Dag 8 – Anatomieles van Drs. De Mol-van Valen (Kąty Rybackie, PL)

Een van ons had zich een dag verteld, dus hadden we een dag langer op de schoorwal. Onze kleine Mol was al vroeg wakker, dus toen we een enig christelijk tijdstip hadden bereikt, ging de deur naar buiten met veel liefde en enthousiasme open in de hoop dat de kiezelstenen nog altijd hun magie niet verloren hadden.

De tactiek werkte, totdat door mamma een slak op de vlonder ontdekt werd. Onder het mom van een mini-biologieles werd de kleine Mol erbij geroepen. Het dier fascineerde inderdaad, maar ja, slakken zijn ook glibberig en, ehm, tja, eng? Om de slak terug te brengen naar veiliger regionen ging mamma op zoek naar een takje. Dat was iets te veel avontuur, dus de kleine Mol bleef alleen achter op de vlonder bij de slak, terwijl mamma wel twee hele meters wegliep om dat oh zo nodige takje te pakken. De paniek groeide. Dat mamma dat stokje dichtbij de slak durfde te houden was ongekend. Mamma’s arm moest vooral weg van dat Grote Gevaar. Meneer Slak viel daardoor op zijn rug en draaide in een wokkel tussen de planken van de vlonder, weg van het rumoer. De kleine Mol was er nu helemaal klaar mee vertrouwde het niet meer. Als de vlonder nog betreden werd, dan alleen op schoot bij mamma.

Tegen de tijd dat de moed verzameld was voor het grasveld, ontdekten we echter nog een slak op de trap van de vlonder naar het gras. Deze was alleen niet meer onder ons en bewoog dus ook niet meer. Desalniettemin bood de aanblik van dit kadaver genoeg afschuw om de trap te mijden en alleen met een grote boog en aan de hand van pappa en/of mamma voorbij te gaan.

Het was toen negen uur in de ochtend. En waar wij de hoop hebben dat peuters dingen snel vergeten, was dat hier toch niet het geval. Om vier uur in de middag werd de kadaver-slak nogmaals gesignaleerd en gebruld werd er.

Inmiddels hebben we ook die slak maar buiten het zicht gebracht en hopen we dat morgen weer alles zijn oude charme terugheeft.

Dag 7 – De kleine Hollander (Kąty Rybackie, PL)

De regio waar we verblijven heeft niet alleen een rijke Duitse en Poolse geschiedenis, ook wij kunnen er wat van. Gdańsk is een Hanzestad en de gidsen prijzen maar wat graag de Amsterdam style gevels aan. En eerlijk is eerlijk, hoewel de decoratie onhollands is, lijken de trapgevels wel degelijk geïnspireerd te zijn door de Nederlandse stijl van bouwen.

Maar ook het omringende land ademt Nederlandse sferen. De rechte rijen bomen, de sloten, de pestbosjes in de velden, en zien we daar een dijk? Jep, ook hier hebben we ons laten gelden. Zo’n haffenkust is behoorlijk moerassig, dus waarom alleen in graan en hout handelen, als je ook je kennis kunt uitventen. Verschillende boerderijen en gebouwen verwijzen in naam nog naar de Nederlanders die hier actief zijn geweest.

In de Mały Holender (de kleine Hollander) lezen we over het gebouw waarvan de fundamenten 300 jaar geleden al gelegd werden. De indeling inclusief de mooie voorkamer is nog intact even als sommige kleuren op de muur. In het restaurant kunnen we echte Hollandse prak eten. Er staat een soort stamppot op de kaart en het kindergerechtje is een klassiek avg’tje waarbij een derde van het bord met wortels is gevuld, een derde met gekookte aardappels en een derde met kip – alleen de dillesaus verraadt dat we in Oost-Europa zijn.

En wat kunnen we zeggen over het mennonietengerecht dat ook nog op het menu stond? Die mensen kwamen niet alleen uit Duitsland, maar zeker ook uit Nederland en Vlaanderen. Sterker nog, we waren hier met zoveel dat we het Haffenduits dat hier ooit naast het Pruisisch werd gesproken hebben beïnvloed. Hoewel de taal hier is uitgestorven, wordt er gezegd dat die bij de diaspora die tegenwoordig vooral in Canada en de VS te vinden is nog steeds terug te horen is.

En onze eigen kleine Hollander? Die vond het avg’tje maar niets.