Dag 4 – Wegpiraat (Kiev, UA)

Vandaag reden we van Lvov naar Kiev. Een reis van zo’n zes uur als je geen tussenstops zou hebben en niet om de kuilen heen zou moeten rijden. Ik heb er al vaker over geschreven, maar ook dit keer was de weg – de snelweg wel te verstaan – bevolkt met paard en wagens, veulentjes, spontane wegwerkzaamheden, koeien, bellers achter het stuur, putten, putten die boven het wegdek uitsteken, politie-met-zwaailicht-terwijl-er-niets-aan-de-hand-is, fietsers, een stepper, oude Russische auto’s, wegwerkzaamheden die out of the blue verschijnen, verdekt opgestelde politie, vage tankstations, een boertje in opleiding van een jaar of acht (inclusief twijg als hoedersstaf), gestaakte wegwerkzaamheden, politie die mensen aanhoudt, mensen die niet fatsoenlijk kunnen rijden en wandelaars. Kortom het is weer een klein wonder dat iedereen heel aangekomen is.

Ook dit keer vonden we ons onderdak in een keer. Degene die ons de sleutel moest geven vond het moeilijker. Binnen “twintig” minuten was ze er. Een Hollandse drie kwartier na aankomst konden we dan toch echt de boel uitpakken en ons gaan settelen in Kiev. Volgens onze gids gaat de tour van morgen door, dus over 24 uur zouden de geigertellers moeten uitslaan als iemand ze tegen ons aanhoudt.

Dag 3 – Beslommeringen II (Lvov, UA)

Achter de Poolse kerk is een boekenmarkt. Naast allerlei boeken worden er ook allerlei historische snuisterijtjes verkocht. Sovjetemblemen, partijkaarten, SS-rijbewijzen, holsters, u roept de meest politiek incorrecte artefacten die u kunt bedenken en ze hebben het of ze weten waar je het kunt krijgen. De aanwinst van de dag is een stratenboek van de USSR uit 1991, een paar maanden voor de USSR ophield met bestaan. Het mooiste detail uit dit boekje: de symbooltjes oor de tankstations met extra symbooltjes voor de tankstations waar je ook aan je auto kan klussen. De boekverkopers probeerden een van de twee broers in z’n beste Duits te helpen en gaf uit dankbaarheid nog een klein boekje over Lvov mee. Een ander stalletje verkocht een uiterst geestig kinderboek over een mol in de stad. Ook dat boek mag om allerlei toponymische redenen niet ontbreken in onze boekenverzameling.

Na de boekenmarkt wilde A. Karamazov graag de klokkentoren van het raadhuis beklimmen. De klokkentoren bevindt zich in het gemeentehuis op het marktplein. De lift gaat tot de derde verdieping en daarna was het nog vierhonderd treden omhoog klimmen. Tijdens de overgang van lift naar trap dwaal je door het gemeentehuis, wat op zich al een belevenis is. Op de terugweg naar de lift waren we dus door de lange gang aan het dwalen toen een ambtenaar ons aansprak: wat deden we hier. Nou ja, we waren op zoek naar de lift maar eerst eigenlijk naar een herentoilet. Dat was zeker aanwezig maar wel een verdieping lager en het vrouwtje wees ons de trap aan. We bedankten haar en kregen prompt een reprimande: spreek toch Oekraïens!

Tsja, als zij geen Engels kan en wij geen Oekraïens, dan blijft de enige gemeenschappelijke taal Russisch. Heel vervelend voor de connotatie bij de Oekraïeners, maar eerlijk is eerlijk: alleen in omgeving Lvov en in de Karpaten spreekt een meerderheid zuiver Oekraïens. De rest komt niet verder dan half Russisch en half Surzhyk, een Russisch-Oekraïense mengtaal. Het is de eerste keer dat we in Oekraïne zo’n reactie krijgen. En eerlijk gezegd verbaast het een beetje. Ja, het is logisch dat de een hekel hebben aan de Russische Russen, maar een derde van de Oekraïense bevolking is etnisch Russisch en heeft niets te maken met de onrust in het oosten. Gelukkig beseffen de meeste Oekraïners dit of zijn ze te pragmatisch voor principes. Tot nu toe is de meerderheid van de Oekraïeners die we tegenkomen vooral opgelucht dat ze geen Engels hoeven te praten met ons.

Ook in boekwinkels worden principes vrij snel zichtbaar. Een boekhandel die we bezochten verkocht alleen Oekraïense boeken, maar hier en daar stond een Russisch boek verdekt opgesteld. Toen ik daar vorig jaar vroeg of ze van een Oekraïens boek ook een Russische vertaling hadden werd ik aangekeken alsof ik om chocola in een slagerij had gevraagd. Een houder van en stalletje in een voetgangerstunnel was daarentegen erg verbaast toen we hem vroegen of zijn uitgaves van Asterix en Obelix in het Russisch of Oekraïens waren. Nee, natuurlijk in het Russisch. Logisch toch?

Dag 3 – Beslommeringen I (Lvov, UA)

Op een bankje naast de Poolse kerk zat een mannetje. Zo’n typisch oud, Sovjetmannetje. Hij zat daar met een dik boek op schoot in het niets te staren. Zijn gezicht lichtte op: daar kwam zijn compagnon, een even oud mannetje in een nette pantalon en een jasje. Met een koffer en een sporttas kwam hij aangesjokt en hij ging naast zijn oude kameraad zitten. Hij pakte het dikke boek van zijn vriend en begon erin te lezen. Na drie alinea’s had hij een vraag en startte een levendige discussie. Een klein kwartiertje later stond de een op en liep weg met de sporttas en de oude kameraad bleef achter. Voldaan bleef hij op het bankje met het dikke boek zitten, starend in het niets. Met een koffer.

Op het bankje ernaast zat ook een mannetje. Dit mannetje probeerde kunst te verkopen. Van die zelfgeschilderde schilderijtjes op kromgetrokken karton. Met grote zorg hield hij de duiven op afstand: “Gaat wandelen! Vliegt op!” Een ander mannetje kwam aangelopen. Duidelijk een vriend. Hij gaf de verkoper een broodje. Een tweede broodje probeerde de vriend in de tas van de verkoper te stoppen, maar dat vond de verkoper toch echt te gek. De vriend wilde naast de verkoper op de bank komen zitten, maar daar stonden de schilderijen al. “Waarom wil je per se daar zitten? Dat is toch niet handig?” “Ja ja ja, het gaat wel. Kijk, ik kan toch gewoon zitten?” En met die woorden ging de vriend voor een schilderijtje op het randje van het bankje zitten. Tot overmaat van ramp ging de vriend de duiven voeren. Een grote vlucht duiven stortte zich op de kruimels brood aan de voeten van de vriend, waar ook de schilderijtjes stonden. “Waarom voer je ze hier? Dat is toch niet handig, zoals je dat doet? Je kan ze beter daar voeren, ver weg. Verder van de schilderijtjes.” foeterde de verkoper en de vriend deed aldus. De vlucht met duiven verdween naar de kruimels vijf meter schuin achter het bankje. Ver van de schilderijtjes. Dat was beter. En met de duiven uit het zicht was het mogelijk om onbekommerd wat sterks te gaan drinken. Daar kwam de wodkafles. De verkoper nam een flinke teug, hoestte en ontspande zichtbaar. Een andere vriend voegde zich bij het gezelschap. De schilderijtjes werden aan de kant geschoven en er was plek voor drie. Bekertjes kwamen uit de tas van de verkoper en de wodka werd verdeeld. Het was tijd voor vrienden en gezelligheid. De duiven roken hun kans. Steeds dichterbij kwamen ze en een enkele dappere duif waagde het over een schilderijtje te lopen. Elke slok wodka betekende meer vrijheid voor de duiven. Na drie slokken wodka was de verkoper geen verkoper meer en waren de schilderijtes fijne plekjes geworden om op te zitten of van af te zetten als je weg wilde vliegen. Als je duif was. Op dat moment vergaten zowel de verkoper als de duiven heel even de dagelijkse problemen.

Dag 2 – Verrassing (Lvov, UA)

Zoals met ongeveer alles in Oost-Europa was ook deze dag een dag vol ontdekkingen en onverwachte gebeurtenissen. We werden na een zalige nacht wakker in ons mooie kitcherige hotel in Polen. Tot zo ver niets vreemds. Dat er soep bij het ontbijt werd geserveerd wekte dan wel weer de verbazing. De prijs van het hotel was ook behoorlijk Oost-Europees (wat voor Polen toch steeds zeldzamer wordt), maar de luxe was dan ook weer Oost-Europees hoog (en nee, dit bedoel ik niet sarcastisch). Een man met een vlinderdasje hield onze noden in de gaten en een man in driedelig pak regelde de betaling en het uitchecken. Daarna gingen we met een zekere spanning richting de grens. Grenzen zijn fascinerend door hun willekeur en de consequenties van die willekeur. Zo was ook deze grens weer exemplarisch voor wat ik hier net zei. De overgang die we namen, namen we nu voor de derde keer. De eerste keer gingen we vanuit Oekraïne naar Polen in net onder twee uur. De tweede keer dat we gingen, reisden we van Polen naar Oekraïne en duurde het acht uur. Dus het was een kleine gok hoe lang het ons dit keer zou bezighouden. We gingen uit van het vervelendste scenario: acht uur. We hebben een record vandaag behaald.

Het begon bij de file voor de Poolse grens. En hier begon de eerste vorm van willekeur. Er stond zoals gewoonlijk een lange file. Achteraan in de rij stonden een Noor en een Duitser. Een gezond mens denkt dan: hier moet ik achter staan, want zij moeten ook de grens over. En hier onderscheidt de ervaren moeilijke-landen-reiziger zich van de toerist. Hoewel we niet claimen tot de eerste categorie te behoren, hadden we toch genoeg zelfvertrouwen om de lange file van Oekraïense auto’s en de Duitser en de Noor voorbij te rijden naar iets waar geen rij was. Normaal is dat hoogst verdacht in deze regionen, maar wij voelden ons gesteund door ons EU-paspoort. Want daar zit de ‘willekeur’: in of buiten de EU bepaalt de tijd van je grensovergang. Aangekomen op de plek waar we al zo vaak veel tijd hadden doorgebracht, werden we nu uiterst vlot geholpen door de Poolse douane (was nieuw). En mochten we vlotjes door naar de Oekraïense grens. Daar was ook al geen rij. En hoewel we met vier man in een auto zaten hoefden we dit keer niet alles uit te pakken (vorige keer wel), ging de paspoortcontrole wonderbaarlijk snel omdat een vrouwtje ons seinde naar een naar het leek gesloten loket. De heren stonden zelfs bijna te laat bij de controle. De douanecontrole was slechts een formaliteit (weer geen controle van de auto, terwijl schuin voor ons een busje alles mocht uitladen). Het ging zelfs zo snel dat we nog tijd hebben zitten verdoen door te wachten op een controle die niet kwam. Een douanemevrouw kwam ons verbaasd vertellen dat we mochten gaan, maar wij verbaasden waren nog zo in de waan dat dit moeilijk zou worden dat we dit amper konden geloven. Drie stempels en de grenscontrole was voorbij! Hoe dan, waar was ons vierde stempeltje, waar het eeuwige getreuzel, waar het kruisverhoor omdat niemand in Oekraïne snapt dat je naar hun land op vakantie wil, waar het uitladen en chaotisch opnieuw inruimen van de auto? We hadden zelfs voor deze gelegenheid ons handschoenkastje netjes opgeruimd. Maar nee hoor, in plaats daarvan waren we – inclusief verbazing – binnen dertig minuten de grens over.

Dit bracht wel een ander probleem met zich mee: we zouden te vroeg bij ons hotel komen, zelfs met een tijdszonecorrectie van een uur. Gelukkig deden ze daar niet moeilijk over. Voor de verandering vonden we ons hotel ook in een keer (terwijl het op een dvor zit). Hier werden we uiterst goed geholpen door een uiterst ijverig mannetje dat gewillig onze koffers naar boven tilde – blij uitroepend dat het harde koffers waren en hij daar erg blij mee was (de Oost-Europese service!). Honderd hryvnia later was ook onze auto veiliggesteld en kan nu hetzelfde mannetje extra suiker in zijn kasha doen (ook Oost-Europese service).

En toen was het tijd voor Lvov. Waar de gebroeders Karamazov al erg onder de indruk waren van Krakau (“Dit is wel de moeite waard”), waren ze dat van Lvov ook. De markt werd met de nodige interesse bekeken en een van de broeders heeft nu al gezien dat er te veel kerken zijn om te bekijken. Zo inschattend zijn het de lange kilometers wel waard geweest. Als afsluiter hebben we met een oude bekende gegeten in een Oekraïens restaurant. Omdat deze meneer een local is, kon hij ons nog wel wat meer laten zien. En zo stonden we bij zonsondergang te kijken over een mooie stad die zich het best laat omschrijven als ruwe bolster, blanke pit. Een verscholen kerkje en een tuintje met knuffels later kwamen we weer terug in het hotel. Een dag in Oost-Europa eindigt nooit zoals je van tevoren had gedacht.

Dag 1 – Haast (Rzeszów, PL)

Zoals al eerder vermeld zijn we vanmorgen om iets over drieën vertrokken. En wat gingen we als de brandweer. Als een geolied team dat al jaren met elkaar dezelfde reis aflegt, zo gesmeerd ging het. Om 11.00 waren we al tweehonderd kilometer en een grens verder dan gepland. En uiteindelijk liepen we zo ver voor op het schema dat we tijd over hadden om in Krakau wat te eten en een rondje door het centrum te lopen. En wat is het weerzien met Oost-Europa weer fijn en als vanouds. Dezelfde knackworstjes lagen alweer op ons te wachten bij het tankstation. Dezelfde weg direct na de Duitse grens was weer op dezelfde manier niet onderhouden. En dezelfde Polen hadden dezelfde haast als altijd – #drukken. Maar wij hebben weer dat vertrouwde gevoel van rust, reinheid en Oost-Europese choas. Wij hebben weer vakantie.

De Kosmonauto of het klein APK-avonturenboek

Ook komend jaar hopen we weer af te reizen naar het oosten van het Europees schiereiland. Daarvoor moest alleen wel de Kosmonauto nog even door de keuring. En daar ging het mis. Of bijna mis eigenlijk. Het begon met een voorkeuring zodat we wisten wat er op ons afgehuppeld kwam. Toen bleek dat de fuseekogel aan het eind van zijn Latijn was. Meneer De Fuseekogel was vervangen, toen bleek dat de remmen roet in het eten gooiden. Na ook dit opgelost te hebben werd er vrij letterlijk roet in het eten gegooid: de CO-verhouding in de uitlaatgassen was te hoog. En toen hadden we bijna een nieuwe auto en een bijna nieuwe auto. De inhoud onder de motorkap van de Kosmonauto was namelijk zo goed als compleet vervangen om die CO-waardes maar naar beneden te krijgen, maar niets mocht baten. We hadden zelfs al een afspraak staan bij een autoverkoper om voor een nieuwe auto te gaan kijken, maar een dag van te voren bleek dat het vervangen van de bougies toch genoeg was om door de keuring heen te komen. Nu nog de distributieriem vervangen…

P.S.: dit is ook de officiële start van een nieuwe blog over onze avonturen met de gebroeders Karamazov (A. en P.) die ons deze zomer zullen vergezellen in de Kosmonauto op weg naar het barre oosten.

Weg – Lódz (PL)

We lopen wat achter. Hier een poging om het in te halen. Twee dagen terug zijn we vertrokken uit Kiev naar Zhytomyr, waar we Zhenya hebben ontmoet. Het weerzien was goed en we hebben gezellig de avond doorgebracht bij Varenichna. Na een nachtje Zhytomyr moesten we dan toch naar de grens. Daar kregen we nog even een toefje Oost-Europa en bureaucratie mee.

Het begon in Zhytomyr waar de weg was afgesloten en we onze eigen omleiding mochten verzinnen. We weten nu dat er een extra woonwijk in Zhytomyr is met uitzicht op de Teteriv. Hier kwamen we er ook achter dat een stadsweg niet per se hoeft uit te lijnen met een regionale weg. Ook een interessante ervaring.

De Oekraïense grens ging snel, maar we werden eruit gepikt voor een grondige controle. Alles moest uit de auto en open, de reserveband moest van de houder en we moesten extra vragen beantwoorden. De eerste twee waren al een grote opgave. Die laatste was ronduit zenuwslopend. Denk twee, drie douaniers die tegelijk in het Russisch vragen stellen. Gelukkig konden de douaniers lachen om het feit dat we bij Varenichna hadden gegeten. Een klein uurtje later stonden we voor de Poolse grens. Een whopping drieënhalf uur later stonden we er nog steeds. De Polen hadden namelijk niet zo veel zin om te werken of zo. We weten het niet. Het duurde erg lang voor de weinige activiteiten die gebeurden. De laatste douanier die we hadden was vooral bezig met haar haar en eigenlijk maakte de Poolse controle de strikte en grondige Oekraïense speurtocht te schande. Maar, hey, na vierenhalf uur zijn we wel weer terug in “het Westen”. Het duurde nog even voordat de wegen ook in het Westen waren, maar het heeft ook wel z’n charme om na zo veel spoorwegen te hebben gekruist een spoorwegovergang om kwart voor twaalf ‘s nachts in werking te zien, om er vervolgens in geheel Oost-Europese stijl er overheen te stuiteren naar ons hotel.

Vandaag zijn we echt weg uit Oost-Europa. De wegen zijn eng goed, kerktorens hebben een klokvorm, in plaats van uivorm, de benzine is duurder en er zijn medeweggebruikers. Ons avontuur is voor nu bijna ten einde. Nog maar 860 kilometer. Maar dat is niets vergeleken met de 4750 kilometer die we op het moment van schrijven erop hebben zitten. We hebben er van genoten en we vonden het gezelschap van de Spoetnikjes een welkome ervaring. Er rest dan ons alleen nog om afscheid te nemen en te hopen dat we u op de volgende blog terugzien. Do vstrechi!

Diepe indruk – Kiev (UA)

Gisteren hebben we bij Varenichna gegeten. Dit is een Oekraïens restaurant waar ze ontzettend lekker eten voor weinig geld hebben. Mocht u ooit in Oekraïne zijn, zoek naar dit restaurant. Eten bij dit restaurant was ook tactisch om te kijken voor parkeergelegenheid voor vandaag, want dit werd ons dagje Kiev. We zitten namelijk met ons hotel een eind buiten het centrum en in sommige delen van Kiev hebben ze wel betaald parkeren uitgevonden.

Vandaag kwamen we dan terug bij ons parkeerstekkie en konden we het Holenklooster bezoeken. Het was nu een stuk rustiger dan vorig jaar en een aangenaam briesje zorgde voor een aangename ervaring. Alleen jammer van die Nederlanders die we ergens in de krochten van een van de kerken tegenkwamen… In de claustrofobische grottengangen liep iedereen met een brandend kaarsje en na een gebrek aan ruimte en nooduitgangen in het Holenklooster van Kiev nemen wij de brandonveiligheid van de kerstmarkt in de grotten van Valkenburg niet meer serieus.

Vanuit het klooster zijn we naar de metro gelopen om naar het centrum te gaan. Bij het Maidanplein hebben we even uitgepuft om vervolgens een bootritje op de Dnjepr te maken. Hoewel het bootritje niet heel spannend was, hadden we wel goed zicht op het Holenklooster vanaf de rivier, wat op zich ook wel mooi was.

Op weg naar het avondeten werd Mrs. De Mol bijna aangereden door een skateboarder die dacht ongestraft in het Russisch te kunnen schelden. Die jongen is nu een illusie armer gemaakt. Wij werden ook een illusie armer, want het diepste metrostation lag niet op de plek waar Dhr. De Mol dacht waar het lag. Sterker nog, het was een van de ondiepste metrostations die we ooit in Oost-Europa hebben gezien. Twee metrostations later kwamen we dan toch bij het diepste metrostation van Kiev en waren we ook weer terug bij onze trouwe kosmonauto.

Doe je best eens – Kiev (UA)

Gisteren hebben we samen met de Spoetnikjes Odessa bekeken. Op het programma stonden de Potemkintrappen en de markt. Omdat het erg warm was in Odessa en de stad redelijk groot is, besloten we met het OV te gaan. Voor de Spoetnikjes was dit een nieuwe ervaring. En eigenlijk meteen een dubbele, want we gingen met de marshrutka. Dit zijn busjes die niet bij het OV van de overheid horen, maar wel beter functioneren dan het OV van de overheid. En ze zijn goedkoop. Een ritje kost 7 hryvnia (€0,20) en dan kun je zo lang blijven zitten als je wilt. Marshrutka’s zijn een heerlijk, onmisbaar typisch verschijnsel in de ex-Sovjet-Unie en ze maken het leven een stuk makkelijker.

Aangekomen bij de Potemkintrappen was het nog steeds erg warm, maar ons leek het een goed idee om die 142 traptreden dan ook omhoog te klimmen. Vanaf beneden zie je alleen de treden maar en niet de tussenstukjes en dat is best demotiverend als je daar zo zit te ploeteren. En natuurlijk, als je dan eenmaal boven bent zie je altijd weer die mafkezen die dit soort activiteiten beter aankunnen. De Odessa-variant bestond uit een hardloper met een ontbloot en erg gespierd bovenlichaam die de trap binnen recordtijd had bedongen. Eenmaal boven vierde hij zijn prestatie met hevig gehijg en gepuf. De uitslover.

Met de marshrutka gingen we ook naar de markt. Hier wilde Dhr. De Mol graag een shirt kopen. Het vrouwtje vroeg nog of hij het wilde passen en dat deed onze Mol ook. Helaas was het shirt te klein. Het vrouwtje mompelde iets over de vochtigheid van het shirt maar gaf toch een ander shirt voor poging twee. Haar delen we in in de tweede categorie van de uitslovers: “de uitslovers waar je wat aan hebt”.

Vandaag was het tijd om naar Kiev te gaan. Onderweg moesten we tanken en dat zorgt altijd voor heerlijke ervaringen. Hier kwamen we uitslovers tegen uit de derde categorie: “de uitslover die z’n best voor je doet, maar waar je niets aan hebt”. Het begon bij het uitstappen en betalen. Er kwam een mannetje op Mrs. De Mol afgedrenteld die in het Russisch meldde dat ze bij dit tankstation geen euro’s aannemen. Op zich logisch als je letterlijk midden in Oekraïne staat. Minder logisch is dat de man aan de auto zag dat we waarschijnlijk euro’s bij ons hadden, maar dit dan in het Russisch meedeelt. Volgens mij hebben de meeste Russischtaligen een ander kenteken… Bij het naar binnengaan hadden we nog meer categorie 3’tjes: een man die de deur voor iedereen opendeed en dichtdeed (gewoon een ongecompliceerde deur zonder slot) en een mannetje die mij nog even vertelde dat de auto bij pomp zeven stond. Iets wat volgens mij vrij basale informatie is die iedereen uit zichzelf wel onthoudt. Afijn, in Oekraïne bestaan daar dus mannetjes voor. Uit categorie 3 dan.

In Kiev aangekomen belandden we in de chronische files. Hier zagen we een fietser met (werkende!) knipperlichtjes in zijn achterlicht. Die man verdient een crowdfunding om zijn idee wijdverspreider te krijgen. We zijn er nog niet over uit of hij gewoon slim is of een uitslover uit categorie 4 (“uitslover voor zichzelf met nut voor zichzelf maar ook voor anderen”). Verder viel het ons op dat de belijning op de wegen in Kiev ineens overal is of wordt aangebracht. Belijning was eigenlijk non-existent in Kiev en was eigenlijk ook niet echt nodig omdat het verkeer zich daar zelf goed regelt. Wij vermoeden dat dit te maken heeft met de komende presidentsverkiezingen volgend jaar (dan zou die actie onder categorie 4 vallen).

Bij het hotel deed zich ook weer een typische gebeurtenis voor. We betaalden voor ons hotel 4000 hryvnia. Toen we onze boeking beter bekeken dachten we dat we te veel hadden betaald. In onze bevestiging stond namelijk een bedrag dat de helft was. Volgens het hotelmannetje kon dat niet en hij liet de boeking in zijn systeem zien. Wij vonden het inmiddels toch wel vreemd en duur, dus we gingen bellen. Op dat moment keek de man de boeking zoals die in het systeem van onze tussenpersoon staat en wees erop dat daar het bedrag, 2000 hryvnia, wel juist stond en hij wilde gaan zoeken naar de Spoetnikjes in het systeem voor de tweede 2000 hryvnia, zodat hij kon laten zien dat voor vier personen, twee kamers, twee nachten niet 2000 maar 4000 hryvnia is. Toen hij zag dat er inderdaad 2000 hryvnia achter een naam met vier gasten stond, viel het kopeekje: de reservering bij de tussenpersoon was qua personen goed doorgekomen, maar de prijs niet. Na een kwartiertje Russisch babbelen kregen we het te veel betaalde bedrag in contanten terug en elke keer als we nu langs hem lopen krijgen we excuses.

Verbluffend – Odessa (UA)

De dag dat we weer teruggingen naar Oekraïne was aangebroken. En dit stukje op de blog wordt een klein lesje in geschiedenis en politiek. Moldavië is namelijk tweetalig (à la Luxemburg): de mensen spreken er Roemeens en Russisch. Dat betekent dat er dus in dit geval ook twee etniciteiten zijn: Roemeens/Moldavisch en Oekraïens/Russisch. Na de onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie ging Moldavië een eigen identiteit proberen op te bouwen en omdat ze net van de Sovjet-Unie af waren was de nieuwe Moldavische identiteit net iets te Roemeensgeoriënteerd volgens de Russisch/Oekraïense kant van de bevolking. Een deel van de Russisch/Oekraïense bevolking woont aan de oostkant van de rivier de Dnjestr of Nistru. Zij riepen de onafhankelijkheid van hun gebied uit. Dit werd Transnistrië. De burgeroorlog die volgde loste niets op en vandaag de dag vindt Transnistrië nog steeds dat het onafhankelijk is. De rest van de wereld, op wat vage republiekjes na, vindt dat niet. Omdat de Transnistriërs zichzelf erg serieus nemen hebben ze een officiële grens met controles en dergelijke. Dit was de achtergrond die u moest weten voor het volgende.

We vertrokken dus uit Chisinau naar Odessa. Voor degenen met een atlas: meet de afstand en u begrijpt onze keuze. Voor iedereen zonder atlas of zonder zin om een atlas op te zoeken: Moldavië en Oekraïne hebben niet veel wegen, dus een omweg is lang en vaak niet in goede staat. De snelste weg was dus die door Transnistrië, dat niet erkende staatje dat praktisch als communistische vrijstaat fungeert. De afstand naar de grens was een kilometer of vijftig. Bij de Dnjestr aangekomen reden we eerst door drie soldatenposten en langs een tank die strategisch gericht naar Moldavië stond. Hier kwamen we ook de Russische veiligheidstroepen tegen die daar gelegerd zijn om de toestand in de gaten te houden. Officieel dan. Na soldatenpost nummer drie kwamen we bij de eenzijdige Transnistrische grenscontrole. Hier krijg je geen stempels, maar wel een migratiekaart die uit een verrekt modern bonnetjesprintapparaat kwam. Onze paspoorten werden ook in een hypermodern systeem gescand. Met ons kentekenbewijs konden de douaniers niet zoveel waardoor onze pseudo-Rus het document naar het Russisch mocht vertalen. Dubbele achternamen waren ook moeilijk. Maar een klein kwartiertje later mochten we naar het volgende loket voor een vignet. Ook dit werd elektronisch geregistreerd, maar we kregen wel een uitdraai mee. Met stempel en handtekening.

We waren in Transnistrië, in het niemandsland waar we zelfs geen bereik hadden voor onze telefoon. Omdat de migratiekaart zei dat we om 20u32 pas Transnistrië uit moesten zijn reden we even door de hoofdstad Tiraspol. Dit stelde niet heel veel voor. Binnen nog geen twintig kilometer was daar dan alweer de Transnistrisch-Oekraiënse grens. We wilden eigenlijk nog wel wat kopen (we moesten eigenlijk wel weer eens tanken), maar omdat het land door niemand erkend wordt werken onze pinpassen daar niet en we hadden ook geen Transnistrische roebels. Dus dat hebben we maar zo gelaten. We zagen wel een reclame voor Visa en Mastercard. Blijkbaar kunnen die daar wel werken.

Bij de Transnistrisch-Oekraiënse grens ging het er al even wonderlijk aan toe. Niemand vroeg naar onze migratiekaart, dus die hebben we nog (in Rusland is de migratiekaart met de hand ingevuld, soms geprint, en moet je hem inleveren anders heb je grote problemen. Zeggen ze, we hebben het nog niet gedurfd om uit te proberen). De Oekraïense kant was iets strakker. Een Transnistriër voor ons had geen goede papieren bij zich en de douanier was in een strikte bui. Omdat het erg lang begon te duren en er een soort patstelling werd bereikt gingen we naar de andere rij waar prompt gevraagd werd of de douanier vandaag niet wilde werken. De nieuwe rij ging gelukkig vlotjes en deze douanier vond het ontzettend leuk dat we Russisch begrepen en konden. Dat maakte dat de controle ook iets sneller ging… Nog onder een uur waren we over de grens weer terug in Oekraïne. Of “een soort van vertrouwd thuis” zoals een van ons twee zei. Nog een uurtje later waren we in Odessa.

In Odessa gingen we wat eten. Odessa is dé badplaats van Oost-Europa en trekt toch behoorlijk wat toeristen. In het zaakje waar we zaten, waren dus ook buitenlanders. Helaas voor het personeel spraken die geen Russisch of Oekraïens, maar helaas voor iedereen spraken de toeristen ook geen Engels. Dan vraag je je toch af wat je dan zoekt in een land als Oekraïne. Het personeel en de toeristen kwamen er niet uit en we hebben geholpen om te vertalen. De toeristen waren zwaar gefrustreerd (ze wilden een saus die er niet was en cola wisselen voor iets dat niet kon), maar het personeel was zichtbaar opgelucht dat de toeristen weer ging eten in plaats van moeilijk doen. Na het eten reden we in onze kosmonauto naar de Spoetnikjes, maar zagen we onderweg nog iemand instappen in een rijdende tram en een auto met een Pools kenteken, maar met een Russischtalig papiertje waarop stond dat de auto te koop was. Er was geen twijfel mogelijk: we zijn in het mentale hartje van Oost-Europa, waar alles kan en ook gebeurt maar waar de logica mee is ingestort met de Sovjet-Unie.