Dag 6 – Venetië (I)

Het thuisfront was dolenthousiast toen bleek dat we dus naar Venetië gingen. Er werd een heuse tour langs alle honderden kerken voorgesteld. Hoewel we het aanbod erg waardeerden, hebben we het bij een dagje gehouden.

We hadden ons opgemaakt voor een dure parkeerplaats, hordes toeristen en de eindeloze gedachte wat doe ik hier.

Daar kwam echter een onverwacht voordeel van de coronaepedemie om de hoek kijken. We konden namelijk parkeren op het eiland en aan alles was te zien dat Venetië normaal meer toeristen verwerkt. Voor ons heel fijn, voor een hoop Italianen niet. Rijen rondvaartboten en gondola’s lagen werkloos aan de kant te wachten. Een gondolameneer zat in een gondola wanhopig te wachten op toeristen. De toeristen op het bruggetje zagen alleen een mooi authentiek instagrammomentje en gingen foto’s van hem maken. We hebben nog nooit iemand zo verdrietig zien kijken.

Het rook er trouwens in Venetië ziltig en naar chloor. Die eerste hadden we kunnen bedenken, die tweede was wat onverwachts. De visjes vonden het echter prima. Onder het oog van een oplettende toerist zwommen ze lekker door het heldere, schone en rustige water.

Wij manouvreerden echter soepeltjes en met geruime afstand van de andere toeristen door het oude centrum (zonder gondola, want sorry, 80 euro per uur hebben we er nog steeds niet voor over).

Waarschijnlijk gaan we nu een aantal mensen schokken, maar eigenlijk, tsja, hoe zeg je dat, was Venetië een beetje – ehm – ‘underwhelming’. Ja, je ziet grachten en Italiaanse huisjes en bruggetjes, maar dat is het dan ook. Op een of andere manier hadden we net een beetje meer vavavoem verwacht of zo. Oké, de San Zaccaria was wel heel mooi, maar toch…

We trokken naar de andere eilanden. Murano, Burano, San Giorgio. Allemaal rustig en heerlijk om doorheen te lopen. De dag eindigden we samen met monniken op San Giorgio met een uitzicht op de povere verlichte stad. Ja, Venetië was mooi, het kan van de bucketlist.

O ja, als je zelf gaat: nu is het er heel rustig. Veel is wel open en de trappen aan de kades zijn glad en het water dat daarop die trappen ligt is nat en groen. Doe er je voordeel mee…

Dag 5 – San Boldo (I)

Voor de verandering hadden we vandaag geen behoefte om iets te ondernemen. Het gaf ons de gelegenheid om onze ervaringen en waarnemingen te herkauwen en onze conclusies hier te delen.

Zo is het hier geoorloofd om met alarmlichtjes stil te staan op een rotonde om de weg even op te zoeken, maar is het hier ook gebruikelijk om zonder knipperlicht de rotonde te verlaten (ook al staat er op elke hoek van elke rotonde een instructie om dit met knippertje te doen)

De San Boldopas wordt gereguleerd met stoplichten, want de pas is te smal voor tweerichtingsverkeer. Toch zien verschillende mensen dit als de perfecte plek om te wielrennen.

De berm is een verlengde van de weg. In alle opzichten.

Er bestaat een dilemma: overal slecht internet of helemaal geen internet dan wel 4g-bereik al naar gelang of je provider er zin in heeft.

Officieel moet je overal kunnen pinnen vanwege corona. Een steekproef leert ons echter dat er wellicht iets ‘moet’ maar dat dat niet gelijk staat aan ‘kan’.

Recently renovated is nog steeds recently als het nog geen veertig jaar geleden is (en dit gaat niet over een kerk, maar over ons huisje).

Een gasoven is exotisch en spannend.

De San Boldopas kun je nemen met 70 kilometer per uur en heftruckhandje. Het is alleen wat spannend voor de bijrijder.

Wolken zijn mooi op deze hoogte (±700 meter boven zeespiegel) en ze doen gekke dingen omdat we bij een pas zitten.

We zitten maar een uurtje rijden van Venetië en dat maakt de ene helft van ons een beetje angstig en de andere helft enorm opgewonden…

Dag 4 – Belluno (I) – San Boldo (I)

We hadden dus niets voorbereid, naar een grote wens van een van ons twee, zodat we eens ‘spontaan konden reizen’ wat echt super handig is in 2020. En zo belandden we in San Boldo. Wisten wij veel… Onze gastheer in Belluno werd alleen wild enthousiast toen we hem over onze bestemming vertelden.

Na een paar haarspeldbochten naar boven (wist je dat er vier verschillende soorten Fiats in een zo’n bocht op een weghelft passen?), kwamen we aan in een schattig dorpje met mooi uitzicht. Niet heel spannend, wel mooi. En geen internetbereik. Toen gingen we boodschappen doen.

En toen bleek dat onze straat de laatste afslag is voor een indrukwekkende bergpas met een stuk of zes tunnels, 18 haarspeldbochten en een fantastisch uitzicht op de vallei die erachter ligt. En in die vallei liggen alle wijngaarden die de beste prosecco produceren (volgens onze gastheer). Tsja, toen begrepen we zijn enthousiasme wel…

Licht onderzoek (zwaarder trekt het internet hier niet) maakt de San Boldopas nog interessanter, omdat deze pas in slechts drie maanden is aangelegd in opdracht van het Oosterrijks-Hongaarse leger in 1918. Aan de andere kant van de pas vond de slag bij Vittorio Veneto plaats die an sich redelijk bepalend is geweest voor de afloop van de Eerste Wereldoorlog. En oh ja, Vittorio Veneto was ook het bisdom van een een of andere Albino Luciani…

Dag 3 – Merano (I) – Belluno (I)

De afstanden zijn niet indrukwekkend. Zeker niet voor wat we gewend zijn. We hebben eerlijk gezegd ook geen grotere voorbereiding getroffen dan het doornemen van de coronamaatregelen. Dus toen we vanuit Merano vertrokken was het min of meer toevallig dat we langs het turquoise blauwe Carezzameer reden. De omvang van de voorzieningen verraadt dat dit in normale tijden erg toeristisch moet zijn. Maar afgezien van een aantal Italianen met maltezertjes en kleine vuilnisbakjes was het relatief rustig.

We vervolgden onze weg door de Dolomieten waar we stom toevallig door de geboorteplek van Albino Luciani reden. We kennen iemand die dit waarschijnlijk verbijsterd gaat lezen. Maar het was dat we langs een bordje reden en de plaats die op Wikipedia stond overeenkwam met onze locatie…

De route zelf was prachtig. De bergen groots en imposant, de beekjes het tegenovergestelde. Een kleine subtiele opmerking over droogte is hier wel op zijn plaats.

Uiteindelijk kwamen we na een aantal tussenstops bij wat watervalletjes, uitzichtpunten en een supermarkt met siësta in Belluno. Dit dorp ligt zeer letterlijk aan de rand van het nationale park van de Dolomieten. De bergen stoppen daar ook redelijk abrupt (voor eventjes dan).

We waren te vroeg op onze slaapplaats en de gastheer zelf was te laat. Maar in gebroken Engels legde de meneer uit wat we waar konden vinden. De kennis en wil van de gastheer om Engels te spreken is hier het vermelden waard, want toen een van ons nieste (degene van wie je het verwacht, was het niet!) en daarop door een oud vrouwtje aangesproken werd, kwam er meteen een standje dat diegene geen Italiaans kon. Waarop de zenuwen hem noopten om in het Duits te antwoorden… De oude man die erbij zat zei echter rustig Auf wiedersehen!

Dag 2 – Weißenhorn (D) – Merano (I)

Voer voor de blog over onze reizen naar Oost-Europa dient zichzelf altijd aan. Je hoeft er weinig voor te doen om een blog te vullen en dan nog blijven er zat onvertelde verhalen over die de blog niet halen. Als we dan op zo’n reis door Duitsland rijden haalt Duitsland het vaak dus niet eens op de blog. Te braaf, te onabsurd.

Stiekem zijn we dan ook naar Italië afgereisd om toch die Oost-Europese vibe op te doen. We missen die namelijk een beetje.

Maar om daar te komen moet je dus eerst door Duitsland en Oostenrijk en die landen zijn tamelijk georganiseerd en iedereen houdt zich aan de bedachte structuur. Dachten we.

We kwamen in Duitsland echter nog langs kasteel Neuschwanstein en omdat we tijd zat hadden zijn we er maar even langs gereden. Laten we het erop houden dat we bij dat kasteel weer werden bepaald bij het gebrek aan toeristen in Oost-Europa.

Nadat we ons uit de toeristenkluwen hadden geworsteld (wat nou, reisbeperkingen door corona), reden we naar Oostenrijk. Het land lag er even idyllisch bij als normaal, maar door corona hebben we inmiddels onze eigen variant van hoofd-schouders-knie-en-teen: mondkap-handgel-pinpas-en-id. Dit kwartet helpt je door alle wisselende coronaregels.

De naleving van de geldende regels is trouwens ook nog een bron van fascinatie. Inmiddels hebben we op de meest vreemde plekken maskers zien zitten, we hebben mensen handjes zien schudden en was het nu een meter, anderhalve meter of twee meter afstand houden? Maakt niet uit, niemand houdt zich aan de stickers op de grond. En dan zijn we nog in Duitsland en Oostenrijk…

Gelukkig hoef je geen mensen te zien. Een tussenstop bij een verstopt strandje aan de Inn of bij de verdronken kerktoren in het Resiameer maakt een hoop goed.

Het is namelijk rustig in Noord-Italië. Erg rustig. Rust gebruiken we normaal als graadmeter om wel of niet een restaurant in te gaan. Een rustig restaurant is dubieus, een vol restaurant zal wel goed zijn. Maar dat helpt ons dit keer niet. Terwijl we dat in Italiaanse restaurants dit toch een belangrijke graadmeter vinden…

Volgens Google zaten we in het beste restaurant van de stad, maar we waren de enigen. Verder ging het er herkenbaar aan toe. De ober had geen zin in zijn werk, de menukaart was uitgebreid, maar de helft was er niet en alles was tweetalig behalve het personeel. Het eten was er tot onze beider geruststelling gelukkig goed. We zijn in Italië…

Dag 1 – Beverwijk (NL) – Weißenhorn (D)

Hoewel het een roerig jaar is, vonden we het nog niet roerig genoeg en beginnen we gewoon weer een nieuw avontuur. Dit avontuur begon in Beverwijk. Beverwijk, zegt u?

Ja, de Calcobiel moest ingeleverd worden en dat kon alleen in Beverwijk of met een zakje geld. Wij konden wel een betere bestemming voor dat geld bedenken dus togen we in de vroegte naar Beverwijk. De auto werd gewogen en goed bevonden en zo begon dus de vakantie.

Van de winter waren we aan het bedenken waar de locatie van ons nieuwe avontuur zou moeten zijn. Canada kwam voorbij, maar met het oog op het naderende afscheid van de Calcobiel was dat niet handig. We gingen uiteindelijk voor een trip richting Servië en Zuid-Tirol. We zouden bijna gaan boeken en toen kwam corona…

Alle vakantieplannen gingen maar de isolatie-ijskast in. De lente kwam, de zomer kwam, de lockdown ging en wij ontdooiden onze plannen. De grenzen naar het verre Oosten bleven helaas dicht. Het eerste coronaproof plan werd Normandië. Lekker naar Mont Saint-Michel zonder veel toeristen (een van de zwaarwegende redenen om normaal naar Oost-Europa te gaan). Zuid-Tirol bleef ondertussen lonken. Twee weken voor ons vertrek liepen de coronacijfers in Bretagne en Normandië toch weer op en in Noord-Italië bleven ze laag…

En zo zitten we nu in de Kosmonauto op weg naar ons oorspronkelijke vakantieplan – zonder Servië (we komen de volgende keer weer!)…

Dus laat uzelf virtueel meenemen op onze vakantie. Benvenuto!

Dag 20 – (Berghem, NL)

Aan alles komt een eind en ook deze vakantie is over. Voorspoedig reden we onze laatste kilometers met een eindstand van 6130 kilometer. We komen thuis en de kerkklok slaat twaalf uur. Net voor de zondag thuis. Zoals alle andere blogs was ook deze weer verre van compleet (het verhaal dat P. Karamazov BJ de grens zonder papieren even terugliep naar Litouwen om even naar de toilet te kunnen ontbreekt bijvoorbeeld (nooit, maar dan ook echt nooit doen!)). We hopen dat we toch een goede indruk hebben kunnen geven. We hebben een compleet fotoarchief aan kunnen leggen ter grootte van het centrale museum van het Hermitage. Dus u bent van harte uitgenodigd als u nog meer verhalen en fotomateriaal wilt horen en zien. Voor nu is het weer even klaar. Do vstrechi!

Dag 19 – Grensgeval (Kaliningrad, RUS)

Het onvervalste stukje Sovjet dus. Eerst een kleine opfrisser: Kaliningrad is een Russische exclave (enclave buiten het eigen land zeg maar) in Europa. Ja, u leest het goed: boven Polen, links naast Litouwen ligt een stukje Rusland. Sinds kort is het vrijgegeven voor e-visa. Dat betekent: een gratis visum, geen uitnodiging, snel reactie. Een laagdrempelige manier om Rusland in te komen. Waarom dan Sovjet hoor ik u denken? Dit stukje Rusland is lang afgesloten geweest, ook voor Russen zelf. Dit deel is namelijk Duits geweest en na de Tweede Wereldoorlog is het opgeëist door de Russische Sovjets die hier decennia lang hun militaire bases hadden om de hoek van Denemarken. Alleen met hele speciale vergunningen mochten de Russen het gebied in, buitenlanders mochten hier niet eens van dromen. Ondertussen hadden de Russen die het daar voor het zeggen hadden alle Duitsers verdreven of laten verdwijnen en hetzelfde gebeurde met de stad Koningsbergen, het huidige Kaliningrad. De ‘oude’ kerk (opgebouwd na de oorlog) die er nu nog staat is vrijwel het enige gebouw in de wijde omtrek dat herinnert aan de Duitse geschiedenis. Lang was deze geschiedenis ook taboe, maar de Duitsers die verdreven zijn komen vandaag de dag terug om naar ‘hun’ stad te kijken. De Russen zien toch meer brood in dit toerisme dan in dit stilzwijgen en zodoende is er vandaag de dag weer hier en daar ruimte voor Duitse dingetjes. Dit gebied is dus nu (sinds 1 juli) vrijgegeven voor e-visa. Hier moesten we natuurlijk naartoe en het lag ook nog op de route. Jeejj!

We bogen vanuit Riga af naar het zuiden en daarna naar het westen. Bij Klaipeda (aan de Litouwse kust) namen we het pontje. Dan begint hier de topografische opfrisser. De Oostzee is de zee die grenst aan Kaliningrad en de Baltische staten. Dit is een bijzonder gebied. Het zeewater is namelijk niet zout maar brak, waardoor de bomen tot aan de kust groeien. Daarnaast zijn er door de stroming en wind zogenaamde schoorwallen en haffen ontstaan (voor mijn collega’s: haf met een ‘f’ en lidwoord ‘het’). De schoorwal is een soort duinenrij in zee en het haf is het water wat erachter ligt. In totaal zijn er in de zuidelijke bocht van de Oostzee drie grote haffen met elk een landgrens eroverheen. In het Koerse haf mondt de rivier de Memel uit en dit is de grootste haf van de drie. Hier ligt een nationaal park en ‘toevallig’ kruiste onze route dus dit haf. Het pontje bij Klaipeda bracht ons naar het noordelijke puntje van de schoorwal en vanaf daar was het rechtdoor rijden (iets anders kan ook niet, want het is een smal gebied).

Het weer was prachtig (dreigende luchten, zon, lekker temperatuurtje) en de natuur mooi. Halverwege het haf stuitten we op de Litouws-Russische grens. Het was wat drukker dan verwacht maar in drie uur waren we eroverheen. Het e-visa werkte, we waren in het oblast Kaliningrad. Deze kant van het park was minder verzorgd, maar niet minder mooi. Een uurtje of twee en een vos, kraanvogels (?) en wat zwanen later waren we dan in de stad Kaliningrad. Waar in Riga de geschiedenis stopte in 1940, begint die van Kaliningrad in 1945. Strikt genomen klopt dat ook, maar het blijft toch wel vreemd om oude Duitse foto’s te zien van het oude centrum en dan nu de grauwe Sovjetflats te zien. Zelfs het oude stratenplan is niet intact gelaten. Het frappante is dat de Russen er ruiterlijk voor uitkomen dat het oude Koningsbergen in geen enkel opzicht lijkt op het huidige Kaliningrad, maar over de oorzaak van dit contrast blijft het angstvallig stil.

In een nep Duits vakwerkhuis dronken we onze laatste zure fruitthee (o, wat gaan we dat missen) en het was tijd om naar Polen te rijden. Laat ik hier dan ook van de gelegenheid gebruik maken om de naam van Oekraïne en Rusland te zuiveren als het aankomt op douanecontroles. Dit zijn niet de landen die het moeilijkst doen (oke, we waren blij dat we onze e-visa hadden geprint (leuke paradox)). Deze landen weten wat ze willen en doen dit op een soort van efficiënte manier. De Polen daarentegen…

De Polen werken niet echt scrum zeg maar. Ze werken met plukjes auto’s die in een keer allemaal naar voren moeten komen. Wat ze verder doen is ons nog steeds een raadsel. Feit blijft dat dit onze een na langste grensovergang werd waarvan de Polen ruim drie uur en driekwartier voor hun rekening namen, waar de Russen maar drie kwartier nodig hadden. Over schrille contrasten gesproken. Na deze dag lag ons bed in Gdansk toch wel erg lekker.

Dag 18 – Van de kaart (Riga, LV)

Voor de verandering regende het vandaag. Tot een uur of acht ‘s avonds. Gelukkig hadden we paraplu’s en zijn we niet van suiker. Dus gewapend met paraplu’s en niet-waterdichte schoenen gingen we de oude stad van Riga in. De eerste en allernoodzakelijkste stop was een winkel waar kaarten worden verkocht. Niet zo maar kaarten, maar wegenkaarten van het Republiek van Buryatya of Dagestan bijvoorbeeld. Of militaire Sovjetkaarten van Berghem. Dat werk zeg maar. Daar moesten we natuurlijk langs. Bijkomend voordeel was dat het in die winkel waarschijnlijk droog was. Nog lang niet uitgekeken moesten we verder, de regen weer in. Volgende stop was het museum van de geschiedenis van Riga en navigatie. Ook in die combinatie. Gezien het bovenstaande kunt u misschien wel raden waar we het meest naar uitkeken. Juist, maar de Letten vinden hun geschiedenis belangrijker. Dus was er anderhalve verdieping gewijd aan geschiedenis, twee zalen aan modelschepen en een zaal en een hal aan lokale beroemde mensen en een Letse Simon van Gijn. Saillant detail: de geschiedenis van Riga stopt in 1940 volgens dit museum… In elke zaal zat een vrouwtje wat mij tot het volgende brengt. Officieel zijn we dus in Europa en dat is te merken. Maar toch zijn er kleine subtiele dingen waaraan je merkt dat dit toch ook een beetje Oost-Europa is. Bijvoorbeeld zo’n vrouwtje in elke museumzaal en de rondleidingen die op zo’n dodelijk saaie manier gegeven worden dat je je afvraagt of de gids nog zin heeft in het leven. Of dat je je bijvoorbeeld door 12 bladzijdes drank heen moet worstelen voor drie regels non-alcoholische dranken op de menukaart. Of regenpijpen die meegeverfd worden met de huizen, die groot zijn en afwateren op de stoep. Of auto’s op de weg in allerlei staten van ontbinding. Ach, het is maar goed dat we nog niet alles ontwend zijn. Morgen hopen we namelijk nog een stukje onvervalst Oost-Europa tegen te komen.

Dag 17 – Baanbrekend (Riga, LV)

De dag dat we het vaste land van Rusland moesten verlaten brak aan. Nog maar 125 kilometer scheidde ons van de Europese Unie. Op 8 kilometer van de Russisch-Estische grens werden we staande gehouden: “Paspoorten graag!”. Het bleek een voorcontrole van de grenscontrole. Natuurlijk. Gelukkig slaagden we met vlag en wimpel en mochten we door naar het echte werk. Nou ja, dat viel tegen. We hebben nu ook weer een record verbroken. Gaat u ervoor zitten. Of eigenlijk, bespaar u de moeite want tegen de tijd dat u zit, zijn wij al de grens overgestoken. We klokten 45 minuten! Het spannendste moment was het moment dat de mevrouw van de douanecontrole aan de Russische kant onze registratie van ingang van Rusland niet kon vinden (wel onze andere registraties want ze leek een paar keer onder de indruk). Als ze die registratie meteen had gevonden, was deze grens nog sneller dan de grens van Polen-Oekraïne gegaan. Waar gaat het toch heen? Grenzen horen in vergelijking met hun willekeur hopeloos gecompliceerd te zijn. De Estische grenscontrole was zo mogelijk nog rustiger. We hadden niet eens tijd om van het uitzicht op de brug over de grensrivier Narva met haar twee forten te genieten. 45 minuten, meer konden we er niet van maken. Omdat het zo snel ging konden we ons een tussenstop permitteren. Het werd Tallinn. Onder het genot van het zonnetje dat even tussen de buien door scheen aten we onze lunch op het prachtige en oude Raadhuisplein. Ons parkeerkaartje verliep en dit was ook het startsein voor de regen, de buien dienden zich weer aan. De reis naar Riga verliep voorspoedig. Hier en daar hebben we de Oostzee al gezien en inmiddels is ook de zon weer doorgebroken. Een graad of 23 zorgt ervoor dat we eindelijk weer zonder jas over straat kunnen, maar ook dat we niet compleet wegzweten.Riga betekent ook een einde aan de mannetjes, niet zelf mogen tanken, lekkere thee, spookrijdende politie met zwaailichten (op de doorgaande weg in Moskou…), goedkoop eten, nog goedkopere brandstof, koepeltjes, Cyrillisch en een einde aan de heerlijke Russische logica. We zijn weer in het Westen (“Maar Estland is mooier”). Of toch niet…