Dag 6 – Voor herhaling vatbaar (Kiev, UA)

Vandaag gingen we naar iets wat het equivalent zou kunnen zijn van het Arnhems openluchtmuseum, maar dan op z’n Oekraïens. Dit museum is een luttele 150 hectare groot met allerlei traditionele gebouwen uit allerlei Oekraïense streken. Voor de broeders was dit de eerste keer, Mrs. en Mr. De Mol hadden vergelijkingsmateriaal. De vorige keer was het museum bijna niet te vinden op internet of op de navigatie. Nu wel. De parkeerplaats was vol. De parkeerwachter duurder en we waren nu niet de enige buitenlander. Het enige wat niet veranderd was, was de onwil om te helpen bij het personeel. Dit museum wordt heel erg zeer waarschijnlijk door de overheid gesubsidieerd, dus ze spreken er Oekraïens en niets anders dan Oekraïens. Op zich niet erg, maar dan zou het wel lief zijn als je of langzamer praat, of duidelijker. Enfin, we kwamen binnen. Daar wachtte ons een mannetje op dat plattegronden verkocht en hele foute grappen maakte. Helaas hadden we toch een plattegrond nodig, dus gaven we hem toch maar die vijf hrivnya. Nu kon de ontdekkingstocht beginnen. De broeders leken goed vermaakt te worden.

In tegenstelling tot twee jaar terug waren er hier en daar nu wel pinautomaten te zien en konden we nu ook ons talent beproeven op een traditionele Oekraïense hoorn. Het verschilde per huisje hoe bereidwillig mensen waren uitleg te geven en ook hoeveel geld ze verdienden om last te hebben van Oekraïense principes. Een vrouwtje hield een gastenboek bij en wilde een berichtje in het Nederlands hebben, een andere meneer wilde per se Engels spreken, nog een ander mannetje vertelde dat hij Nederland kende en bracht ons wijselijk bij (in het Oekraïens) dat we niet moesten zeggen dat we uit Holland kwamen, maar uit Nederland, want Holland was maar een deel van Nederland. Verder kregen we uitleg in het Russisch (“kijk, hier is de Russische vertaling”), onomatopeën (“daar staan de bèèhèè”) of alleen Oekraïens (“Slava Oekrainy!”). Het weer was lekker en de warmte goed te doen. Kortom, het was een heerlijke dag.

Dag 5 – Stralend weer, 26 graden (Tsjernobyl, UA)

Deze stond al heel lang op ons lijstje en vandaag was het zo ver: Tsjernobyl. Dat betekende dat we ‘s morgens om half acht op een afgesproken plek in Kiev moesten zijn. Nu is Kiev even praktisch als New Delhi, dus met de auto was niet handig, lopen was te ver en OV te onvoorspelbaar. Er bleef nog maar een optie over: de befaamde marshrutka. Ze laten je nooit in de steek, ze zijn goedkoop en functioneel: de marshrutka. Voor de zekerheid gingen we toch extra op tijd weg, maar doordat alles wederom gesmeerd ging, waren we een halfuur te vroeg. We zagen een busje staan en vroegen aan de chauffeur of hij onze gids was. Nee, dat was hij niet. Totdat de chauffeur bedacht dat hij vandaag naar Tsjernobyl ging rijden en wij misschien wel toeristen konden zijn die vandaag naar Tsjernobyl gingen… Maar wat waren we vroeg? Hij had ons nog niet verwacht. Op de vraag of hij dat vervelend vond zei de chauffeur dat hij dit beter vond dan laatkomers. Toen we bus in klommen zagen we dat we voor vandaag wel goed zaten: leren stoelen, usb-oplaadpoortjes, WiFi, een gestikt leren plafond, oftewel: onvervalste Oost-Europese kitscherige luxe. Na de chauffeur kwam er nog een man. Deze man keek erg gestresst en was erg gehaast. Vlug checkte hij onze paspoorten. Vragen konden we hem beter niet stellen. Ik mompelde al iets over een onsympathieke uitstraling voor een gids, maar passend bij onze bestemming: Tsjernobyl is ook niet om te lachen. Om een paar minuten voor half acht verdween deze meneer en kwam er een aardige, jonge Oekraïener aan. Dat zou een goede gids zijn en hij bleek dus ook onze gids te zijn. We konden nu snel vertrekken, wat onze chauffeur dan ook vrij letterlijk deed. Met een recordsnelheid reed hij de stad uit richting het noorden. Gelukkig zaten we in een luxe busje, anders had een van ons vieren een bingo gehaald op de hernia-bingokaart. Na anderhalf uur bossen, velden, kleine dorpjes en een slechte documentaire naderden we de eerste checkpoint. Iedereen liet zijn ticket en paspoort zien en we mochten door. We waren de 30-kilometerzone ingegaan. We kregen de regels te horen en een deel van onze groep leek vandaag als missie te hebben die allemaal te breken. Laten we dit deel van de groep de chili- en Amerikaanse sausen noemen. De eerste regel die je hoort als je meegaat is de regel over lange mouwen. Het Amerikaanse sausje vond dit erg lastig, want een driekwartsbroek blijkt in dit deel van de wereld geen lange broek te zijn. De tweede en derde en vierde regel is: blijf bij de gids, raak niets aan en ga nergens naar binnen. Deze regels werden tot op het irritante af geschonden door de sausjes. Zeker het chilisausje bleek een neurotisch rebels trekje te hebben waardoor hij constant kwijt was. Niet grappig in een gebied als Tsjernobyl. Kun je last van krijgen (van die fijne soldaten bij de checkpoints) als gids, en als groep.Goed, los van de sausjes, was de trip zeer de moeite waard. De eerste stop was het stadje Tsjernobyl zelf. Hier stond ook een monument voor alle dorpen die geëvacueerd moesten worden. En bij dat monument drong de omvang van die operatie door. Er liggen nogal wat dorpen in een cirkel met een straal van 30 kilometer. De route volgde naar het Rode bos. Dit bos stierf direct door de radioactieve wolk die hieroverheen dreef. Alles is gekapt, maar het ziet er nog steeds niet gezond uit. Iets verderop lag dan toch echt de kerncentrale waar het allemaal begonnen is. Voor degenen die de HBO-serie Chernobyl hebben gekeken: het is wel een beetje onwerkelijk om op dezelfde plek te staan waar zo rücksichtslos met mensenlevens is ongegaan om een grotere ramp te voorkomen (het smelten van de kern in het grondwater). Nu ligt het er bijna idyllisch bij en de veiligheidsmaatregelen zijn enorm. In de eerste dagen na 26 april 1986 niet echt zeg maar. Naast allerlei veiligheidsmaatregelen zijn er ook allerlei restricties op wat wel en niet te fotograferen en dat brengt je dan weer terug naar Oost-Europa. Wel een foto van het hypertechnische wonderkindje de sarcofaag, niet van de niet-meer-in-gebruik schoorstenen er net achter. Je vraagt je toch af wat interessanter is voor de veiligheidsdiensten van de Russen (die hier overigens niet mogen komen, de Russen dan. Veiligheidsdiensten mogen hier denk ik sowieso niet komen). Onze reis ging hierna verder naar Pripyat, een model Sovjetstad. Uiteraard hebben we het hotel, de supermarkt, de school, het kinderdagverblijf, de kermis, het stadion en de flats inclusief achtergelaten spullen gezien. Maar wat meer indruk maakte was de overwoekering die in dertig jaar zo genadeloos toesloeg. Wegen waren niet meer herkenbaar. En het duurt waarschijnlijk nog maar een paar jaar voordat de eerste gebouwen ook echt gaan instorten (daarom heb je bijvoorbeeld een regel vier). Hier waren we gok ik voor de derde keer ons chilisausje kwijt. Het werd tijd voor lunch en we kwamen aan bij een onvervalste stolovaja (een Sovjetkantine). Een prakje met rijst, vlees en iets onbestemds stond klaar, maar voordat we naar binnen mochten moesten we eerst gescand worden op radioactiviteit. Gelukkig kwam iedereen, inclusief onze sausjes, door de keuring. Na de lunch wachtte ons nog een geheime militaire basis die niet meer zo geheim is. Hier staat een zogenaamde Russische specht, een gevaarte van 150 meter hoog en een kilometer lang. Toen het ding het nog deed was het een radar die het geluid van een specht maakte. Hier raakten we voor de zoveelste keer ons chilisausje kwijt en de gids begon een beetje klaar te zijn met het gedrag van het chilisausje. Gelukkig was het chilisausje zo opstandig dat de gids zijn gevoelens niet heeft gekwetst.Nu restte ons alleen nog een Leninbeeld. Hiervoor moesten we de 10-kilometerzone weer voor uit en moesten we weer gescand worden. Als het hekje niet openging, moest je met je schoenen door een bak met water net zolang tot je wel schoon bent. Maar we kwamen weer allemaal ongeschonden door de keuring. Na nog wat foto’s bij het standbeeld van Lenin begonnen we weer aan de terugreis. Alleen nog de laatste checkpoint en keuring van de 30-kilometerzone en we hoefden geen lange mouwen meer aan. De sausjes konden weer doen wat ze wilden (wat ze vreemd genoeg toen niet meer deden) en we mochten de grond weer aanraken, zitten, doen alsof we in een attractiepark waren en dingen meenemen. Wat een groot verschil kan een slagboom toch maken.Een kleine twee uur later waren we weer terug in Kiev, waar het aantal microsievert per uur hoger is dan in Tsjernobyl. Hoe besmet zijn we na een dag als vandaag? Een uur vliegen en je krijgt meer radioactieve deeltjes binnen. Wat dat betreft is Tsjernobyl erg schoon. Wij zouden ons meer druk maken om de zone om die 30-kilometerzone…

Dag 4 – Wegpiraat (Kiev, UA)

Vandaag reden we van Lvov naar Kiev. Een reis van zo’n zes uur als je geen tussenstops zou hebben en niet om de kuilen heen zou moeten rijden. Ik heb er al vaker over geschreven, maar ook dit keer was de weg – de snelweg wel te verstaan – bevolkt met paard en wagens, veulentjes, spontane wegwerkzaamheden, koeien, bellers achter het stuur, putten, putten die boven het wegdek uitsteken, politie-met-zwaailicht-terwijl-er-niets-aan-de-hand-is, fietsers, een stepper, oude Russische auto’s, wegwerkzaamheden die out of the blue verschijnen, verdekt opgestelde politie, vage tankstations, een boertje in opleiding van een jaar of acht (inclusief twijg als hoedersstaf), gestaakte wegwerkzaamheden, politie die mensen aanhoudt, mensen die niet fatsoenlijk kunnen rijden en wandelaars. Kortom het is weer een klein wonder dat iedereen heel aangekomen is.

Ook dit keer vonden we ons onderdak in een keer. Degene die ons de sleutel moest geven vond het moeilijker. Binnen “twintig” minuten was ze er. Een Hollandse drie kwartier na aankomst konden we dan toch echt de boel uitpakken en ons gaan settelen in Kiev. Volgens onze gids gaat de tour van morgen door, dus over 24 uur zouden de geigertellers moeten uitslaan als iemand ze tegen ons aanhoudt.

Dag 3 – Beslommeringen II (Lvov, UA)

Achter de Poolse kerk is een boekenmarkt. Naast allerlei boeken worden er ook allerlei historische snuisterijtjes verkocht. Sovjetemblemen, partijkaarten, SS-rijbewijzen, holsters, u roept de meest politiek incorrecte artefacten die u kunt bedenken en ze hebben het of ze weten waar je het kunt krijgen. De aanwinst van de dag is een stratenboek van de USSR uit 1991, een paar maanden voor de USSR ophield met bestaan. Het mooiste detail uit dit boekje: de symbooltjes oor de tankstations met extra symbooltjes voor de tankstations waar je ook aan je auto kan klussen. De boekverkopers probeerden een van de twee broers in z’n beste Duits te helpen en gaf uit dankbaarheid nog een klein boekje over Lvov mee. Een ander stalletje verkocht een uiterst geestig kinderboek over een mol in de stad. Ook dat boek mag om allerlei toponymische redenen niet ontbreken in onze boekenverzameling.

Na de boekenmarkt wilde A. Karamazov graag de klokkentoren van het raadhuis beklimmen. De klokkentoren bevindt zich in het gemeentehuis op het marktplein. De lift gaat tot de derde verdieping en daarna was het nog vierhonderd treden omhoog klimmen. Tijdens de overgang van lift naar trap dwaal je door het gemeentehuis, wat op zich al een belevenis is. Op de terugweg naar de lift waren we dus door de lange gang aan het dwalen toen een ambtenaar ons aansprak: wat deden we hier. Nou ja, we waren op zoek naar de lift maar eerst eigenlijk naar een herentoilet. Dat was zeker aanwezig maar wel een verdieping lager en het vrouwtje wees ons de trap aan. We bedankten haar en kregen prompt een reprimande: spreek toch Oekraïens!

Tsja, als zij geen Engels kan en wij geen Oekraïens, dan blijft de enige gemeenschappelijke taal Russisch. Heel vervelend voor de connotatie bij de Oekraïeners, maar eerlijk is eerlijk: alleen in omgeving Lvov en in de Karpaten spreekt een meerderheid zuiver Oekraïens. De rest komt niet verder dan half Russisch en half Surzhyk, een Russisch-Oekraïense mengtaal. Het is de eerste keer dat we in Oekraïne zo’n reactie krijgen. En eerlijk gezegd verbaast het een beetje. Ja, het is logisch dat de een hekel hebben aan de Russische Russen, maar een derde van de Oekraïense bevolking is etnisch Russisch en heeft niets te maken met de onrust in het oosten. Gelukkig beseffen de meeste Oekraïners dit of zijn ze te pragmatisch voor principes. Tot nu toe is de meerderheid van de Oekraïeners die we tegenkomen vooral opgelucht dat ze geen Engels hoeven te praten met ons.

Ook in boekwinkels worden principes vrij snel zichtbaar. Een boekhandel die we bezochten verkocht alleen Oekraïense boeken, maar hier en daar stond een Russisch boek verdekt opgesteld. Toen ik daar vorig jaar vroeg of ze van een Oekraïens boek ook een Russische vertaling hadden werd ik aangekeken alsof ik om chocola in een slagerij had gevraagd. Een houder van en stalletje in een voetgangerstunnel was daarentegen erg verbaast toen we hem vroegen of zijn uitgaves van Asterix en Obelix in het Russisch of Oekraïens waren. Nee, natuurlijk in het Russisch. Logisch toch?

Dag 3 – Beslommeringen I (Lvov, UA)

Op een bankje naast de Poolse kerk zat een mannetje. Zo’n typisch oud, Sovjetmannetje. Hij zat daar met een dik boek op schoot in het niets te staren. Zijn gezicht lichtte op: daar kwam zijn compagnon, een even oud mannetje in een nette pantalon en een jasje. Met een koffer en een sporttas kwam hij aangesjokt en hij ging naast zijn oude kameraad zitten. Hij pakte het dikke boek van zijn vriend en begon erin te lezen. Na drie alinea’s had hij een vraag en startte een levendige discussie. Een klein kwartiertje later stond de een op en liep weg met de sporttas en de oude kameraad bleef achter. Voldaan bleef hij op het bankje met het dikke boek zitten, starend in het niets. Met een koffer.

Op het bankje ernaast zat ook een mannetje. Dit mannetje probeerde kunst te verkopen. Van die zelfgeschilderde schilderijtjes op kromgetrokken karton. Met grote zorg hield hij de duiven op afstand: “Gaat wandelen! Vliegt op!” Een ander mannetje kwam aangelopen. Duidelijk een vriend. Hij gaf de verkoper een broodje. Een tweede broodje probeerde de vriend in de tas van de verkoper te stoppen, maar dat vond de verkoper toch echt te gek. De vriend wilde naast de verkoper op de bank komen zitten, maar daar stonden de schilderijen al. “Waarom wil je per se daar zitten? Dat is toch niet handig?” “Ja ja ja, het gaat wel. Kijk, ik kan toch gewoon zitten?” En met die woorden ging de vriend voor een schilderijtje op het randje van het bankje zitten. Tot overmaat van ramp ging de vriend de duiven voeren. Een grote vlucht duiven stortte zich op de kruimels brood aan de voeten van de vriend, waar ook de schilderijtjes stonden. “Waarom voer je ze hier? Dat is toch niet handig, zoals je dat doet? Je kan ze beter daar voeren, ver weg. Verder van de schilderijtjes.” foeterde de verkoper en de vriend deed aldus. De vlucht met duiven verdween naar de kruimels vijf meter schuin achter het bankje. Ver van de schilderijtjes. Dat was beter. En met de duiven uit het zicht was het mogelijk om onbekommerd wat sterks te gaan drinken. Daar kwam de wodkafles. De verkoper nam een flinke teug, hoestte en ontspande zichtbaar. Een andere vriend voegde zich bij het gezelschap. De schilderijtjes werden aan de kant geschoven en er was plek voor drie. Bekertjes kwamen uit de tas van de verkoper en de wodka werd verdeeld. Het was tijd voor vrienden en gezelligheid. De duiven roken hun kans. Steeds dichterbij kwamen ze en een enkele dappere duif waagde het over een schilderijtje te lopen. Elke slok wodka betekende meer vrijheid voor de duiven. Na drie slokken wodka was de verkoper geen verkoper meer en waren de schilderijtes fijne plekjes geworden om op te zitten of van af te zetten als je weg wilde vliegen. Als je duif was. Op dat moment vergaten zowel de verkoper als de duiven heel even de dagelijkse problemen.

Dag 2 – Verrassing (Lvov, UA)

Zoals met ongeveer alles in Oost-Europa was ook deze dag een dag vol ontdekkingen en onverwachte gebeurtenissen. We werden na een zalige nacht wakker in ons mooie kitcherige hotel in Polen. Tot zo ver niets vreemds. Dat er soep bij het ontbijt werd geserveerd wekte dan wel weer de verbazing. De prijs van het hotel was ook behoorlijk Oost-Europees (wat voor Polen toch steeds zeldzamer wordt), maar de luxe was dan ook weer Oost-Europees hoog (en nee, dit bedoel ik niet sarcastisch). Een man met een vlinderdasje hield onze noden in de gaten en een man in driedelig pak regelde de betaling en het uitchecken. Daarna gingen we met een zekere spanning richting de grens. Grenzen zijn fascinerend door hun willekeur en de consequenties van die willekeur. Zo was ook deze grens weer exemplarisch voor wat ik hier net zei. De overgang die we namen, namen we nu voor de derde keer. De eerste keer gingen we vanuit Oekraïne naar Polen in net onder twee uur. De tweede keer dat we gingen, reisden we van Polen naar Oekraïne en duurde het acht uur. Dus het was een kleine gok hoe lang het ons dit keer zou bezighouden. We gingen uit van het vervelendste scenario: acht uur. We hebben een record vandaag behaald.

Het begon bij de file voor de Poolse grens. En hier begon de eerste vorm van willekeur. Er stond zoals gewoonlijk een lange file. Achteraan in de rij stonden een Noor en een Duitser. Een gezond mens denkt dan: hier moet ik achter staan, want zij moeten ook de grens over. En hier onderscheidt de ervaren moeilijke-landen-reiziger zich van de toerist. Hoewel we niet claimen tot de eerste categorie te behoren, hadden we toch genoeg zelfvertrouwen om de lange file van Oekraïense auto’s en de Duitser en de Noor voorbij te rijden naar iets waar geen rij was. Normaal is dat hoogst verdacht in deze regionen, maar wij voelden ons gesteund door ons EU-paspoort. Want daar zit de ‘willekeur’: in of buiten de EU bepaalt de tijd van je grensovergang. Aangekomen op de plek waar we al zo vaak veel tijd hadden doorgebracht, werden we nu uiterst vlot geholpen door de Poolse douane (was nieuw). En mochten we vlotjes door naar de Oekraïense grens. Daar was ook al geen rij. En hoewel we met vier man in een auto zaten hoefden we dit keer niet alles uit te pakken (vorige keer wel), ging de paspoortcontrole wonderbaarlijk snel omdat een vrouwtje ons seinde naar een naar het leek gesloten loket. De heren stonden zelfs bijna te laat bij de controle. De douanecontrole was slechts een formaliteit (weer geen controle van de auto, terwijl schuin voor ons een busje alles mocht uitladen). Het ging zelfs zo snel dat we nog tijd hebben zitten verdoen door te wachten op een controle die niet kwam. Een douanemevrouw kwam ons verbaasd vertellen dat we mochten gaan, maar wij verbaasden waren nog zo in de waan dat dit moeilijk zou worden dat we dit amper konden geloven. Drie stempels en de grenscontrole was voorbij! Hoe dan, waar was ons vierde stempeltje, waar het eeuwige getreuzel, waar het kruisverhoor omdat niemand in Oekraïne snapt dat je naar hun land op vakantie wil, waar het uitladen en chaotisch opnieuw inruimen van de auto? We hadden zelfs voor deze gelegenheid ons handschoenkastje netjes opgeruimd. Maar nee hoor, in plaats daarvan waren we – inclusief verbazing – binnen dertig minuten de grens over.

Dit bracht wel een ander probleem met zich mee: we zouden te vroeg bij ons hotel komen, zelfs met een tijdszonecorrectie van een uur. Gelukkig deden ze daar niet moeilijk over. Voor de verandering vonden we ons hotel ook in een keer (terwijl het op een dvor zit). Hier werden we uiterst goed geholpen door een uiterst ijverig mannetje dat gewillig onze koffers naar boven tilde – blij uitroepend dat het harde koffers waren en hij daar erg blij mee was (de Oost-Europese service!). Honderd hryvnia later was ook onze auto veiliggesteld en kan nu hetzelfde mannetje extra suiker in zijn kasha doen (ook Oost-Europese service).

En toen was het tijd voor Lvov. Waar de gebroeders Karamazov al erg onder de indruk waren van Krakau (“Dit is wel de moeite waard”), waren ze dat van Lvov ook. De markt werd met de nodige interesse bekeken en een van de broeders heeft nu al gezien dat er te veel kerken zijn om te bekijken. Zo inschattend zijn het de lange kilometers wel waard geweest. Als afsluiter hebben we met een oude bekende gegeten in een Oekraïens restaurant. Omdat deze meneer een local is, kon hij ons nog wel wat meer laten zien. En zo stonden we bij zonsondergang te kijken over een mooie stad die zich het best laat omschrijven als ruwe bolster, blanke pit. Een verscholen kerkje en een tuintje met knuffels later kwamen we weer terug in het hotel. Een dag in Oost-Europa eindigt nooit zoals je van tevoren had gedacht.

Dag 1 – Haast (Rzeszów, PL)

Zoals al eerder vermeld zijn we vanmorgen om iets over drieën vertrokken. En wat gingen we als de brandweer. Als een geolied team dat al jaren met elkaar dezelfde reis aflegt, zo gesmeerd ging het. Om 11.00 waren we al tweehonderd kilometer en een grens verder dan gepland. En uiteindelijk liepen we zo ver voor op het schema dat we tijd over hadden om in Krakau wat te eten en een rondje door het centrum te lopen. En wat is het weerzien met Oost-Europa weer fijn en als vanouds. Dezelfde knackworstjes lagen alweer op ons te wachten bij het tankstation. Dezelfde weg direct na de Duitse grens was weer op dezelfde manier niet onderhouden. En dezelfde Polen hadden dezelfde haast als altijd – #drukken. Maar wij hebben weer dat vertrouwde gevoel van rust, reinheid en Oost-Europese choas. Wij hebben weer vakantie.

Vertrek (NL)

Zojuist (3:10) zijn we uit het mooie Berchem vertrokken in de richting van Berlijn. We hopen daar rond 12:00 aan te komen.

Voor de goede orde hebben we de kilometerstand maar even opgenomen:

Dag 5 – Berghem (NL)

De ochtend brak aan en we werden gewekt, of eigenlijk wakker gehouden, door de typisch Zwitserse koeienbellen. Wist u dat koeien helemaal niet slapen ‘s nachts? Het liefst staan ze onder je raam de zonnedans te doen zodat het sneller licht wordt.
Afijn, we waren er bijtijds bij zullen we maar zeggen. Toen we uit ons slaapkamerraam keken zagen we niet alleen de koeien met bellen, maar ook waar het hotel de naam Alpenblick vandaan had. Om ons heen bevonden zich bergen, gras, koeien en nog meer bergen. Toen we in de auto naar Luzern reden zagen we wat we door het donker gisteren niet konden zien: de wonderschone natuur van de Zwitserse Alpen. Langs het meer reden we naar Luzern en alleen dat was ons Zwitsers vignet al waard. Luzern zelf is een leuk stadje met een fenomenaal uitzicht op de bergen en het meer. Dat maakte dan de files om het paspoort op te halen weer goed. Rond een uur of twee gingen we dan toch naar huis rijden. Grenzen zijn normaal voer voor meer dan één blog en eindeloze verhalen in het bejaardentehuis. De Zwitserse grens niet. Mijn medereiziger zei droogjes dat dit de snelste niet-EU-grensovergang was die hij ooit zou ervaren. Ik moet hem hierin gelijk geven. Zelfs de grens tussen Kroatië en Slovenië was langzamer. En dat zijn beiden EU-landen…
We komen terug in Nederland dat de eerste tropische dag heeft meegemaakt en wij zijn blij dat we die gemist hebben. We hebben heerlijk weer gehad met een lekker briesje en we hebben ontzettend genoten van de reis zelf, Florence en alle nieuwe indrukken die we hebben opgedaan. Voor nu is het weer even klaar. Maar over een paar weken barst het feest weer los. Dan gaan we de echte Oekraïeners ontmoeten. Voor nu: arrivederci

Dag 4 – Luzern (CH)

We hadden nog wat tegoed, dus gingen we ‘s morgens op pad naar de Santa Maria del Carmine en de Duomo in Florence. De laatste bijvoeglijke bepaling is essentieel voor vandaag. Bij de Duomo stond alweer of nog steeds een lange rij en na een iets meer dan een uurtje mochten we gratiesj naar binnen. Daar troffen we – ik quote mijn partner in crime – “een vrij lege kerk” aan. Om een complete deceptie te voorkomen focusten we ons op de Italiaanse gotiek, de architectuur en de constructie van de koepel. Dat dat ook is waarom die kerk zo bijzonder is doet er even niet toe.

Nadat ook deze kerken van het lijstje konden, gingen we richting de auto. De uitgang was hoger dan de ingang, dus de dakkoffer kon blijven zitten (mind you, de dakkoffer was mee, vanwege “ja, Tess, ik wil dat gewoon een keer geprobeerd hebben”). Afijn, de Italiaanse garagewachter, die zou schreeuwen als het toch niet paste, was voor niets heel zenuwachtig voor zijn doorgang. En om twee uur reden we de stad uit richting het noorden. Het toeval wilde dat we onderweg twee Italiaanse meisjes tegenkwamen die op de snelweg even hun auto uitstapten en een tunnel gingen bekijken (zouden Oekraïners en Italianen aan elkaar verwant zijn?) en de weg Milaan kruiste. Laat daar nu ook een Duomo staan en laten wij daar nu ook voor sluitingstijd langskomen…

Wij zagen dat zich hier een kans voordeed die we moesten grijpen. De auto werd in een dakkofferproof-garage geparkeerd, het was vervolgens een metertje of 800 lopen en zes euro later stonden we in die andere Duomo. Deze voldeed wel aan de verwachtingen van de medereiziger, want deze kathedraal was verre van leeg.

Nu was het tijd om degene voor wie deze blog geschreven is even in verwarring te brengen. Wij gingen ondertussen weer naar onze auto terug en vervolgden onze weg naar het noorden. Tijdens onze reis zagen we een mooie waterval waar een dorp onder aan de voet lag. Daar kozen we een restaurantje en hebben we de gastheer vermaakt, want die genoot er zichtbaar van om zijn Engels te oefenen. Hoewel Zwitserland aan alle clichés voldoet, brak deze gastheer er een: hij maakte een rekenfoutje in de bon. Zijn excuses horen we nog steeds. In het donker zochten we onze weg naar het hotel om vol ongeduld te wachten op de ochtend zodat we dan konden zien langs welk schoons we in het duister gereden zijn.