Dag 16 – Overdaad (Sint-Petersburg, RUS)

Het werd tijd voor het allergrootste labyrint ter wereld. Ja dames en heren, we hebben het hier over het Hermitage. Het boekje met de plattegrond is op zich wel duidelijk, maar de disclaimer die erbij staat ook: “De route kan aangepast zijn.” En het is maar goed dat die disclaimer op de plattegrond staat, want de Russen leggen een grote ijver aan de dag om trappen deels af te sluiten (een verdieping omhoog kan wel, nog een verdieping niet dus moet je het hele paleis door voor een andere trap), kamers dicht te doen (waardoor je je route weer terug moet lopen in plaats van door te kunnen lopen) of een ingang met tourniquetjes midden in de logische looproute te plaatsen (je ticket kan maar één keer gescand worden dus je moet via een andere verdieping omlopen). Goed, heb je dit overleefd, dan krijg je er wel wat voor terug: De verloren zoon van Rembrandt, opgravingen uit Siberië en Centraal Azië, het oorspronkelijke winterpaleis van de tsaren en de inmiddels onvermijdelijke groepen met mensen met een Oost-Aziatische afkomst. We hebben niets tegen onze oosterse medemens, het zijn er alleen wat veel tegelijk. Het Hermitage is erg groot (duh, Russisch), dus er is ruimte zat voor iedereen die het zou willen bezoeken (ook met deze aantallen groepen). Maar die groepsreizen zorgen voor benauwende pieken aan bezoekers. Bij vlagen kom je niet door die ene lange gang die je per se door moet omdat dat ene trappenhuis in de linker achterhoek dicht is, omdat daar een stuk of vijf groepen à vijftig toeristen per groep stil staat voor een een of ander schilderij. Toen we uiteindelijk in een uithoek van het museum kwamen, we veel gezien hadden, de route grofweg tweeënhalf keer hadden gelopen vanwege afsluitingen (Russisch of toeristisch) en onze voeten pijn deden, zagen we dat een vrouwtje dat de zaal in de gaten moest houden opzichtig op haar paarse horloge keek: het was op dertig minuten na sluitingstijd. Steeds meer vrouwtjes zagen we in de startblokken zitten om het museum schoon te vegen en om stipt zes uur was het zo ver: “Zes uur, museum gaat dicht. Naar buiten!” Ook mensen die geen Russisch kunnen begrijpen dit. Voor mensen die dit toch niet begrijpen roept een mannetje met luide doch duidelijke stem in het Russisch: “Uitgang!” En dan wil je wel naar buiten. Zo stond met ons een grote groep bezoekers om drie minuten over zes buiten, labyrint of niet.

Morgen zoeken we ook weer de uitgang, maar dan bij de Estisch-Russische grens. In onze laatste Russische uren is er nog genoten van de lange schemering die hier is en het mooie licht dat dat voor foto’s geeft. Ons vermoeden is dat de gebroeders Karamazov bij thuiskomst hun eigen Hermitage aan foto’s kunnen aanleggen.

Dag 15 – Buitengewoon (Tsarskoye Selo, RUS)

Voor de verandering was het weer fris en een beetje winderig. Maar dat was alleen maar fijn als je een flinke wandeling wil maken bij het Tsarendorp. Nog een kleine toelichting: het Tsarendorp (Tsarskoye Selo op z’n Russisch) omvat de vroegere buitenverblijven van de tsaren. Het ligt dan ook even buiten Sint-Petersburg (24 kilometer om precies te zijn) en is goed te bereiken met de auto en als je geluk hebt met de marshrutka. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de frontlijn tussen Tsarskoye Selo en het toenmalige Leningrad dat door de Duitsers omsingeld en uitgehongerd werd. De frontlijn lag dichter bij Tsarskoye Selo dan bij Sint-Petersburg, dus heeft het zeer te lijden gehad onder het geweld en plunderingen. Tot op de dag van vandaag is men bezig met restaureren. Wie denkt dat de Russen hun tijd nemen en er erg lang over doen: bedenk even dat dit paleizen zijn (dus duur om op te knappen, alles marmer zeg maar) en dat dit Russische paleizen zijn (dus enorm veel en groot om op te knappen, de ramen van de eerste verdieping beginnen op een meter of tweeënhalf).

Dat gezegd hebbende, hier gingen we dus naartoe. En met ons hele Chinese volkstammen. We vermoeden inmiddels dat Moskou en Sint-Petersburg genoemd zijn in de Chinese variant van de Lonely Planet. Om eventueel het Catharinapaleis te bezoeken (het Alexanderpaleis wordt dus nog gerestaureerd), moet je een kaartje voor de tuin kopen en dan in de tuin moet je een kaartje voor het paleis kopen. En zo creëren de Russen hun geliefde rijen. Twee keer. De rij voor het paleis was echter zelfs voor de meest bekwame rijenstaander te ontmoedigd, dus besloten we het bij de tuinen te houden. En dat was maar goed ook, want ook de tuinen zijn Russisch qua afmetingen. Met een koele bries waai(er)den we het terrein over. Het voordeel van dit Russische weer is wel dat de tuinen er groen en fris bijliggen. Maar ook dat de Oezbeekse vrouwtjes er een dagtaak aan hebben om de bloemen en struikjes tot op de millimeter nauwkeurig bij te knippen. Onder toeziend oog van een Russische bewakersmannetje.

Dag 14 – Onverstoorbaar (Sint-Petersburg, RUS)

Een land als Rusland breekt alle records en waarom ook niet als je zo veel oppervlakte hebt. Alles is er groot. En dus ook Sint-Petersburg. Voor degenen die het gemist hebben: Sint-Petersburg, ook wel SPB voor intimi, is in 1703 gesticht door Peter de Grote en is geïnspireerd op Amsterdam. Maar dan wel in de Russische uitvoering. Dus dat betekent een stadscentrum van heb ik jou daar. En alles is oud en natuurlijk is alles interessant. Dus we hadden van te voren een stadswandeling uitgestippeld waar we een uur of twaalf over hebben gedaan. En dan heb je nog niet alles gezien (ik quote: “Tessa, we lopen verkeerd.” “Nee hoor.” “Jawel, want daar zie ik een kerk en daar gaan we nu niet heen.”). Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat we niet alles hebben gewandeld: Lang leve de metro van SPB. En hier is het moment om mijn excuses aan te bieden aan iedereen die achter ons heeft gelopen of gaat lopen: Sorry voor het stil staan in het looppad, maar jullie metrostations blijven indrukwekkend en helemaal voor die drie technische heren die in dit reisgezelschap verkeren.

Versperring of niet, we kwamen met de metro bij het Alexander Nevskiklooster. Het is zondag en er was een dienst gaande. Nu is dat in een klooster niet per se een causaal verband, maar ons kwam het goed uit. Hier kwamen weer een aantal typische situaties voorbij. Bijvoorbeeld, elke kerk heeft een vrouwtje dat de kaarsen bij de iconen een beetje netjes houdt. Zij heeft zodoende ook alle kennis in huis over de precieze hangplekken van die iconen. Een kerkganger vroeg aan zo’n vrouwtje wat van die informatie. Het dametje was echter bezig de kaarsen te fatsoeneren en eerlijk is eerlijk, als je met vuur bezig bent heeft dat alle aandacht nodig. Niet gestoord door enige vraag van de kerkganger maakte ze haar klusje af om de beste man daarna te wijzen op een icoon die letterlijk om het hoekje naast de icoon hing waar zij bezig was met fatsoeneren en waar de man geduldig op haar wachtte. Wat verder opviel was het grote aantal mannen dat in de kerk aanwezig was. Normaal is de verhouding 80 tot 90 procent vrouw, de rest man (vaak in kerkelijke dienst). Hier was het gelijkelijk verdeeld. Het hoge aantal mannen had ook tot consequentie dat er meer dan gemiddeld geestelijken aanwezig waren en dat betekende een strenger bedekt-hoofdbeleid. Dus werd een vrouw er op een vrij basale en onpolitieke manier gewezen dat zij net drie stappen na de ingang haar hoofd nog niet had bedekt. Dezelfde geestelijke maakte ook de weg vrij voor een andere geestelijke die met de wierook de kerk rondging. Dit deed hij op dezelfde duidelijke manier zullen we maar zeggen. De geestelijke met de wierook die erachteraan hobbelde zwaaide onverstoord driftig met de wierook. En wie denkt dat ze alle tijd hebben in zo’n klooster en met diensten die gerust ruim twee uur duren, heeft het mis. Het tempo zat er bij de heren flink in. Hoe lang we bij die dienst hebben gezeten om dit te observeren? Hooguit een kwartier. Dat is het fijne van Rusland: het is altijd haar eerlijke en ongecompliceerde zelf.

Dag 13 – Herinnering aan Rusland (Sint-Petersburg, RUS)

Denkend aan Rusland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle berkenbomen
als hoge pluimen
aan de einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de datsja’s
verspreid door het land,
oerbossen, dorpen,
geknakte dennen,
kerken met uien
in een groots verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van de wind
met zijn eeuwige koude
gevreesd en gehoord.

Dag 12 – Middelpunt van macht (Moskou, RUS)

Goed, pijnstillers deden een soort van hun werk, als ze zin hadden. Dus vol goede moed vatten de heren hun tripje naar het mausoleum van Lenin aan. Tot groot verdriet van een van de gebroeders Karamazov moest hiervoor een bezoekje aan het kerkje op de hoek vroegtijdig afgebroken worden. Maar daar stond dan een geconserveerde Lenin tegenover. Nog voor openingstijd was zelfs de Grote Leider bereid om in de rij te gaan staan (!). En daar aangekomen bleek: het is de hele dag dicht want er wordt een parade voorbereid. Je verwacht het ook niet in Rusland.

Dan maar naar de Arbat. Daar liep iemand uit het leger rond die hetzelfde miste als een van de broeders Karamazov en die daar wel de humor van inzag. Russen vallen best mee qua stugheid…

Om twee uur wachtte het Kremlin op ons. Omdat we alleen nog met een Spaanstalige tour mee konden hebben we dat maar gedaan. Zo konden we toch nog naar binnen. Eerlijk is eerlijk, op zich was het Spaans redelijk te volgen. Het Kremlin is groot en goud. En vol met mensen uit omgeving China (en vanwege de parade ook met het Jeugdleger en dat is precies dat wat je je voorstelt bij een Russisch jeugdleger). Op dat moment zijn de gebouwen van het Kremlin toch niet zo groot van binnen als ze van buiten lijken. Bij een kerk werd Mrs. De Mol bijna ondersteboven gelopen door een deel van een Chinese groep met achterstand die bang was de Chinese rondleidgroep tussen al die andere (Chinese) groepen kwijt te raken. En toch was zij niet te missen, daar zij boven al die mensen uitstak (zonder te dollen). Bij een andere kerk wilde een Chinees ventje voordringen. Helaas voor hem stond ook hier Mrs. De Mol in de weg. Zie ook andere blogs voor bewijs, maar in de rij staan is een werkwoord en deze dame is er zeer bekwaam in. Het ventje werd door middel van de internationale en alom begrepen gebarentaal (Nederlanders in het Bolsjoj Theater uitgesloten) duidelijk gemaakt dat dit een rij was en hij achteraan diende te sluiten. Wat hij ook deed. Gelukkig helpen hier ook de Russische dametjes (die ook in elke zaal van het Hermitage zitten) die als ware opzichtsters de in- en uitgang overzien en de orde met ijzeren hand handhaven. De helft van ons vond het Kremlin prachtig, een kwart vond het kitsch en een ander kwart vond het allemaal wel prima, mooie kerken, maar wat is het toch koud.

P.S.: Mocht u een inkijkje willen in het functioneren van de Oekraïense politiek op een humoristische manier: op Netflix staat een serie Servant of the people (misschien is er een VPN nodig om die in Nederland te kunnen zien). Het verhaal gaat over een geschiedenisleraar die tot president van Oekraïne wordt gekozen. Het is wat over the top, maar het is heel herkenbaar. En de hoofdrolspeler heeft sinds april een nieuwe baan: hij is gekozen. Tot president van Oekraïne…

Dag 11 – Kieskeurig (Moskou, RUS)

Het werd een bijzondere dag. De Grote Leider, Mr. De Mol, had namelijk kiespijn en de Nederlandse tandarts dacht dat de kies verloren was en raadde ons aan om maar even langs een Russische tandarts te gaan om de kies te laten trekken. En zo begon de dag. Eigenlijk zouden we met z’n allen naar het Tretjakov gaan voor een tentoonstelling over de schilder Repin, maar in plaats daarvan werden de twee gebroeders met een route en instructies op weg geholpen en wij begonnen met een jacht op een tandarts die ons kon helpen. De gebroeders genoten van de wandeling naar het Tretjakov, wij genoten van allerlei varianten van wachtmuziek en terwijl de broeders de verkeerde ingang namen en daardoor een stukje rij afsneden, vonden wij een tandarts die ons om half vijf kon helpen en die Engels sprak (bij medische dingen toch fijn). De gebroeders genoten van de tentoonstelling en wij van de chocolaatjes die we bij de thee bij de tandarts kregen. Nog voor half vijf werd meneer geholpen bij de tandarts en een foto en wat getik op de kies later, mochten we betalen: 2000 roebeltjes (delen door 70) en we kregen medicijnen, advies (“de vorige tandarts heeft het niet goed gedaan”), een vertaling, thee en chocolaatjes en een geruststelling: de kies hoefde niet getrokken te worden, er zit een flink gaatje onder de vulling van de kies en dat mag in Nederland goed gerepareerd worden.

En toen was het half zes. Hadden we al verteld dat we om zeven uur in het Bolsjoj Theater werden verwacht en dat Moskou een freaking grote stad is…

Nou ja, dat dus. Gelukkig kwamen we op tijd bij het theater, waar het ontzettend druk was. Schuin voor ons liepen Nederlanders die werkelijk elke stap om in het theater te komen fout deden: ze stonden bij de verkeerde ingang, spraken geen Russisch en begrepen dus niet waar ze wel naartoe moesten. Bij de veiligheidscheck liepen ze meteen door (nooit, maar dan ook echt nooit, een meneer met een uniform negeren bij dit soort dingen). En bij de garderobe probeerden ze voor te dringen bij ons. De meneer van de garderobe vrat dat niet en brieste in vrij duidelijk Russisch dat ze ergens anders naartoe moesten. Dit Russisch begrepen ze natuurlijk niet en het Russisch-Engelse Njekst was natuurlijk ook vreemd, maar met een bruusk handgebaar konden ze er niet meer omheen: hun jassen moesten ergens anders hangen worden en die van ons waren goed bevonden om nog wel bij deze meneer in behandeling te worden genomen.

Toen we bij onze plekken aankwamen zat er een gezinnetje voor ons. Op zich was dat geen probleem maar de mevrouw kon niet stil zitten en dat was irritant. Maar hé, als je op een balkon in het Bolsjoj zit en kijkt naar het mooiste ballet dat er is, waarom zou je dan nog zeuren?

Gerards kies dacht er anders over…

Dag 10 – (On-)russisch (Moskou, RUS)

Ik maakte dezelfde fout als de Duitsers in 1941. Ik vertrok in de zomer naar Moskou met zomerkleding, want ik zou voor de winter weer terug zijn. Helaas viel de winter ook dit jaar vroeg, want op 31 juli 2019 was het nog maar 11 graden in Moskou. Anders dan de Duitsers liep ik een plaatselijke H&M in en kwam ik met een winterjas weer buiten. Zo overleefde ik de kou in de Russische hoofdstad.

Verder is het weer onrussisch nat. Het regent veel, wat vooral plaatjes met uitorens en dreigende luchten oplevert. Het zorgt er ook voor dat het oversteken van het Rode Plein ruim een uur duurt, want er zijn zoveel mooie plaatjes te schieten.

Zenuwslopend veel foto’s werden ook van de Loebjanka genomen. Voor de mensen die dit niets zegt: hier zat de Russische geheime dienst met alle gevolgen van dien. Ook vandaag stond er een geheimzinnig mannetje onder een boom met een cape ons angstvallig in de gaten te houden. Tijd om de camera maar weer weg te stoppen en verder te lopen…

Dag 9 – Boven verwachting (Moskou, RUS)

Met bijna 3000 kilometer op de teller naderen we de metrische helft van onze reis. De reis van vandaag droeg hieraan bij. We vertrokken van de Russische grens naar Moskou, een reis van iets minder dan 600 kilometer. De wegen waren goed begaanbaar en het landschap varieerde van velden tot de karakteristieke berkenbossen. Hoewel het beeld leeft dat Rusland vlak is, voerde onze reis door een glooiend landschap. Bij Ryl’sk doet het zelfs denken aan Zuid-Limburg. Langs de weg staan soms hier en daar wat mensen die paddenstoelen, aardappels of watermeloenen verkopen. We kwamen ook nog een onderdeel van het Russische leger tegen dat in een dalletje een schietoefening ging doen. Hoe dichter we Moskou naderen, hoe minder oud de vrachtwagens worden. Oude Lada’s blijf je tot aan het Hermitage zien leert de ervaring. Zelfs op de tolweg kwamen we nog fietsers tegen. We zijn dit keer geen enkele keer aangehouden – ondanks dat we meer dan het dubbele aan politie op onze wegen zagen. Wat de meer ervaren Ruslandgangers niet meer opvalt, maar de gebroeders zeer terecht opmerkten is dat er overal in Rusland wel tankstations en bushaltes te vinden zijn. Mocht je een tankstation missen, dan is dat niet meteen een ramp. Voor een uitgestrekt en bij vlagen verlaten land als Rusland is dat goed geregeld.

Laat ik hier ook even gebruik maken van de gelegenheid om een opmerking te plaatsen over de Russen zelf. Russen hebben de naam nors te zijn en politiek gezien vinden de meeste mensen Rusland maar eng. De man die het hotel in Ryl’sk bestierde wilde heel graag weten wat ‘dankjewel’ in het Nederlands was en de volgende bedankte hij ons. In het Nederlands. Dezelfde man was ook ontzettend geïnteresseerd in ons en zorgde dat ons niets tekort kwam. En dit was geen standaard hotelgastvrijheid. Een juffrouw bij de benzinepomp hielp ons netjes en zei een paar keer sorry, omdat ze een koffie van onze bestelling had gemist. De beheerder van ons appartement in Moskou kreeg het voor elkaar af te dingen bij de parkeerwachter zodat onze auto nu niet alleen op een afgesloten terrein staat, maar nu ook voor de prijs van vier nachten in plaats van vijf dagen geparkeerd is. Uiteraard zijn er norsere Russen (die hebben we vandaag nog gezien bij de tolpoortjes), maar we kennen de Russen ook als hierboven: mensen die open staan voor je, beleefd zijn en met je mee willen denken.

Aangekomen bij Moskou hebben we nog even de tijd gedood in een gruwelijk duur winkelcentrum (met vieze of heerlijke chocolade’melk’, ligt eraan wie je het vraagt) zodat we de avondspits zouden vermijden. Toen die voorbij was reden we de futuristische skyline van de hoofdstad van Rusland tegemoet. Bijna foutloos reden we langs de Moskva en het Kremlin naar ons appartement. In hartje centrum zitten we meer dan goed de komende dagen.

Dag 8 – Grensverleggend (Ryl’sk, RUS)

Na het Holenklooster gingen we via het Maidanplein naar ons appartement. Hier brachten we de laatste uren in Oekraïne door. Er werd gedanst, gezongen en geflyerd. Oekraïne straalt hoop en energie uit en het deed ons denken aan het schrille contrast met Chisinau. De jeugd is in Oekraïne actief en gemotiveerd en dat is de toekomst.

Wij gingen ondertussen op weg naar de Grote Buurman. Na een voorspoedige reis kwamen we aan bij de grens. Het was kwart voor elf toen we aansloten in de rij. De Oekraïense grens ging relatief makkelijk: twee koffers openmaken en dat was het. Een gekocht atlasje uit de Sovjettijd wekte de belangstelling, maar de zes doosjes thee eigenlijk nog meer. De douanier kon werkelijk niet bedenken wat je daar nu mee moest. Gelukkig was hij snel zijn verbazing te boven en mochten we door. Daar kwam de Russische grens. We stonden achter iemand uit Transnistrië. Dit was een risico, want de papieren van deze mensen worden door geen enkel land erkend, zelfs niet door Rusland. Dit kon dus óf heel lang duren, óf juist bij ons heel snel gaan omdat ze de Transnistrische auto dan al grondig hadden uitgeplozen. Maar eigenlijk ging ook dit relatief snel. De paspoortcontrole was zo gepiept. De douanecontrole duurde iets langer, maar dat lag niet aan ons. De procedure is namelijk als volgt: men neme twee formulieren, waarvan er eentje in tweevoud ingevuld moet worden. Op deze formulieren staat alles wat je ook voor je visumaanvraag hebt moeten invullen, alles van je paspoort en alles van je kentekenbewijs. Alles is in het Russisch en je moet naast de lijntjes ook nog additionele informatie verstrekken over je kilometerstand. Als je dit met de hand hebt ingevuld en hebt ingeleverd, gaat er een mannetje of drie naar kijken en het invoeren in de computer. Dik een uur later is dan ook de douanecontrole voltooid en je auto tijdelijk geïmporteerd in Rusland. Al met al duurde deze grens iets meer dan vier uur: om 13.57 waren we dan toch echt in Rusland. En het regende.

Ons hotel ligt een uurtje rijden van de grens. We hebben hier in 2017 ook geslapen en dat was ons goed bevallen. De gastheer is erg vriendelijk en wil ons erg graag helpen (we hebben z’n nummer om te kunnen Whatsappen…). Hij wil graag een paar woordjes Nederlands leren en maant ook z’n dochter om goed op te letten: “Talen leren is goed voor je” en dat kunnen we natuurlijk alleen maar beamen. Tussen neus en lippen door vertelt hij ook over het dorp.

Het hotelletje ligt in het dorp Ryl’sk. Dit is een dorp van iets meer dan 16.000 zielen. Aan de rivier de Seym is een klein strandje waar je heerlijk kunt zwemmen. We zagen een moeder daar ook haar kleintje leren zwemmen, maar die laatste vond het water maar niets. Vlakbij de rivier is een park waar kinderen leren lopen, meisjes met een bluetoothspeaker de laatste hits meezingen en in de winter ijshockey in een ring gespeeld kan worden. De plaatselijke boekenruilkast was leeg tot grote verbazing van een beteuterde peuter. Teruglopend naar het hotel zien we zo’n karakteristieke melkwagen. Een ventje van een jaar of zes staat opgewonden te wachten. Moeder tilt hem op en hij mag mee de ronde maken in de vrachtwagen. Hij kon niet blijer zijn. Kinderen zijn overal hetzelfde. Ook Russische kinderen.

Dag 7 – Rust? (Kiev, UA)

Zondag, rustdag. Dus we togen naar het Holenklooster. Maar we waren niet de enige. Sterker nog, we hebben het nog nooit zo druk ergens gezien in überhaupt Oekraïne. Op het centrale plein van het kloostercomplex werd een openluchtdienst gehouden en het terrein was bezaaid met bloemen en dranghekken. Hier kwam de moderne tijd samen met de tradities: de orthodoxe dienst, de rituelen, de kleding en de speakers, een klein festivalpodium en een vrouwtje dat tijdens de dienst in haar ene hand een mobiele telefoon hield en belde en in haar andere hand een icoon en een waskaarsje. Die vrouw staat wat ons betreft symbool voor de geloofsbeleving in Oekraïne. De dienst liep ten einde en een luid langdurig klokkenspel maakte dat officieel duidelijk (ze hebben wel rythme daar). Een gemiddeld liefhebber van de beiaard kon hier misschien wel van genieten (terwijl ik dit schrijf weet ik dat er een iemand is die héél blij is dat ze niet mee is). Het einde van de dienst betekende ook dat de bloemen niet meer nodig waren. Hier is even wat extra uitleg voor nodig: in de voormalige Sovjet-Unie zijn bloemen heel belangrijk. Het aantal per boeket vertelt een boodschap, bij zo goed als elk metrostation is minimaal een stalletje met bloemen (vaak het grootste stalletje) en deze landen staan hoog in de lijstjes met landen die bloemen importeren. Kortom bloemen zijn hier wat bij ons chocolaatjes zijn: troostvoer of een gebaar van dankbaarheid. Goed, bedenk dus nu dat er bloemen gratis beschikbaar kwamen op de heiligste plek in Oekraïne. Die bloemen wil je toch? Nee, die moet je hebben! Tel hier de drukte bij op… Een bruidsboeketje weggooien aan het eind van de bruiloft is er niets bij. De vrouwen die zojuist nog vroom baden vochten nu bijna om de bloemen. En dat op een plaats van gebed. Enkele minuten later werd A. Karamazov aangetikt door een dametje dat graag op de foto wilde. Kon hij een foto maken? Ze had een bosje met de bloemen. We liepen verder het complex door. Onderweg werd Mrs. De Mol voor de vijfde keer in het Russisch (!) aangesproken door iemand die praktische informatie nodig had. Maar ja, als je je hoofd bedekt moet houden lijkt iedereen op elkaar en dus Oekraïens. Denken we.Aangekomen bij een kapel waar een vrouwenkoor achter de iconostasis zong, zagen we een geestelijke. Nu zie je die in een kloostercomplex wel vaker, maar vandaag waren die mensen als honing in de drukte. Ook deze meneer werd belaagd door mensen die een zegen, gebed of advies wilden. De man was praktisch ingesteld en gaf een van de vrouwen een zakje. Meteen stonden er nog meer mensen omheen. Er zaten hosties in en die moesten uitgedeeld worden. De geestelijke liep in alle rust weg. We vervolgden onze weg naar de grotten (vandaar de naam Holenklooster) via een prachtig uitzicht op Kiev. Bij de grotten kochten we een kaarsje en we doken het krappe gangenstelsel in. In colonne kropen we door het stelsel, af en toe opgehouden door iemand die een relikwie, icoon of heilige moest kussen. Op een kruispunt van een aantal gangen zat een geestelijke mensen de aardse weg te wijzen. Dit was natuurlijk een goed moment om een nietsvermoedende Nederlandse toeriste te gaan uithoren over Nederland, wat hij trouwens alleen kende als Holland – meneer uit het openluchtmuseum, luistert u mee? Hij was er nooit geweest, maar het leek hem mooi. En wat goed dat we hier waren. Al het goede gewenst.Toen we dit totaal niet veilige avontuur hadden overleefd was het tijd om te eten. Er was keuze uit een stolovaja die warm was en vol met geestelijken zat of een stolovaja met uitzicht, bijna geen andere mensen en een fris windje. Een ervaren reiziger denkt: de drukst bezochte is het veiligst, maar bij ons won de warmte het van de voedselveiligheid. We hoopten dat de drukte bij een van de kerken afgenomen zou zijn en wilden deze nog aan het eind bezoeken. Toen we de bocht naderden leek het even alsof de rij korter was, maar toen we de bocht om waren bleek niets minder waar. De drukte van vanmorgen had zich netjes geordend in een enorm lange rij en deze was nog niet geslonken. Toen maar een kerk minder bekeken, op zondag. De tijd voor het avondeten diende zich aan en we streken neer bij varenichnya. Hier hadden we een serveerster die haar geluk niet op kon omdat er een buitenlander was die Russisch sprak. Gelukkig, dit zijn de mensen voor wie we elk jaar naar Oekraïne afreizen: gastvrij, vriendelijk, bereid om je te helpen. Zo kennen we het land en de mensen. Laten we hopen dat ze zo blijven, ondanks alle veranderingen.