Het werd tijd voor het allergrootste labyrint ter wereld. Ja dames en heren, we hebben het hier over het Hermitage. Het boekje met de plattegrond is op zich wel duidelijk, maar de disclaimer die erbij staat ook: “De route kan aangepast zijn.” En het is maar goed dat die disclaimer op de plattegrond staat, want de Russen leggen een grote ijver aan de dag om trappen deels af te sluiten (een verdieping omhoog kan wel, nog een verdieping niet dus moet je het hele paleis door voor een andere trap), kamers dicht te doen (waardoor je je route weer terug moet lopen in plaats van door te kunnen lopen) of een ingang met tourniquetjes midden in de logische looproute te plaatsen (je ticket kan maar één keer gescand worden dus je moet via een andere verdieping omlopen). Goed, heb je dit overleefd, dan krijg je er wel wat voor terug: De verloren zoon van Rembrandt, opgravingen uit Siberië en Centraal Azië, het oorspronkelijke winterpaleis van de tsaren en de inmiddels onvermijdelijke groepen met mensen met een Oost-Aziatische afkomst. We hebben niets tegen onze oosterse medemens, het zijn er alleen wat veel tegelijk. Het Hermitage is erg groot (duh, Russisch), dus er is ruimte zat voor iedereen die het zou willen bezoeken (ook met deze aantallen groepen). Maar die groepsreizen zorgen voor benauwende pieken aan bezoekers. Bij vlagen kom je niet door die ene lange gang die je per se door moet omdat dat ene trappenhuis in de linker achterhoek dicht is, omdat daar een stuk of vijf groepen à vijftig toeristen per groep stil staat voor een een of ander schilderij. Toen we uiteindelijk in een uithoek van het museum kwamen, we veel gezien hadden, de route grofweg tweeënhalf keer hadden gelopen vanwege afsluitingen (Russisch of toeristisch) en onze voeten pijn deden, zagen we dat een vrouwtje dat de zaal in de gaten moest houden opzichtig op haar paarse horloge keek: het was op dertig minuten na sluitingstijd. Steeds meer vrouwtjes zagen we in de startblokken zitten om het museum schoon te vegen en om stipt zes uur was het zo ver: “Zes uur, museum gaat dicht. Naar buiten!” Ook mensen die geen Russisch kunnen begrijpen dit. Voor mensen die dit toch niet begrijpen roept een mannetje met luide doch duidelijke stem in het Russisch: “Uitgang!” En dan wil je wel naar buiten. Zo stond met ons een grote groep bezoekers om drie minuten over zes buiten, labyrint of niet.
Morgen zoeken we ook weer de uitgang, maar dan bij de Estisch-Russische grens. In onze laatste Russische uren is er nog genoten van de lange schemering die hier is en het mooie licht dat dat voor foto’s geeft. Ons vermoeden is dat de gebroeders Karamazov bij thuiskomst hun eigen Hermitage aan foto’s kunnen aanleggen.







Aangekomen bij een kapel waar een vrouwenkoor achter de iconostasis zong, zagen we een geestelijke. Nu zie je die in een kloostercomplex wel vaker, maar vandaag waren die mensen als honing in de drukte. Ook deze meneer werd belaagd door mensen die een zegen, gebed of advies wilden. De man was praktisch ingesteld en gaf een van de vrouwen een zakje. Meteen stonden er nog meer mensen omheen. Er zaten hosties in en die moesten uitgedeeld worden. De geestelijke liep in alle rust weg. We vervolgden onze weg naar de grotten (vandaar de naam Holenklooster) via een prachtig uitzicht op Kiev. Bij de grotten kochten we een kaarsje en we doken het krappe gangenstelsel in. In colonne kropen we door het stelsel, af en toe opgehouden door iemand die een relikwie, icoon of heilige moest kussen. Op een kruispunt van een aantal gangen zat een geestelijke mensen de aardse weg te wijzen. Dit was natuurlijk een goed moment om een nietsvermoedende Nederlandse toeriste te gaan uithoren over Nederland, wat hij trouwens alleen kende als Holland – meneer uit het openluchtmuseum, luistert u mee? Hij was er nooit geweest, maar het leek hem mooi. En wat goed dat we hier waren. Al het goede gewenst.
Toen we dit totaal niet veilige avontuur hadden overleefd was het tijd om te eten. Er was keuze uit een stolovaja die warm was en vol met geestelijken zat of een stolovaja met uitzicht, bijna geen andere mensen en een fris windje. Een ervaren reiziger denkt: de drukst bezochte is het veiligst, maar bij ons won de warmte het van de voedselveiligheid. We hoopten dat de drukte bij een van de kerken afgenomen zou zijn en wilden deze nog aan het eind bezoeken. Toen we de bocht naderden leek het even alsof de rij korter was, maar toen we de bocht om waren bleek niets minder waar. De drukte van vanmorgen had zich netjes geordend in een enorm lange rij en deze was nog niet geslonken. Toen maar een kerk minder bekeken, op zondag. De tijd voor het avondeten diende zich aan en we streken neer bij varenichnya. Hier hadden we een serveerster die haar geluk niet op kon omdat er een buitenlander was die Russisch sprak. Gelukkig, dit zijn de mensen voor wie we elk jaar naar Oekraïne afreizen: gastvrij, vriendelijk, bereid om je te helpen. Zo kennen we het land en de mensen. Laten we hopen dat ze zo blijven, ondanks alle veranderingen.