hadden we de wandelwagen bij het huisje gelaten. We dachten alleen wel dat de draagzak in de auto zou liggen. En dat lag hij toch niet…

De klim naar boven naar de echte ingang werd een workout met ballast van bijna 9 kilo en die 9 kilo beweegt en vond alles maar machtig interessant, dus zat ook echt actief rond te kijken en vast te grijpen. Mensen waren vroeger kleiner en het kasteel zelf heeft ook flink wat trappen, dus op de schouders was ook geen optie. Dus een van ons twee heeft morgen flink spierpijn in de bovenarmen, de ander in de bovenbenen, want nog steeds ongetraind.

In het kasteel bevonden zich de onvermijdelijke ridderzaal en kapel, een hoop houten meubels, harnassen, zwaarden en kanonnen en iets wat ons vooral in kastelen ten oosten van Berlijn opvalt: behoorlijk wat aandacht voor de nationale geschiedenis en cultuur – en niet per se van het huidige pand waar het kasteel zich in bevindt. Hongarije heeft in het verleden in best wat landen de dienst uitgemaakt, dus in Oekraïne zagen we al een goede dosis Hongaarse trots in het Palanokkasteel tentoongesteld. Dit werd iets subtieler, maar toch niet te ontkennen overgedaan in het Corvinkasteel. En in ons vooronderzoek lazen we dat dezelfde Corvinus van het laatstgenoemde kasteel ook het een en ander had gebouwd aan dit kasteel, dus we maakten ons op voor Hongaarse vlaggen en ronkende verhalen over de grote staatsman, de Hongaarse Julius Caesar en voorloper van Napoleon: Corvinus met de Hongaarse driekleur.

Het werd de Slowaakse vlag en een paar zalen gewijd aan Slowaakse cultuur en nijverheid. Hongarije werd zeker genoemd, maar meer als geschiedkundig feit dan de verheerlijking die we op eerdere plekken zagen.

Verder is het kasteel zo groot dat er nog genoeg ruimte was voor de prehistorische vondsten op de rots, een expositie met schilderijen van allemaal Slowaakse vrouwen (ik bedoel: je moet toch met een nationaliteit het quotum vaderlandsliefde-in-een-kasteel vervullen) en een paar zalen vol met opgezette lokale en inheemse dieren.

Het was inmiddels een paar minuten na sluitingstijd en subtiel werd ons gevraagd of we al klaar waren met bezichtigen. Onze kleine man werd na de zoveelste trap ook steeds rustiger, totdat er een koalabeertje tegen ons aangeplakt zat. In de auto terug hoorden we alle indrukken terug van de achterbank. De regen is inmiddels redelijk gestopt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.