Dag 3 & 4 – Ich bau’ dir ein Schloss aus Sand (Kąty Rybackie, PL)

We zitten vlakbij een haf en dat behoeft wat uitleg. Een haf bestaat uit een schoorwal (zeg maar alsof de waddeneilanden vanaf Den Helder aan elkaar gegroeid zijn tot aan Groningen) met een duinenrij die soms tot wel 30 meter hoog is. Aan de ene kant is de Oostzee, wat een licht verwarrende naam is wanneer je in Polen bent en de zee zich in het noorden bevindt. Aan de andere kant heb je dan daadwerkelijk het haf, wat dus een soort meer is. Het is geen lagune want een zijrivier van de Wisła mondt uit in dit haf.

Wij zitten aan het begin van de schoorwal aan de Poolse kant. Het haf loopt door tot het vaste land van Kaliningrad, Rusland. De grens met Rusland loopt dus dwars door dit haf heen. Uiteraard is de grens nu gesloten, maar ook voor de grootschalige invasie kon je hier niet zomaar de grens oversteken zoals we dat in 2019 aan de andere kant van Kaliningrad wel hebben gedaan. Hoe precair de geopolitieke situatie hier is, wordt hier vooral indirect duidelijk. De afgesloten grens, borden met het Poolse wapen die vertellen dat dit grensgebied is en een gloednieuwe sluis. Dit haf is namelijk zo’n 70 kilometer lang en had oorspronkelijk een doorgang naar zee bij Baltijsk, een gesloten stad aan de Russische kant. Daar met je Poolse boot doorheen varen was al ingewikkeld voor 2022, dus de Polen besloten hun eigen doorgang in 2019 al te graven. Achteraf met een vooruitziende blik, want toen de sluis in 2022 werd opgeleverd was de doorgang bij Baltijsk definitief gesloten voor alles wat niet Russisch was en voor Russen zonder de juiste toestemming om rond te mogen hangen in Baltijsk.

De Oostzee is niet heel zout en om te voorkomen dat duinen gaan doen waar ze goed in zijn, namelijk wandelen, zijn er veel bomen op de schoorwal geplant. Oorspronkelijk waren dit eiken en beuken, maar de laatste decennia ook veel dennen. De schoorwal is hier nergens breder dan 1,8 kilometer, dus als je bovenop de duinen staat en je kijkt naar beide kanten, zie je met gemak zowel het water van het haf als de zee. Dit zorgt ook voor een niet-typisch strandgevoel. Waar vooral ik de waddeneilanden associeer met vervelende insecten, een brandende zon en nergens schaduw, zijn deze vergroeide waddeneilanden een beetje de Veluwe meets elke willekeurige strandplaats in Oost-Europa. Dus bos, een verroest reuzenrad en op elke hoek van de straat een houten huisje waar je zelf-gerookte vis kunt kopen (wat moet je anders eten als er alleen maar water om je heen is).

Gisteren zijn we vanuit het huisje naar het haf gelopen, wat resulteerde in een licht melancholisch vergezicht van oude bootjes, veel riet, een halfgare steiger en zicht op de heuvels van het Poolse deel van het voormalige Pruisen.

Vandaag was dan de beurt aan het strand van de Oostzee. Uit vrij veel wordt duidelijk dat de Polen een voorkeur hebben voor de zeekant. Hoe verder we de schoorwal op rijden, hoe meer hotels, appartementen en kampeerplaatsen (vrij zeldzaam!) we aan de zeekant zien. Richting het strand zien we een gelegenheid waar je je kinderen kunt droppen voor animatie en vermaak (waarom zou je die ook meenemen naar het strand?). Met ons Molletje aan de hand lopen we stug door naar het strand. Onderweg zien we vooral veel oude mensen. Eigenlijk alleen maar. Het lijkt wel alsof we bij het rusthuis Duinzicht bij Katwijk beland zijn. Een paar dappere dodo’s wagen een duik in de toch wel koude zee. We zijn buiten de Poolse schoolvakantie op vakantie, maar Krotik haalde de gemiddelde leeftijd maar amper naar beneden, daar viel niet tegenop te peuteren.

Eenmaal op het strand was er alleen nog maar aandacht voor de zeemeeuwen. De zee zelf was iets te spannend, maar zandkastelen maken met je emmer en je schep is toch wel het leukste wat je kunt doen als je zo klein bent. Oh nee, je schoenen uitdoen en dan op je sokken toch nog het natte zand op lopen is het echte summum. Hevig verontwaardigd dat er een einde aan de dag en daarmee aan de tijd op het strand kwam, liepen we weer terug langs alle pensionado’s met honden (“Woef!”) die een welkome afleiding waren voor het gedwongen en waarschijnlijk zeer onrechtvaardige afscheid van de zee. Hoewel we echt genieten van onze tijd hier, is er toch echt één van ons die net wat harder geniet van zijn omgeving.

Dag 2 – Een reis van 1000 kilometer… (Kąty Rybackie, PL)

En dan komt er een moment dat de navigatie aangeeft dat je over 1021 kilometer nog steeds rechtdoor moet. Dat is het moment dat de reis zelf ook als vakantie begint aan te voelen.

Wie ook goed in de vakantiestemming was, was onze Kleine Mol. Hoewel hij in de auto ‘s avonds iets later dan normaal was uitgecheckt voor de nacht, was het manneke weer helemaal ingecheckt bij onze tussenstop in Braunschweig waar we overnacht hebben. In opperbeste stemming concludeerde het ventje dat in zijn bedje een kussen lag. Dat kende hij van thuis alleen van Het Grote Bed Van Pappa En Mamma. En daar kruip je dan zo snel mogelijk naartoe om je met een vaartje te laten neerploffen op de kussens die daar bij het hoofdeinde liggen. Dus wat doe je als je om 22.00 een kussen in je bed ontdekt? Precies: met de allergrootste lol en plezier dat kussen stresstesten.

Wij dachten – hoe naïef – dit houdt vanzelf op, alles wat je aandacht geeft groeit. Maar om 23.37 was het einde nog niet in zicht. Het kussen werd toch maar uit het bedje gehaald, maar dat was buiten een ontsnapt been uit de trappelzak gerekend. Toen dat ook weer Houdini-proof was terug gestopt werd het langzaam rustiger. Om 00.15 ging het licht dan toch echt uit. Tot 7 uur in de ochtend. Nadat ook de Duitse teletekst en het weerbericht door de kamer heen gerundfunkt waren, was de dag definitief weer begonnen en we hadden nog even te gaan…

De reis zelf verliep vlot. De route naar Gdańsk is niet heel druk en ondanks de korte nacht was bij onze Krotik geen humeur te bespeuren. Een kleine negen uur later kwamen we aan op onze bestemming. Het grindpad is meteen ontdekt en een emmer steentjes staat nu bij het draaikiepraam. De lavendel geurt hier nog heerlijk, het huisje ademt dennenhout en de stilte en rust zijn overdadig. We waren gewaarschuwd voor wild onderweg, maar pas na aankomst meldde zich voorzichtig een eerste vosje. Wat voelt het toch goed om weer in Polen te zijn.

Dag 1 – Nagelnieuw (Neukirchen, D)

Welkom bij weer een nieuw blog waarin we u pogen mee op reis te nemen. Dit keer is het doel Polen en nog specifieker Mazoerië. Een streek in het oude Pruisen met veel bossen en meren en een stukje Oostzee. In 2022 zijn we door dit gebied gereden en destijds waren we onder de indruk van de natuur en de historie die nog zo zichtbaar is (al dan niet opnieuw opgebouwd). Dus alle reden om de bosbranden en hoge temperaturen van Griekenland toch te mijden en opnieuw richting het noordoosten te rijden.

Maar voor we zo ver zijn, hadden we wel wat op te lossen. En dan hebben we niet over het bliksemkraambezoek of de echo die nog even op de ochtend plaatsvonden. Nee, nog iets veel prangenders. Wat dacht u van een schroef? In het linker voorwiel van Vicky. Gelukkig kwam de Grote Mol hier gisteravond al achter en konden we vanmorgen vroeg om 8 uur bij een bandenmeneer terecht. Binnen een halfuurtje was de band geplakt en kon Vicky weer rijden door heel Nederland (niet alleen de kruidnoten liggen dit jaar vroeg in de winkels).

Denk je dat getackeld te hebben, brandt er een blauw lampje bij de lpg-installatie 😬 Gelukkig hadden we al vaker met dat bijltje gehakt en bleek hier slechts een omweg via Eindhoven voor nodig om dat op te lossen met wat zeer specifiek onderhoudsvloeistof. Inmiddels knippert het lampje alleen nog maar, rijden we in Duitsland en heeft de Kleine Mol stiekem al weer helemaal genoeg van zijn autostoeltje. Kortom: onze vakantie is begonnen.