Een van ons had zich een dag verteld, dus hadden we een dag langer op de schoorwal. Onze kleine Mol was al vroeg wakker, dus toen we een enig christelijk tijdstip hadden bereikt, ging de deur naar buiten met veel liefde en enthousiasme open in de hoop dat de kiezelstenen nog altijd hun magie niet verloren hadden.
De tactiek werkte, totdat door mamma een slak op de vlonder ontdekt werd. Onder het mom van een mini-biologieles werd de kleine Mol erbij geroepen. Het dier fascineerde inderdaad, maar ja, slakken zijn ook glibberig en, ehm, tja, eng? Om de slak terug te brengen naar veiliger regionen ging mamma op zoek naar een takje. Dat was iets te veel avontuur, dus de kleine Mol bleef alleen achter op de vlonder bij de slak, terwijl mamma wel twee hele meters wegliep om dat oh zo nodige takje te pakken. De paniek groeide. Dat mamma dat stokje dichtbij de slak durfde te houden was ongekend. Mamma’s arm moest vooral weg van dat Grote Gevaar. Meneer Slak viel daardoor op zijn rug en draaide in een wokkel tussen de planken van de vlonder, weg van het rumoer. De kleine Mol was er nu helemaal klaar mee vertrouwde het niet meer. Als de vlonder nog betreden werd, dan alleen op schoot bij mamma.
Tegen de tijd dat de moed verzameld was voor het grasveld, ontdekten we echter nog een slak op de trap van de vlonder naar het gras. Deze was alleen niet meer onder ons en bewoog dus ook niet meer. Desalniettemin bood de aanblik van dit kadaver genoeg afschuw om de trap te mijden en alleen met een grote boog en aan de hand van pappa en/of mamma voorbij te gaan.
Het was toen negen uur in de ochtend. En waar wij de hoop hebben dat peuters dingen snel vergeten, was dat hier toch niet het geval. Om vier uur in de middag werd de kadaver-slak nogmaals gesignaleerd en gebruld werd er.
Inmiddels hebben we ook die slak maar buiten het zicht gebracht en hopen we dat morgen weer alles zijn oude charme terugheeft.



